Naar de inhoud

Stadskantoor

Bron: Peter Louter in NIVO

Stadskantoor
Ooit, het is al weer enige jaren geleden, kwamen twee Volendamse schilders ons huis een verfbeurt geven. Met belangstelling volgde ik hun verrichtingen. Toen het schuren en schoonmaken gedaan was, kwamen de verfpotten en kwasten uit hun bestelbus. Op het moment dat de ramen aan de beurt waren, ging er naar mijn idee iets mis. Ik ging naar buiten en sprak ze aan. ‘Plakken jullie tegenwoordig de ramen niet meer af?’, vroeg ik. ‘Nee mijnheer, dat doen we niet meer’, was hun antwoord. Vervolgens kreeg ik een college in nieuwe kwasttechnieken die een duurzame afdichting tussen raam en sponning opleverde en er ook nog beeldschoon uitzag. ‘Het scheel ons bovendien een paar uur werk’, zeiden ze trots. ‘Rekent u maar uit wat het aan tijd kost om alles af te plakken en het er daarna weer af te halen, dat scheelt u in de portemonnee.’

Ik had al gezien dat de verflaag kaarsrecht en strak langs het glas was opgebracht. Maar de grootste tevredenheid haalde ik toch uit hun opmerking over mijn portemonnee. Mijn ontzag voor het Volendamse vakmanschap, dat toch al groot was, groeide weer eens na deze ervaring. Slimme mensen, die Volendammers. Altijd bezig om uitvindingen te doen en nieuwe technieken te leren om zodoende beter werk tegen een lagere prijs af te leveren.
Met hetzelfde soort bewondering keek ik vroeger naar het bedrag dat op de nota voor gemeentelijke belastingen stond. De door mij te betalen OZB en dergelijke was de helft van het bedrag dat ik in de gemeente waar ik voordien woonde, moest betalen. Slimme mensen, die Volendammers. Want ondanks die lage belastingen, functioneerde de gemeente redelijk naar behoren. Uit dit soort ervaringen, de verhalen die ik hoorde en de boeken die ik over de geschiedenis van Volendam las, ontstond een beeld dat me hielp de Volendamse cultuur een beetje te doorgronden.

Het socialisme was Volendam voorbij gegaan. Hier woonde een ondernemend en hardwerkend volk dat altijd slimmer probeerde te zijn dan de concurrentie. Hier woonde een volk dat trots was op zijn prestaties en de opbrengsten daarvan in eigen portemonnee vond thuishoren. Gierig waren ze echter niet. Want als er wat moest gebeuren voor de gemeenschap trokken ze hun portefeuille of zetten ze zelf hun schouders er onder. Zelfwerkzaamheid stond voorop. Een Volendammer heeft een ‘republikeins’ hart. Op die manier kon de overheid klein blijven en de belastingen laag.

Dat laatste ging veranderen toen het CDA haar coalitiepartner VD80 loosde en met de VVD en de PvdA verder ging. Ineens deugde er niets meer van het verleden. Er moesten meer ambtenaren komen, de eerder opgebouwde reserves werden aangetast, er werden allerlei grote projecten op stapel gezet, de gemeentelijke belasting verdubbelde in twee jaar en bij de mast moest er een groot en nieuw stadskantoor komen.

Al die ontwikkelingen maakten de bevolking onrustig. De overheid was niet langer meer herkenbaar als de spiegel van hun trotse inborst en cultuur. Het begon te gisten en te broeien. Wekelijks bereiken verontruste signalen de politiek. Het college van burgemeester en wethouders blijft echter stoïcijns verder gaan op de ingeslagen weg. Het CDA, de sleutelpartij in de coalitie, adverteert tegenwoordig in de NIVO met de slagzin ‘CDA bouwt rustig verder aan Edam-Volendam’. Alsof ze wil benadrukken dat niets haar van de nieuwe koers kan afbrengen en dat ze in haar werk eigenlijk niet gestoord wil worden.

Het nieuwe stadskantoor komt binnenkort weer in de gemeenteraad. Het zal mij benieuwen of de kloof tussen de ‘vooruitziende’ blik en dadendrang van de politieke elite, en het gevoel over de gang van zaken onder de bevolking, dan weer verder zal worden vergroot. Want voorstanders van een nieuw stadskantoor ben ik nog nauwelijks tegengekomen.

Bij deze gemeente past een zuinige en sobere overheid. Dat is trouwens ook een trend die in de rest van het land hard aan het groeien is. Grotere kantoren bouwen is de weg van de minste weerstand. Belastinggeld wordt makkelijk uitgegeven. Ik zou graag zien dat de gemeente een voorbeeld neemt aan de schilders waar ik dit stukje mee begon. Een slimme en innovatieve overheid heeft geen grote kantoren nodig. Die besteedt werkzaamheden uit, schrapt overbodige regels, organiseert slim, werkt samen, innoveert en automatiseert om effectief en efficiënt te zijn. Zo doen Volendamse schilders en bedrijven dat ook.

Ik pleit er niet voor om alles bij het oude te laten. Ik pleit er voor om met het badwater niet ook het kind weg te gooien. Het ‘republikeinse’ kind dat de Volendamse bevolking in het hart koestert, is en blijft voor de politiek een goede leidsman om bij moeilijke beslissingen te raadplegen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.