Kees Torn, nooit meer in Volendam
Kees Torn, taalvirtuoos, schrijver van absurde gedichtjes, fragiel gebouwde en warrige man, loopt al heel wat jaartjes mee en heeft inmiddels 9 theatershows achter de rug. In 1994 won hij het Leids Cabaret Festival en in 1999 de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste theaterlied van 1998 ('Streepjescode’). In november 2007 won Torn zelfs de Poelifinario voor z’n programma 'Dood en Verderf'. Op vrijdag 13 april deed hij met z’n allerlaatste voorstelling ‘Loze Kreten’ de PX aan. Torn stopt er namelijk mee. “Ik leef al bijna twintig jaar zonder vakantie. Steeds nieuwe programma's ophoesten, piekeren, persberichten maken. Ik dreig in herhaling te vallen. Het is nu tijd voor de natuur, wetenschap en liefde.”
Kees Torn lijkt (en is dat waarschijnlijk ook) een rommelige flierefluiter die het protocol van een ‘normale’ voorstelling vermijdt om duidelijk te maken dat hij de mens niet ziet als de kroon op de schepping. “Het komt in orde met deze planeet, als wij maar met z’n allen oprotten!” Zelfs met woorden die niet rijmen ziet hij kans om humoristische rijmpjes te maken. Hij begeleidt zichzelf hierbij op piano en doet dit meer dan verdienstelijk. In z’n eigen trage en hakkelende tempo schiet hij alle kanten op. Het lijkt soms wel of hij zomaar wat doet, zo stuntelig en onbeholpen komt hij soms over. Dit is echter maar schijn, want hij weet precies wat hij doet. Een vergelijking met Hans Dorrestijn is snel gemaakt. Z’n voorstellingen kenmerken zich door liedjes, gedichten, overpeinzingen en een-tweetjes met het publiek. Hier zijn er een paar: “In m’n beginjaren rookte ik veel. Dat was toen nog niet dodelijk.” En “Antieke instrumenten, vroeger had je die nog niet.” Een van de hoogtepunten was een variant op Annie M.G. Schmidts ‘Vluchten kan niet meer’, dat hij en passant nog even ontleedt en afserveert als ‘prutswerk'. Voor Kees Torn is het spelen met taal een voorwaarde voor cabaret.
Na de pauze dutte het programma af en toe wat in. De verhandelingen over wetenschap, de kosmos, de evolutietheorie, neutrino’s en elementaire nucleaire deeltjes duurden soms te lang. Dit was dan ook het enige minpuntje van de voorstelling.
Torn heeft een aangeboren gevoel voor taal, rijmschema’s en relativering en kan een vrolijk liedje zomaar laten ontsporen tot iets super lulligs. “Ik ken zelfs mensen die een wekker zetten om in de file te gaan staan.” Hij hoeft niet grof of hard te zijn, maar is superieur in spitsvondige oneliners, zoals “Oeverloze gesprekken, die kant noch wal raken.” en “Waar ik vandaan kom? Ik zeg meestal ’van de slijter’, want dat is vaak zo.” Tot slot nog één one-liner om even over na te denken en om te glimlachen: “Ik zou m’n leven willen geven, om niet dood te hoeven gaan.” Gezien de lachsalvo’s in de zaal en het gulle applaus na afloop, had het publiek zich prima vermaakt en daar gaat het toch om bij een avondje theater.
