Carla Zwarthoed arm in arm met de koningin
Via een microfoon mocht Carla Zwarthoed-Vlierman een volle Ridderzaal toespreken. De koningin, een minister en een stel Haagse hotemetoten hingen aan haar lippen. Niemand sprak eerder zulke ontwapenende woorden op deze gewijde grond: „Als ik dit had geweten, had ik eerst mijn krulspelden in gedaan."
De verraste Volendamse was net tot lid in de Orde van Oranje-Nassau onderscheiden op het 85-jarig jubileum van het Reumafonds. Twintig jaar Lang heeft Zwarthoed zich ingezet als wijkhoofd van de collecte met 84 bussen in Volendam, volgens Zwarthoed 'de meest vrijgevige gemeente van het land.' Elk jaar pezen voor de goede zaak. „Een hardloopwedstrijd van drie weken." Maar ook is ze als vrijwilliger actief voor de kerk, onder meer bij de Ziekenvieringen. Bekend is ze zeker ook van haar vroegere werk als journalist voor deze krant.
De 65-jarige is ook 'actief in het buurthuiswerk waar ze Club '89, een activiteitenclub voor ouderen, het denksportcentrum en de Dinerclub opzette. Met het regelen van de Tafeltje Dekje-maaltijden en nog vele activiteiten reden genoeg voor velen in het dorp om haar voor te dragen.
Op televisie was te zien dat Zwarthoed arm in arm mocht staan met de koningin en even met haar stond te keuvelen. „Maar ik zeg niet waar we het over hadden."
Wat Zwarthoed niet zei, was dat ze helemaal niet wilde naar Den Haag wilde komen. Dochter Annet en schoonzoon Kees haalden het bloed onder haar nagels vandaan met hun gezeur dat ze zo graag eens de Ridderzaal van binnen wilden zien.
„Kind, wat moet ik nou in Den Haag? Dat kost me een hele dag. En ik had het druk zat. Ik werd boos op Kees omdat hij net drie dagen bij een nieuwe baas zat en al een dag vrij had genomen. Dat doe je toch niet. Op de dag zelf zeiden ze: jullie moeten mee. Ik had mijn doordeweekse goed aan en mijn man was wat ziek. Maar om onze schoonzoon een plezier te doen zijn we toch gegaan."
Vandaar de opmerking van de Volendamse op het podium in de Ridderzaal. Om haar kapsel had ze zich niet al te veel bekommerd. Ze dacht dat het slechts een dagje uit in Den Haag zou worden.
Met het ontvangen van het lintje en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is ook de tijd van reflectie aangebroken. Hoe zij, die als 14-jarige met haar ouders vanuit Amsterdam naar Volendam,verhuisde, als jonge moeder bij de nieuwe peuterspeelzaal kwam en daar meteen ging werken. Dankzij de steun van haar man kon ze sindsdien altijd buitenshuis bezig blijven. Decennialang zet ze zich voor de medemens. „Mijn man heeft me altijd gestimuleerd. Anders had ik hier mijn leven blijven afstoffen." De contacten die ze legde en de vaardigheden die ze zich eigen maakte, hebben haar een 'rijk en goed leven' gegeven.
Dankzij pastoor Jan Berkhout konze jaren christelijke columns in de Nivo (Nieuw-Volendam) schrijven. „Ik heb nog columns leren schrijven van Nico Scheepmaker in Broek in Waterland. Berkhout vroeg mij: hoe bereik ik de mensen? Ik zei: dan moet je denken aan Toon Hermans en André van Duin. Een zaal laten lachen met de eenvoudigste dingen."
Zwarthoed zit ook in een gebedsgroep, ze mocht daar ook voorgaan. Ze verzorgt de bloemetjes voor de zieken met Pasen. 'De kerk' speelt een belangrijke rol in haar leven. De laatste tijd bladert ze wel eens terug in klappers vol knipsels van verhalen die ze in deze krant schreef. „Ik ken daardoor zo veel mensen. En ik meed geen onderwerp. Drugs, verslaving, nooit heb ik iets geweigerd. Mensen komen ook met mij praten, willen bemoediging hebben. Door het terugkijken heb ik een opkikker gekregen. Het vrijwilligerswerk is leuk, je leert er veel van. Alle goede woorden die je geeft, krijg je twee keer zo vaak terug. Ik ben zo ontzettend verwend. Het vrijwilligerswerk en het krantenwerk hebben me zo'n enorme rijkdom opgeleverd. Een regelrecht wonder. Ik mocht veel mensen ontmoeten. Ik doe nu rustiger aan, met meer tijd voor thuis en de kleinkinderen. Maar zolang ik het kan opbrengen, blijf ik mijn werk doen."