Naar de inhoud

Van tram tot hondenkar

Bron: NHD

Van tram tot hondenkar
Helemaal compleet is de verzameling niet. Maar de expositie over verkeer en vervoer in het Volendams Museum biedt wel een heel aardig beeld van hoe de Volendammer dat tussen 1900 en 1940 deed. Van het blauwe trammetje naar Amsterdam tot de hondenkar. Er wordt nog hard gewerkt in het museum aan de Zeestraat in de week voor de opening. Want wat je niet hebt kun je reconstrueren. Dus is een groep vrijwilligers met timmergereedschap en blikken blauwe verf in weer om de tram naar Edam en Amsterdam na te bouwen. Maar vandaag, als de officiële opening voor genodigden plaatsvindt, is dat verleden tijd. En een echte Volendamse viskar, de handkar waarmee de visventers uit het dorp naar Amsterdam liepen, ontbreekt. Ofschoon het Katwijkse exemplaar, dat is geleend, veel overeenkomsten vertoont. De bakkerskar is geleend van het Bakkerijmuseum, terwijl Edammer Klaas Leek nog een bakfiets in de aanbieding had. „De Volendamse is net iets anders, maar die is niet te krijgen. Snap ik wel, want wat moet je ermee?", vertelt museumbeheerder Stella van der Kruk.

Amsterdam
Amsterdam was een populaire bestemming in die tijd voor Volendamse reizigers. „De mannen ventten daar hun vis, de vrouwen en de meisjes gingen dienen in Amsterdam", legt ze uit. „Volendamse meiden hadden een zeer goede reputatie en de mensen konden niet alleen bestaan van de visserij. In een gezin met tien of twaalf kinderen moest gewerkt worden om de boel draaiende te houden." En waarom de visventers liepen en niet per botter of trekschuit naar Amsterdam gingen? „De mensen liepen niet voor niets. De venters waren vaak zo arm, die konden de boot niet betalen. Ze vertrokken vaak in de middag naar Amsterdam en brachten de nacht door in een krot (tolhuis) aan de overkant van het IJ en konden 's ochtends met de eerste pont de stad in." Auto's kwam je in Volendam in die tijd weinig tegen. Bovendien waren de straatjes van het dijkdorp daar veel te nauw voor. Mede daarom was in Volendam de hondenkar erg populair. „Handig in de nauwe steegjes en over het dijkje met 27 bruggetjes naar Edam."

De 'benenwagen'
Ook de trekschuit was tot de Tweede Wereldoorlog populair. Vermoedelijk vanwege de lage kosten ten opzichte van de 'snelle' tram. Die heeft overigens zijn sporen in Volendam achter gelaten. Het postkantoor aan het Europaplein was vroeger namelijk de tramremise en ook de Stationstraat verwijst daar naartoe. Maar de meest gebruikte manier van transport was toch de 'benenwagen'. „Lopen. Volendam was het Doolhof, daar kon je met een wagen niet doorheen. De meeste botters werden niet voor transport gebruikt, maar om te vissen." Opmerkelijk vervoersmiddel was verder de prikslee. Populair in de winter, ook voor het vissen op bot. En wat te denken van de burrie, die in tegenstelling tot de kaasburrie, op handhoogte werd gedragen. Erg handig voor het vervoer van visnetten naar de taanderij. Het meest intrigerende vervoersmiddel dat het museum onder dak heeft is echter de 'kar van Bart Smit'. Het originele voertuig waarmee Bart Smit sr. als venter van 'koppies en bakkies' de basis legde voor een heus speelgoedimperium. Zoals Henk Kras zijn recyclingbedrijf begon met het ophalen van lompen in een handkar. Het Volendams Museum is gevestigd aar de Zeestraat en is met ingang van morgen, zondag, elke dag geopend van 10.00 tot 17.00 uur. Entree: volwassenen €1,75; kinderen tot 14 jaar €1. Voor meer informatie: www.volendamsmuseum.nl

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.