Hans Keijzer: “Kwaliteit staat bij mij voorop!” (foto)
Mensen die iets durven te ondernemen hebben bij mij altijd een streepje voor. Ook al komen de enthousiaste initiatieven niet altijd tot wasdom, het feit dat iemand zijn of haar nek durft uit te steken verdient al applaus. Het verlaten van platgetrapte paden zit iemand als Hans Keijzer in het bloed. De gedreven duizendpoot die Hans is, schiet dagelijks ideeën te binnen en hij laat zich zelden ontmoedigen door negatieve geluiden om zich heen. Achter al zijn projecten schuilt steeds de sterke behoefte een goed verhaal te vertellen. “Ik ben nu eenmaal verslaafd aan goede verhalen”, laat Hans weten en een blik in zijn boekenkast verraadt dat hij hiermee geen onzin verkoopt. Van Shakespeare tot Stephen King, van Stieg Larsson tot Max Brand, het zijn toch allemaal auteurs die lezers het verhaal binnen kunnen zuigen. Hans is altijd druk, mijdt teveel aandacht voor zijn persoon, maar maakt voor De Stadskrant graag wat tijd vrij.
Opeens was je in Edam
Ik ben inderdaad geen geboren Edammer. Een groot deel van mijn jeugd bracht ik door op het Thérèse Schwartze Plein in Amsterdam-Zuid. We waren met z’n zevenen en dat mag je gerust opmerkelijk noemen voor een niet-katholiek gezin. Later, toen wij naar Edam zijn verhuisd, heb ik een standaard jeugd genoten. De Openbare Lager School met onderwijzers als Swalve en Griek en daarna de Coornhert MAVO aan de Mathijs Tinxgracht. Voor de rest eigenlijk bijzonder weinig schokkends te melden.
En toen moest je – of verder leren – of ergens aan de slag
Ik kreeg een vakantiebaantje bij de Uitwaterende Sluizen en uiteindelijk ben ik daar ook voor een tijdje blijven hangen. De periode bij US is de meest oninteressante in mijn leven tot dusver, al moet ik ook bekennen dat ik mij daar regelmatig kapot heb gelachen en even zoveel keren geërgerd. Het werken voor een geldverslindende instantie stond mij vrij snel tegen en geleidelijk aan ging ik met lood in de schoenen naar mijn werk. Het werd daarom tijd om te verkassen en ik koos er voor om mij in te schrijven bij een uitzendbureau.
Had je toen al een affiniteit met toneel en theater?
Ik kan niet echt verklaren waarom, maar het heeft altijd aan mij getrokken. Op mijn 16e werd ik lid bij ‘d Ye. Dat was in de tijd dat Sjaak Kras, Joop Kunst en Nel Bakker er nog speelden. Ik denk dat ik zo’n beetje lid werd toen de vereniging 1 jaar bestond. In de kinderschoenen zou je haast kunnen zeggen.
Wat was voor jou zo belangrijk bij het spelen van een stuk?
Het belangrijkst voor mij was om zo’n toneelstuk meerdere keren te kunnen spelen. Bij het ‘d Ye was die mogelijkheid beperkt en zelf had ik sterk de behoefte om een stuk alsmaar overnieuw te doen. Kijken hoe zo’n verhaal zich ontwikkelt. Weet je, een voorstelling is nooit helemaal af. Als je het bij wijze van spreken een stuk 80 keer speelt, heb je ook 80 keer een première.
Je hield het niet alleen bij toneel. Cabaret, theater, het speelveld werd behoorlijk breed
Dat is ook zo. Naast het toneel bij het ‘d Ye besloot ik samen met Hans Kunst, Simon Tol en Martin Vlasbloem iets op het terrein van cabaret te doen. Ik denk dat het rond 1977 speelde en de reacties op onze voorstelling in Damhotel waren zeker niet slecht. Men was verrast door de sketches van deze pre-pubers en het aandeel van de moeder van Hans Kunst moest zeker niet worden onderschat. Zonder gebit deed zij iets met het liedje ‘I’m not in love’ van 10cc. Het was vrij uniek en absoluut zeer komisch.
Je was ook betrokken bij de Toverbal
Dat was ook een bijzondere periode. Ik denk dat ik voor 5 of 6 kindermusicals teksten heb geschreven, waarvan ik er later weer 2 heb bewerkt, om als kindertoneelstuk te kunnen gebruiken. Het was een bijzonder goede leerschool.
Hoe ontstaat bij jou een idee voor een toneelstuk?
Het is een soort snelle flits die door mij hoofd schiet. Daar blijft dan iets van hangen en dan ga ik er mee aan de slag. Je hanteert als eerste de 5 W’s. Wie, wat, wanneer, waarom en waar. Als je een beetje inlevingsvermogen hebt vormen de personages zich dan vanzelf en krijgen ze allemaal een bepaalde rol in het verhaal. Zo ontstaan er dialogen, de setting, de kleding, de tijd en nog veel meer elementen die het toneelstuk compleet maken. Het vraagt heel veel doorzettingsvermogen, maar als je dan uiteindelijk iets hebt waarmee je het toneel op kunt, is er de voldoening en blijdschap.
Haal jij je inspiratie uit literatuur?
Het gaat bij mij in 1e instantie altijd om het verhaal. Het moet een fascinerend verhaal zijn waarmee ik iets kan beginnen. En of dat nu vanuit de literatuur of uit iets anders komt, dat maakt niet zoveel uit. Wie bepaalt eigenlijk wat literatuur is? Of mijn stukken nu voortkomen uit verfraaide elitaire schrijfsels van Mulisch of uit pulp van Max Brand is niet van belang. Het gaat om het verhaal. Dat moet sterk zijn.
Je was regisseur van Jaloezieën bij ‘Ons Pogen’. Hoe ging dat in z’n werk?
Hoe ging dat in z’n werk? Ik las ergens dat ze een regisseur zochten en heb een mailtje gestuurd met de vraag of zij het aandurfden met een Aidammer. Die uitdaging leek hen wel wat, er volgde een gesprek en de zaak was in ‘een vloek en een zucht’ rond.
‘Jaloezieën’ is geschreven door Haye van der Meyden en kent een kleine cast. Het was echt heel erg leuk werken met de groep. Temeer, omdat men er helemaal niet mee zat om 2 keer per week te repeteren. Daarnaast had ik geen omkijken naar de randzaken die altijd rondom een stuk spelen. Alles was gewoon perfect, Volendams geregeld en daar werd ik in ieder geval heel erg vrolijk van. Ik hoop dat hier nog eens een vervolg op mag komen.
Hoe waren de reacties van het Volendammer publiek?
Het is een hilarisch stuk en de reacties waren er dan ook naar. Op een gegeven moment moest men zelfs lachen om dingen die helemaal niet komisch bedoeld waren. De bezoekers waren dermate gewend om te lachen, dat er werkelijk geen houden meer aan was. Het schoot dus een beetje door.
Welke ambities heb je?
Het klinkt misschien vreemd, maar ik zou toch graag rijk willen worden. Daar kom ik graag voor uit, want ik denk dat ik met een flinke zak geld best gelukkig kan zijn. Op dit moment wil het nog niet echt vlotten, maar je weet maar nooit. Wat ik wel kan doen om enigszins op gang te komen is te stoppen met het kopen van boeken. Ik koop ze sneller dan dat ik ze uit kan lezen, dus die handicap vertraagt het rijk worden aanzienlijk.
Waar ben je momenteel mee bezig?
Ik werk nu met toneelvereniging Eendracht Maakt Macht uit Middelie aan het toneelstuk ‘Dwaasheid heeft haar eigen recht’, wat we ooit met ‘d Ye ook al eens speelden. Daarnaast ben ik bezig een muziektheaterstuk op te zetten op basis van Peer Gynt, het dramatische gedicht in 5 delen van Henrik Ibsen. Dit alles zou in de zomer van 2012 gestalte moeten krijgen, maar we gaan pas publiek als de kwaliteit in orde is. Dat is voor mij heel erg belangrijk. Ik verwacht echter dat dit gezien de samenstelling van de cast geen enkel probleem zal zijn.
