Naar de inhoud

'Het dorp staat niet bol van de cocaïne'

Bron: Trouw

'Het dorp staat niet bol van de cocaïne'
Volendam is geen Sodom en Gomorra. Dat drugs geaccepteerd zijn onder uitgaande jongeren in zijn gemeente vindt burgemeester Willem van Beek van Edam-Volendam 'zeer zorgelijk'. ,,Maar het dorp staat niet bol van de cocaïne.'' Harde cijfers over de omvang van het drugsprobleem zijn er niet, maar volgens Van Beek geeft het rapport wel een indicatie. Volendam telt ruim 7000 jongeren, en heeft in het weekeinde een 'barcapaciteit' van 1200 personen. De burgemeester rekent voor: ,,Dit rapport gaat maar over een deel van de jongeren in Volendam; alleen over de uitgaande jeugd. Vooral jongens gebruiken, meisjes nauwelijks.'' Onder die uitgaande groep gebruikt dus minder dan 50 procent, concludeert de burgemeester. En omdat het gebruik per vriendengroep verschilt, ligt het werkelijke aantal gebruikers 'veel en veel lager dan eerder wel is genoemd'. In november 2002 schatte de politie in Edam-Volendam dat 50 tot 80 procent van de Volendamse jongeren aan de drugs zou zijn.

Voor het imago van het dorp is het belangrijk dat die gegevens kunnen worden bijgesteld. Maar de andere conclusies uit het rapport van het Instituut voor onderzoek naar leefwijzen en verslaving en het Trimbos-instituut, zijn niet minder zorgwekkend. Van Beek: ,,Ik wil dit niet bagatelliseren.'' De vanzelfsprekendheid waarmee uitgaande jongeren drugsgebruik accepteren, past bij Volendam. ,,Dit is een gemeente met mensen met een enorme ambitie. Dat geldt voor het arbeidsethos, voor de sport, de muziek. En daarnaast is er ook een forse traditie van uitgaan.'' Die trend richting harddrugs hoopt Van Beek te keren. ,,Ik maak me zorgen over jongeren in Volendam. Men zegt hier: 'Wat is er op tegen als iemand eens in de week uit zijn bol gaat, maar verder zijn werk goed doet?' Maar het risico bestaat dat jongeren die grens gaan verleggen.''

De negatieve gevolgen van het drugsgebruik zijn in het dorp nog weinig zichtbaar. Jongeren werken veel, en hebben meestal geld genoeg om een verslaving te kunnen bekostigen. Daardoor is er geen 'bijkomende' overlast van bijvoorbeeld diefstal of woninginbraken. De sociale druk om te stoppen met drugs is ook daardoor gering. Een speciaal ingestelde projectgroep stelt voor via voorlichtingsbijeenkomsten, vertrouwenspersonen en projecten voor ouders, kinderen en horeca, die mentaliteit te veranderen. Van Beek: ,,Het gaat om gedrag dat je van de ene op de andere generatie moet ombuigen. Ik heb niet de illusie dat dat morgen kan. Maar dit onderzoek wijst wel uit dat we fors op dit probleem in moeten zetten.''

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.