Rechters in zaak vuurwerkramp werkten bij VROM
Rechters in zaak vuurwerkramp werkten bij VROM
Twee van de drie rechters die woensdag uitspraak deden in de civiele zaak over de vuurwerkramp tegen de Staat en de gemeente Enschede, hebben jarenlang bij het ministerie van VROM gewerkt. De rechtbank in Den Haag oordeelde woensdag dat de Staat en de gemeente niet aansprakelijk zijn voor de vuurwerkramp in Enschede, drie jaar geleden. Het ministerie van VROM gaat over het verstrekken van vergunningen die met vuurwerk hebben te maken. In die context hadden de rechters partijdig kunnen zijn.
Een van de betreffende rechters, A. van den Berg, zei zaterdag dat hij, toen hij bij internationale milieuzaken van VROM werkte, niet bij ,,de materie in kwestie'' betrokken was. Hij vertrok in 1994 bij het ministerie. Volgens hem had zijn collega-rechter P. Koppen toen al een andere baan. Van den Berg heeft naar eigen zeggen goed overwogen of hij de civiele zaak over de schadeclaim aan gedupeerden wel of niet op zich zou nemen. Uiteindelijk besliste hij de vuurwerkramp te behandelen. Ook voor de Haagse rechtbank was het een dilemma. Maar de rechtbank wilde rechters die verstand hadden van de materie, aldus Van den Berg.
Advocaat M. de Witte van de slachtoffers vindt dat de rechters niet aan deze zaak hadden mogen beginnen om alle schijn van partijdigheid te vermijden. ,,Ze oordeelden over ex-collega's. De uitspraak is nu niet zuiver. Het is een vonnis met een bijsmaak'', aldus De Witte. De Belangenvereniging Slachtoffers Vuurwerkramp Enschede (BSVE) ziet geen aanleiding te twijfelen aan de integriteit van de rechters. ,,Er is op geen enkele manier aangetoond dat het verleden van deze rechters heeft meegewogen bij het vonnis.'', zei voorzitster N. van Lijf van de BSVE.