Rectificatie!
Vorige week zaterdag waren wij, mevrouw Louter en ik, op de receptie van het nieuwe PX. Dwalend door de ruimtes kwamen we onder de indruk van wat er tot stand is gebracht. Ervaring en visie hebben een innovatief gebouw voortgebracht dat er ook nog eens goed uitziet. Het is een felicitatie waard. Niet alleen voor bestuur en staf, die ik veel succes wens, maar zeker ook voor de hele gemeenschap. Het is een aanwinst.
Op zo'n receptie kom je veel mensen tegen en hoor je nog eens wat. Zo kwamen we mensen tegen die ons verbaasd aanstaarden. "Jullie waren toch niet meer bij elkaar", zo vatte er een de koe maar bij de horens. Het bleek dat het allegorisch Kladblok van een paar weken geleden waarin ik mevrouw Louter op straat had gezet omdat het haar schuld was dat ik de soep had laten overkoken, niet door iedereen als allegorie was gelezen. De volgende keer zal ik dus beter mijn best moeten doen om duidelijk te maken dat het om een zinnebeeldig verhaal gaat.
Het had waar kunnen zijn. Per slot van rekening ben ik een onmogelijk mens en doet mevrouw Louter niet voor mij onder (leesaanwijzing: dit is ironisch bedoeld). Het mag een wonder heten dat we het zo lang met elkaar hebben uitgehouden. Het heeft wat serviezen gekost, maar we zijn nog steeds hartstochtelijk van plan om bij elkaar te blijven tot de dood ons scheidt (leesaanwijzing; dat laatste mag u weer letterlijk nemen). Als over een tijdje de burgemeester op bezoek komt vanwege ons gouden jubileum, weten we precies wat we gaan zeggen als hij vraagt: "hoe hebben jullie het zo lang met elkaar uitgehouden, wat is het geheim?"
Ik wil het alvast wel verklappen. Per slot van rekening kan de burgemeester er alvast wat van opsteken. Hij was zo stom om een goede brandweerman op straat te zetten nadat hij zelf een stommiteit had begaan. Nou doen sommige burgemeesters nooit wat fout, dus hebben ze veel personeel nodig waar ze de schuld aan kunnen geven. Dat loopt dan soms uit op een scheiding. Van de wet mag dat eigenlijk niet. Dus huren die burgemeesters een sluwe advocaat in die dat voor hen regelt.
Als die burgemeester straks op bezoek komt bij ons huwelijksjubileum, ga ik het volgende tegen hem zeggen. "Beste burgemeester, het is simpel. Iedere keer als ik denk dat mevrouw Louter eigenlijk een onmogelijk mens is, denk ik: hé mannetje, hoe zit dat dan met jou, ben jij dan zo geweldig? En mevrouw Louter doet precies hetzelfde als ze weer eens denkt dat ik onmogelijk ben".
Burgemeesters, hun leidinggevenden en persvoorlichters blijven meestal steken in de gedachte dat het slecht is voor hun reputatie om toe te geven dat ze een fout hebben gemaakt. Dus doen ze net alsof hen dat nooit overkomt. Zo was er eens een burgemeester die in een televisieprogramma zei: ""Ik vind het vervelend om het nou op een ambtenaar te schuiven. Dat doe ik liever niet. Maar laten we het maar zo houden: WE WISTEN HET NIET. Ons is niets gerapporteerd". De volgende dag al liet hij weten dat de hele wereld zijn woorden verkeerd had uitgelegd en dat hij de enige was die kon uitleggen hoe je het wel diende te begrijpen.
Die burgemeester had zijn woorden gewoon moeten rectificeren. Hij had moeten zeggen dat ook burgemeesters feilbaar zijn en soms stomme dingen kunnen zeggen. In het verleden hebben we een burgemeester gehad die dat kon. Westendorp was zijn naam. Maar hij was een uitzondering.
Ik denk dat ik mevrouw Louter maar eens een tijdje uitleen aan de huidige burgemeester (leesaanwijzing: bij wijze van spreken dan). Want ze is allesbehalve een lakei die de rommel voor je opruimt. Met de genadeloosheid van generaties van vrouwelijke genen kan ze op een toon waarvan je bevriest hardop vragen of je wel goed bij je hoofd bent. Daar ben ik een beter mens van geworden, dus moet het met die burgemeester ook kunnen lukken.
Nou ken ik inmiddels aardig wat mensen die regelmatig met de burgemeester hebben te maken en zich afvragen of hij wel goed bij zijn hoofd is. Maar er is een probleem. Ze doen het nog niet hardop. Ze durven niet de eerste te zijn. Het rommelt. Ik kan niet in details treden. Maar het komt goed. Op een dag zal er gezegd worden dat de burgemeester niet goed bij zijn hoofd was en de brandweerman wel. Daarna begint de lente.
Peter Louter