Naar de inhoud

Vincentius-directeur Evert Kroon: “De omgeving waarin een kind opgroeit is enorm belangrijk” (foto)

Bron: Stadskrant

Wanneer ik voor mijn gesprek met Evert Kroon de Meidoornlaan in wandel, merk ik dat er ten opzichte van 40 jaar geleden bar weinig veranderd is. Aan de linkerkant het vertrouwde blok eengezinswoningen en rechts de Vincentiusschool. Aan het einde van de straat staat de voormalige Don Bosco-MAVO waar ooit een Edamse leerling een okergele Garelli tegen het hek op parkeerde. Remkabel kapot. De leerling overleefde het, de bromfiets niet.

Mijn gesprekspartner van deze week is een man, die er binnen de onderwijswereld van Edam-Volendam om bekend staat, dat hij graag zelf methodes ontwikkelt om leerlingen naar een hoger plan te brengen. We hebben het hier over leerlingen die zoals Evert het prachtig verwoordt ‘een veelheid aan problematiek’ met zich mee nemen. Dat kan variëren tussen diverse gradaties van ADHD, autisme, dyslexie, maar ook leerlingen die een negatief zelfbeeld hebben of worden weggepest bij ‘normale’ scholen. Nadat Evert zijn administratie heeft afgesloten steken wij van wal.

Kun je iets over je jeugd vertellen?
Ik ben 53 jaar geleden geboren in de Iepenlaan. Zoals jij je misschien ook wel kunt herinneren was dat de tijd waarin deze straat de grens vormde tussen het dorp en het weiland. Niet zelden stond er dan ook bij ons een koe in de tuin wanneer deze was losgebroken. Het was ook de tijd waarin het zand voor de nieuwbouw werd opgespoten en het voor ons kinderen een paradijs was om in te spelen.

Het gezin Kroon?
Vader, moeder en drie kinderen. Voor Volendamse begrippen vrij klein. Mijn vader had een heibedrijf en had vooral in de Zaanstreek veel klanten. Het zou mij niet verbazen als blijkt dat mijn vader geheel Assendelft van palen heeft voorzien. Ik ging ook vaak mee met mijn vader en vond het allemaal fantastisch.

Hoe ben je op het pad van onderwijs gekomen?
Op de klassieke manier. Eerst naar de Petrusschool, toen naar de Don Bosco-MAVO, daarna de HAVO in Amsterdam en vervolgens de Pedagogische Academie (PA). Na deze soepel doorlopen schooltijd, werd ik voor een grotere uitdaging geplaatst; hoe kom ik in 1981 – wanneer de werkloosheidcijfers alarmerend hoog zijn – aan een baan?

Dat werd een hele speurtocht
Nee, integendeel. Ik kon vrij snel kiezen uit drie banen. Twee in Edam en één in Kwadijk. Ik heb uiteindelijk gekozen voor de Molenakker in Edam en daar heb ik met heel veel plezier zeven jaar gewerkt. Het was een school in opbouw, met een team dat onderling  goed samenwerkte en daarnaast hadden wij ook een constructieve relatie met de ouders. Ik werd er uiteindelijk adjunct-directeur, maar zou toch verder trekken, omdat ik toch het gevoel had dat ik de manier van onderwijs geven wilde wijzigen.

Een andere baan?
Ik solliciteerde naar een baan aan het Don Bosco waar ik Geschiedenis en Nederlands zou  doceren. In de avonduren volgde ik de studies MOa en MOb pedagogiek-onderwijskunde. Rond de tijd dat ik mijn 2e acte binnen had gehaald werd ik benaderd door het bestuur van het SKOV. Zij boden mij een baan voor vijf jaar bij de Vincentius aan, waarna ik dan in het zesde jaar als directeur verder zou kunnen. Ik heb er werkelijk nachten van in het zweet gelegen omdat het aanbod wel goed was, maar dat je moeilijk kon voorzien hoe zes jaar verder de vlag er bij zou hangen. Uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt, toegehapt en tot op de dag van vandaag heb ik er ook helemaal geen spijt van gehad.

Met wat voor kinderen heb je hier te maken en hoe werken jullie met hen?
Je hebt hier te maken met kinderen die op andere scholen moeilijk aarden, worden weggepest of gewoon moeite hebben met leren. De oorzaken zijn divers. Van autisme tot dyslexie en van ADHD tot flinke faalangst.  Wat ons voor ogen staat is om zoveel mogelijk uit de kinderen te halen van wat er in zit. Het mooiste is als het kind aan het eind van het schooljaar de voor hem of haar geprognosticeerde cijfers overtreft. Om een voorbeeld te geven; aan het eind van het afgelopen schooljaar had 38% van de schoolverlaters een hoger uitstroomniveau dan was verwacht. Dat geeft het kind, ons als team en de ouders uiteraard een enorme kick. Het kind tankt zelfvertrouwen en kan de vervolgopleiding met flink wat positivisme tegemoet zien. Ja en dat is natuurlijk waar wij het uiteindelijk voor doen.

Je hebt het over de ouders; hun rol is van groot belang
Absoluut. Hoewel er soms wel eens ouders zijn die in de ontkennende fase verkeren over wat hun kind mankeert, zijn de meesten al geruime tijd op zoek naar een geschikte school voor hun kind. Ze bezoeken de scholen, gaan in gesprek met de schoolleiding en na verloop van tijd nemen ze de beslissing waar hun kind zich het beste zou kunnen ontwikkelen. Zij kennen hun kind immers het beste en kunnen dat doorgaans op waarde inschatten.
In de gesprekken die ik met hen voer vertel ik open en eerlijk hoe wij het kind en het leerplan zien en hoe wij werken. Wij hopen hen hiermee het vertrouwen te geven dat onze methode de ontwikkeling van het kind op gang brengt of versnelt. Elk kind is immers anders. Ontwikkelt zich anders. De meeste voldoening ontvangt het team wanneer ouders zich eens een keer laten ontvallen dat zij hun kind, zoals het was voordat er een school bij aan te pas kwam, weer terug hebben. Dat maakt alle betrokkenen blij.

Jullie volgen de ontwikkeling van een kind op de voet. Is dat niet erg lastig?
De fysieke ontwikkeling van een kind is zichtbaar en dus goed in de gaten te houden. De geestelijke ontwikkeling is echter onzichtbaar en plaatst ouders en leerkrachten nog wel eens voor verrassingen. De omgeving waarin een kind opgroeit is enorm belangrijk. Het gedrag van ouders en andere familieleden vormen rolmodellen voor het opgroeiende kind. Hier op school monitoren wij de kinderen op enorm veel terreinen. Wij houden dagelijks dossiers bij waarin grafieken zijn opgenomen die aangeven of er vooruitgang is gemaakt op bijvoorbeeld het terrein van ‘spelling’. Positieve ontwikkelingen staan in percentages in het groen aangegeven, een gelijke situatie in het zwart en achteruitgang is in het rood aangegeven.

Een gewetensvraag; hoe ben jij als leidinggevende?
Ik hecht aan de verschillen die er in elk mens schuilen dus ook bij mijn collega’s. Ik ben daarom ook niet echt een dirigent die houdt van teamleden die in de houding springen als ik iets ter sprake breng. Ik kijk hoe iemand functioneert, ik luister en probeer tegelijkertijd een werkomgeving te creëren waarin de leerkracht optimaal kan presteren. Voor mij is elk mens van waarde en is het een kwestie van passen en meten om de kwaliteiten die er absoluut aanwezig zijn, de juiste plek te geven.

Wanneer ik concludeer dat jullie voor een specifieke benadering per leerling opteren, dan moet de manier waarop bijzonder onderwijs vanuit Den Haag dwingend wordt voorgeschreven, niet echt jullie ding zijn
Elke leerling is anders, maar ook elke leerkracht heeft zijn of haar eigen specifieke kwaliteiten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat wij voorgeschreven lesmethodes regelmatig als beklemmend ervaren. Je kunt het vergelijken met het laten maken van een kozijn. Wanneer je twee identieke exemplaren bestelt bij twee verschillende vakkundige timmerlieden, dan mag je verwachten dat je ook twee identieke kozijnen afgeleverd krijgt. De manier waarop ze echter gemaakt zijn kan enorm verschillen. De een begint met het zagen van het hout, de ander zoekt eerst de noodzakelijke houtklemmen en lijm bij elkaar, om daarna pas aan het zagen te beginnen. Zo kan het dus met lesmethodes ook. Er zijn veel verschillende wegen die naar Rome leiden. Als het resultaat maar naar volle tevredenheid is.

Een 40-urige werkweek is aan jou niet besteed
Kijk maar eens op dit A4’tje. Ik houd sinds kort een administratie bij van de extra uren die ik maak. Werkdagen van 7.00 tot 19.00 uur zijn echt geen uitzondering. Ik weet dat het er tegenwoordig allemaal bij hoort, maar het is bij tijd en wijle toch heel zwaar.

Waar vind je de tijd om je te ontspannen?
Dat lukt mij vrij aardig. Ik kan bijvoorbeeld flink wat geestelijk ballast kwijt met fietsen. We maken regelmatig met vrienden intensieve tochten door de Ardennen en zuidelijk Limburg. Achter jou hangt nog een foto van mij toen ik de over de top van de Galibier ging, dus ook tijdens vakanties gaat de fiets mee. Naast het fietsen in de zomer kan ik mijn energie ook behoorlijk goed kwijt in het schaatsen. Het zijn twee complementaire sporten die ik bijzonder graag beoefen.  

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.