Flitser op N247 Amsterdam richting Monnickendam hm 33.3 (10.10 uur)
#N247 #NH N247 Amsterdam ri Monnickendam thv hmp 33.3 FlitsNav: app.lk/flitsnav Controle gezien? Tweet @flitsservicenl
— Flitsservice.nl (@FlitsserviceNL) 5 februari 2013#N247 #NH N247 Amsterdam ri Monnickendam thv hmp 33.3 FlitsNav: app.lk/flitsnav Controle gezien? Tweet @flitsservicenl
— Flitsservice.nl (@FlitsserviceNL) 5 februari 2013Aan de Gemeenteraad van Edam-Volendam
Postbus 180,
1130 AD Volendam
Volendam, 31 oktober 2011
Betreft: Oplossing kwestie Cees Bont
Geachte leden van de gemeenteraad,
Natuurlijk kent u ons nog, al is het al weer even geleden dat we van ons hebben laten horen. Wij zijn van de stichting die de waarheid in de zaak ‘Cees Bont’ probeert te achterhalen en die al heel wat belangwekkende feiten boven tafel heeft weten te krijgen. Natuurlijk maken wij daarmee vijanden, maar hopelijk niet onder mensen die in de waarheid zijn geïnteresseerd. Op dringend verzoek van Cees Bont hebben wij enige tijd radiostilte in acht genomen. Dat betekent echter niet dat we ondertussen stil hebben gezeten. Recent hebben wij hem laten weten ons niet meer aan de afspraak tot radiostilte gebonden te achten. De redenen daarvoor zijn van verschillende aard, maar zijn vooral gebaseerd op onze bezorgdheid dat de bestuurlijke aanpak, sinds het aan de orde stellen van de problematiek, ons onvoldoende aanwijzingen geeft voor de bereidheid om Cees Bont recht te doen. Dat is vooral te wijten aan het feit dat u de klager in de handen heeft gelaten van de aangeklaagden.
In januari van dit jaar, tijdens een geheim gehouden deel van de vergadering van het Presidium van uw raad, lieten de fractieleiders zich overtuigen door misleidende argumenten die de burgemeester door zijn advocaat had laten opstellen. Vindt u het achteraf ook niet wat merkwaardig dat de burgemeester daar een advocaat voor nodig had? Wij niet. De burgemeester durfde niet op zijn eigen interne organen te vertrouwen. Het was het doel van die advocaat om de in het rapport ‘Afgebrand’ gedane beschuldiging van de bestuurlijk onbehoorlijk gedrag te neutraliseren en onder controle van de burgemeester te brengen. Dat doel werd zonder duidelijk verzet van de fractieleiders bereikt.
Onvoorbereid werden zij in die vergadering door de voorzitter, terzijde gestaan door diens advocaat, bestookt met misleidende argumenten die bekwaam gemixt waren met sneren naar de samenstellers van het rapport en met de van een kennelijk louche psycholoog afkomstige suggestie dat Cees Bont met psychisch onverwerkte problemen zou kampen. Een bekend en bepaald niet uniek recept dat nogal eens wordt gebruikt door minder integere mensen die zich van een hinderlijk probleem willen ontdoen. Jammer dat dit recept niet door de fractieleiders werd herkend. Daarnaast werd de fractieleiders een gemakkelijke uitweg geboden om te ontkomen aan het verzoek van de stichting RCB om de gemeenteraad een onderzoek te laten doen. Met een juridisch volstrekt niet houdbare mantra werden de fractieleiders op het verkeerde been gezet. Het zou om een arbeidstechnische aangelegenheid, dus om een zaak voor burgemeester en wethouders, gaan. Vervolgens leverden de fractieleiders de klager onnadenkend uit aan de aangeklaagden en verloren daarmee een faire rechtsgang uit het oog. Wie de gangbare jurisprudentie op dit terrein er op na slaat (bijvoorbeeld: ABRvS 28 juli 2004 200400333/1 LJN: AQ5778), ziet al snel dat het kernargument van de burgemeester en zijn advocaat geheel niet door jurisprudentie wordt ondersteund. De fractieleiders werden dus misleid door ze informatie, die tot een ander oordeel zou kunnen leiden, te onthouden. De advocaat moet dat zeker hebben geweten. Maar hij was aangenomen om de burgemeester uit zijn lastig parket te helpen. De gemeenteraad bewegen om af te zien van onderzoek betekende immers ook: verhinderen dat pijnlijke feiten aan het licht zouden komen.
Uit het oogpunt van uw taak om individueel als raadslid en collectief als gemeenteraad controle uit te oefenen over het bestuur, kan die gang van zaken geen schoonheidsprijs worden toegekend. In een geheim gehouden deel van de vergadering werden de fractieleiders met geheim te houden argumenten en een geheim te houden rapport ( de ‘verkorte analyse’) de kans ontnomen om als controlerend orgaan op te treden. Voor een behoorlijke oordeelsvorming ontbrak de vereiste confrontatie tussen de feiten uit het rapport “Afgebrand’ en de door de burgemeester en zijn advocaat gevoerde verdediging. In een afwegingsproces waarin alleen de verdediging aan het woord komt, kan de aanklacht gemakkelijk weg gewoven worden. Onder dekking van geheimhouding konden de advocaat en zijn cliënt hun verdediging aan weerlegging onttrekken. Een effectieve techniek, maar absoluut van een uiterst bedenkelijk soort.
De door de burgemeester en zijn advocaat gebruikte argumenten en informatie beschouwt de stichting niet als een juiste, open en zuivere weergave van het gebeurde. De argumenten waren toegesneden op verdediging en op verbergen in plaats van u op transparante en volledige wijze te informeren. Die verdediging heeft het standpunt van het Presidium beïnvloed, zoals ook de bedoeling was, en de gekozen ‘overvalstrategie’ bepaalde mede de ruimte voor de keuzes die het Presidium kon maken. Hen werd weinig tijd gelaten. Het was een miskenning van het recht op volledige informatie en getuigde van een weinig respectvolle omgang met uw autonomie als gemeenteraad en met uw controlerende functie. U dient immers in de gelegenheid te worden gesteld om tot waarheidsvinding zodat u tot een daarop gebaseerd afgewogen oordeel kan komen. De door de burgemeester en zijn advocaat gevoerde verdediging kan worden gekarakteriseerd als een gebrek aan bereidheid om daar aan mee te werken. De voor hen pijnlijke of schadelijke informatie werd door hen achtergehouden. Het Presidium werd niet volledig geïnformeerd. Daarmee werden niet de belangen van Cees Bont gediend, maar de belangen van degenen die in het rapport ‘Afgebrand’ op kritische wijze voor het voetlicht waren gebracht.
Wij kunnen niet verhelen dat die uitkomst voor ons een grote teleurstelling was. We mogen echter van geluk spreken dat de Nationale ombudsman minder gemakkelijk te overtuigen was en wel besloot om de zaak in onderzoek te nemen. Nu het naar buiten komen van de standpuntbepaling door de ombudsman nog een kwestie van weken is, komt de zaak wederom op uw bord te liggen. De standpuntbepaling van de ombudsman over de vragen: of de gemeente zich (1) voldoende heeft ingespannen voor de rehabilitatie van Cees Bont na de beschuldigingen van plichtsverzuim die door toenmalig burgemeester IJsselmuiden waren gedaan in een televisie-uitzending, en of er (2) sprake is van behoorlijk handelen door de gemeente in de situatie die tot zijn vertrek bij de gemeente heeft geleid, wordt ook door ons met spanning afgewacht.
Uit alle informatie die wij hebben verzameld is er inmiddels een duidelijker beeld ontstaan van de beweegredenen die tot verdrijving van Cees Bont uit zijn werk bij de gemeente hebben geleid. Gemakshalve zouden we het kunnen omschrijven als de ‘wraak van IJsselmuiden’. Eigenlijk moeten we spreken van de ‘IJsselmuidenaren’, dat wil zeggen: een beperkt aantal ambtenaren en politici die het goed uitkwam om Cees Bont als de ultieme zondebok aan te wijzen. Hoewel extern onderzoek ondubbelzinnig heeft uitgewezen dat van alle betrokkenen, Cees Bont als enige niets te verwijten viel, is dat externe oordeel door hen nooit geaccepteerd. Rehabilitatie door de gemeente bleef daarom uit. Burgemeester Bulte bood Cees Bont voldoende bescherming tegen degenen die hem nog steeds als zondebok zagen. Na zijn vertrek viel die bescherming weg en werd het ‘IJsselmuidenscenario’ –Cees Bont is een ambtenaar die we nooit hadden moeten aannemen en waar we vanaf moeten- alsnog uitgevoerd. Hoewel dat oordeel op geen enkele manier wordt ondersteund in de externe rapportages van de commissies Alders en van Polak-Versteeg, blijft de behoefte om een zondebok aan te kunnen wijzen hardnekkig bestaan. Een zondebok verhult de tekortkomingen van anderen.Deze dynamiek sluit naadloos aan bij alle wetenschappelijk sociaal-psychologisch onderzoek naar het fenomeen van het aanwijzen van zondebokken. Als regel betreft die rol degene die ergernis verwekt omdat hij de gemeenschappelijke missie het meest trouw is gebleven en het minst te verwijten valt. Deze analyse verklaart ook waarom er in de zaak Bont sprake is geweest van gezochte en geforceerde bewijsvoering tegen hem, van een ongebruikelijke procedure en van intimidatie om hem te dwingen op te stappen. Deze analyse voorziet ook in de tot nu toe onbeantwoorde vraag waarom een goed functionerende ambtenaar in hemelsnaam moest worden weggewerkt. Processen als deze zijn niet van rationele aard, maar komen voort uit emotionele drijfveren. Dit heeft als gevolg dat eenieder van wie een oordeel over het gebeurde wordt gevraag, zich rekenschap dient te geven van de aard van de situatie. Het verweer van degenen die behoefte hadden aan een zondebok kan logisch klinken, maar is dat bij nader onderzoek zelden. Als regel wordt dat verweer gekenmerkt door manipulatie van de opinievorming ten nadele van de zondebok en diens helpers. Het verweer bestaat dan ook als regel uit meningen, pseudo-feiten, onwaarachtige verklaringen omtrent beweegredenen en vijandige interpretaties. Betrouwbare en verifieerbare documentatie of feiten ontbreken. In tegenstelling tot de verweerders heeft de stichting RCB in het rapport ‘Afgebrand’ royaal voldoende naar documenten en feiten verwezen. In het nog uit te brengen rapport ‘De Onderste Steen’ zal nog uitvoeriger op deze analyse en de bewijsgronden daarvoor worden ingegaan.
Als er een kritisch oordeel van de Nationale ombudsman komt, zal dat kritisch oordeel de gemeente betreffen en niet de personen binnen de gemeentelijke organisatie die de feitelijke verantwoordelijkheid droegen voor de gebeurtenissen. Dat stelt niet alleen vragen naar de collectieve verantwoordelijkheid van het college en de controlerende functie van de gemeenteraad. Het gaat in dit verband ook om de vraag is of sprake is van een herkenbaar patroon van tekortschietende bewaking van de integriteit van het handelen en het gedogen van integriteitschendingen. Het rapport ‘Afgebrand’ bevat daar meerdere instructieve voorbeelden van, bijvoorbeeld het buiten spel zetten van de afdeling P&O.
Als stichting staan wij nog steeds vierkant en onverkort achter hetgeen door ons in het rapport ‘Afgebrand’ aan de orde is gesteld. Sinds het verschijnen van het rapport is er geen informatie beschikbaar gekomen die het rapport of onderdelen daarvan op overtuigende wijze heeft kunnen weerleggen. De documenten waarnaar werd verwezen, bestaan. Sinds enige tijd hebben wij een vervolgrapport, ‘De Onderste Steen’, in bewerking dat niet alleen een verdere beargumentering en bewijsvoering bevat van het in het rapport ‘Afgebrand’ aan de orde gestelde, maar ook laat zien dat de acties en reacties van burgemeester c.s. sinds het verschijnen van het rapport niet beantwoorden aan eisen die uit het oogpunt van na te streven bestuurlijke integriteit zouden moeten worden gesteld. Een van de voorbeelden daarvan betreft bijvoorbeeld de pogingen van Cees Bont om in het bezit te komen van een door de gemeente verstrekt exemplaar van de geheime ‘verkorte analyse’ die in het Presidium aan de fractieleiders ter beschikking is gesteld. Het gaat over hem en over zijn zaak. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de gemeente dat formeel voor hem verborgen wenst te houden. De zaak is inmiddels via een beroep bij de rechtbank beland. De gedrevenheid waarmee de burgemeester en zijn advocaat proberen te voorkomen dat Cees Bont kan beschikken over een op zijn door de gemeente verstrekt exemplaar van die analyse is niet alleen hoogst verwonderlijk, maar heeft ook geleid tot een nogal bizarre door de gemeente ingenomen juridische positie in deze zaak. In dit verband wijzen we er graag nog op dat de geheimhouding slechts een informele basis heeft omdat is nagelaten om het betrokken document conform de gemeentewet als geheim aan te merken.
De burgemeester beschikt kennelijk over onuitputtelijke fondsen met behulp waarvan hij probeert te bereiken dat de voor hem en enkele anderen schadelijke waarheid, aan het licht komt. Volgens onze informatie heeft de door hem ingeschakelde juridische bijstand al ongeveer tachtigduizend euro gekost en dat bedrag zal in de nabije toekomst zeker tot honderdduizend euro en meer oplopen. Het is zeer de vraag of dit vrijmoedig putten uit belasting- en gemeenschapsgelden door u voorzien is en uw instemming heeft. Met nadruk wijzen wij er nog eens op dat die kosten uitsluitend en alleen worden gemaakt om te voorkomen dat de gehele waarheid aan het licht komt. Uiteraard is Cees Bont daar wederom het slachtoffer van. Het lijkt ons dan ook een terechte vraag of u deze toestand ongewijzigd laat voort bestaan.
U bent door alle informatie die beschikbaar is gekomen thans heel wat beter geïnformeerd over de gebeurtenissen die in het rapport ‘Afgebrand’ aan de orde zijn gesteld. Veel beter in ieder geval dan de fractieleiders tijdens die vergadering van het Presidium, waar zij gemakkelijk kon worden overgehaald om het standpunt en het beleid van de burgemeester te delen. Indien echter zou blijken dat de Nationale ombudsman in grote lijnen de kritiek uit het rapport ‘Afgebrand’ onderschrijft, doen er zich een aantal problemen voor.
Dan staat niet alleen het bestuurlijk handelen zoals beschreven in het rapport ‘Afgebrand’ ter discussie, maar eveneens het bestuurlijk handelen sinds het uitkomen van dat rapport. U bent daar onmiskenbaar indirect bij betrokken geraakt. Wat ons betreft staat uw integriteit niet ter discussie maar de wijze waarop u in staat wordt gesteld uw controlerende functie uit te oefenen. Daarom lijkt geboden de gevolgde procedure, en met name vanaf het kernmoment: de besluitvorming in het Presidium, in kritische zin te evalueren.
Het lijkt ons ook goed om u er op attent te maken dat de agressieve stijl van de door de burgemeester in de arm genomen advocaat bepaald niet overal even welwillend is ontvangen. De als gemachtigde van de gemeente optredende advocaat lijkt, voor zover we daarvan kennis hebben kunnen nemen, een eigen agenda te hebben naast die van de gemeente. Hij lijkt er nog meer dan de gemeente op gebrand te zijn dat Cees Bont in niets wordt tegemoetgekomen.
Voor ons is het van het allergrootste belang belang en gewicht dat het aan de orde gestelde in de geheim gehouden ‘verkorte analyse’ van 25 januari 2011 aan een nader onderzoek wordt onderworpen en hetzelfde geldt voor het bestuurlijk handelen sindsdien. Wij hebben voorspeld dat de weinig integere aanpak die tot het vertrek van Cees Bont bij de gemeente heeft geleid, herkenbaar zou zijn in de vervolgaanpak. Daar hebben we geen ongelijk in gekregen. De belangen van Cees Bont kunnen echter niet blijvend worden genegeerd en in de handen gelaten van degenen die hun eigen belang boven het zijne stellen en op die wijze verhinderen dat zijn zaak de aandacht krijgt die nodig is.
Het is niet aan ons om u te adviseren hoe u met de gegeven en komende situatie dient om te gaan. Wij willen echter niet nalaten u nog eens bewust te maken van uw controlerende taak die als een van de belangrijkste waarborgen voor het functioneren van de democratie en het waarborgen van de integriteit van het bestuurlijk handelen jegens alle burgers dient te worden gezien. Cees Bont is daar afhankelijk van. In dit verband beschouwen wij uw omgaan met deze zaak als een testcase voor bestuurlijke integriteit en bepalend voor de toekomst van Cees Bont.
Wij maken het u niet gemakkelijk. Dat beseffen we. Maar ongemakkelijke zaken zijn als de bekende zure appel. Er moet nu eenmaal doorheen gebeten worden. De sneren die eerder tegen onze reputatie en intenties zijn ingezet, waren niet meer dan een onsmakelijke poging om uw aandacht af te leiden van de pijnlijke feiten die we aan de orde hebben gesteld. Feiten die naar onze overtuiging ook de ombudsman niet zullen zijn ontgaan.
Het zijn feiten waarvan iemand als eens heeft gezegd: “zelfs als ze maar voor de helft waar zouden zijn, is het al een zeer ernstige zaak”. Voor ons was dat een bemoedigende uitspraak. Als de helft al genoeg is om het als een zeer ernstige zaak te bestempelen, zal het volledige feitenmateriaal zeker overtuigend genoeg zijn. U heeft de mogelijkheid om die feiten te controleren. U heeft de mogelijkheid om daar uw eigen conclusies uit te trekken. Of Cees Bont recht geschiedt is volledig afhankelijk van uw oordeel. Als u zich daarbij uitsluitend verlaat op informatie van belanghebbenden, kan dat niet tot een in onafhankelijkheid tot stand gekomen oordeel leiden.
Bij de aanbieding van het rapport ‘Afgebrand’ hebben we uw autonomie volledig gerespecteerd. We hebben daarbij niet meer gedaan dan een verzameling van feiten aanbieden en deze van onze weging voorzien. We hebben daarbij u niet meer gevraagd dan: “onderzoek of het klopt”. Dat leek ons toen, gezien de door ons geuite beschuldigingen, de meest open, faire en integere aanpak.
Voor een oplossing van de kwestie is het nog steeds niet te laat, maar de tijd dringt!
Hoogachtend,
namens het bestuur van de stichting
Rehabilitatie Cees Bont
H.J. Schilder, secretaris