Vakwerk bestaat nog
Matthijs Tinxgracht . Elke dag zie ik ze kruipen. Beschermers om de knieën. De rug gebogen. Stukje voor stukje schuiven ze verder door het vlakgemaakte stuk zand. Steen voor steen wordt neergelegd. Het tempo is hoog. Met geoefende slag halveren ze de klinkers. De vrieskou, regenbui en snijdende harde wind stopt ze niet. Het werk gaat door. Meten, touw spannen, even stram opstaan, de rug strekken. Dan weer een nieuwe lading. Duizenden en duizenden stenen stuk voor stuk gaan door hun hand. Dat kruipen zie je toch alleen nog als boetedoening in een bedevaart.
Trottoirbanden, wandelpad en hoofdstraat verschijnen mooi als in een folder. Strak, geen kuil te zien. De mannen kunnen trots zijn op hun werk. Zij verdienen een compliment van elke passant. En dan liefst vóór er een tientonner over hun schitterende vakwerk rijdt.
Jaap Slegt