Strafrechtelijk onderzoek inzake o.a. smaad en belediging afgerond
Het strafrechtelijk onderzoek dat was ingesteld naar aanleiding van aangiftes door de Burgemeester van Edam-Volendam en enkele gemeenteambtenaren inzake o.a. smaad en belediging, is afgerond. Aanleiding voor de aangiftes waren uitlatingen die door verschillende personen zijn gedaan in publicaties rondom de wijze waarop de gemeente is omgegaan met het ontslag van een brandpreventieambtenaar.
Een rechtspersoon (Stichting), drie inwoners van Volendam die gelieerd zijn aan de Stichting en de brandpreventieambtenaar zelf werden hierbij als verdachte aangemerkt. Het onderzoek is uitgevoerd door de politie Kennemerland onder leiding van het Openbaar Ministerie (OM) Noord-Holland. Het onderzoek richtte zich op de vraag of er sprake is geweest van strafbare feiten. Het OM komt op basis hiervan tot de volgende conclusies.
Het staat burgers in beginsel vrij om hun mening kenbaar te maken en het is niet zonder meer aan het OM om een inhoudelijk oordeel te vellen over kwesties waarover burgers naar buiten treden. Wel is het zo dat burgers in hun uitlatingen de strafrechtelijke grenzen hebben te respecteren.
In dit onderzoek heeft het OM geconstateerd dat de Stichting en de drie daaraan gelieerde personen (W.I.M. Keizer, P.J. Louter en H.M. Schilder) zich in diverse publicaties schuldig hebben gemaakt aan de strafbare feiten smaad en belediging. Meermalen zijn de Burgemeester en enkele gemeenteambtenaren beticht van machtsmisbruik, intimidatie, pesten en niet integer handelen. Eerder kwam de civiele rechter al tot het oordeel dat dergelijke uitlatingen als persoonlijke aanvallen en verdachtmakingen zijn te kwalificeren en dat deze onnodig grievend, beledigend en smadelijk zijn. Het OM deelt deze conclusie.
Bij de vervolgingsbeslissing heeft het OM een aantal belangen tegen elkaar afgewogen. Uitgangspunt is dat het burgers in beginsel vrij staat om hun mening kenbaar te maken. Deze vrijheid gaat echter niet zover dat zij als vrijbrief kan worden gebruikt voor persoonlijke aanvallen en verdachtmakingen. In dit geval speelt bovendien een rol dat personen met een publieke taak hun werk moeten kunnen doen zonder daarbij slachtoffer te worden van strafbare feiten. Mede gelet op de ernst en de frequentie van de strafbare uitingen in de publicaties, is een strafrechtelijke reactie op zijn plaats.
Wat echter ook is meegewogen, is het feit dat deze kwestie al eerder aan de civiele rechter is voorgelegd en de publicaties sinds dat vonnis in toon zijn gematigd. Tenslotte heeft het OM meegewogen dat de lokale gemeenschap van Edam-Volendam niet alleen door de gewraakte publicaties, maar ook door een eventuele strafrechtelijke vervolging in deze zaak, steeds weer wordt herinnerd aan de traumatische Nieuwjaarsbrand van 2001, hetgeen, voor zover mogelijk, voorkomen zou moeten worden.
Alles afwegende heeft het Openbaar Ministerie besloten om de Stichting en de drie daaraan gelieerde inwoners van Volendam een waarschuwing te geven in de vorm van een voorwaardelijk sepot. Er is volgens het OM wel sprake van strafrechtelijk verwijtbaar handelen, maar zij zullen hiervoor niet vervolgd worden, mits zij zich gedurende de proeftijd van 2 jaar niet opnieuw schuldig maken een enig strafbaar feit (zoals bijvoorbeeld smaad of belediging).
De zaak tegen de brandpreventieambtenaar zelf, tegen wie aangifte was gedaan door één van de gemeenteambtenaren, is geseponeerd. Er is niet gebleken dat hij in strafrechtelijke zin betrokken is geweest bij de smadelijke en beledigende passages in de diverse publicaties.
Alle betrokkenen zijn inmiddels op de hoogte gesteld van deze beslissing.