Nieuwe uitkering voor getroffenen Nieuwsjaardbrand
Ruim twaalf jaar na de Nieuwjaarsbrand wacht de getroffenen die in 2003 de FI-keuring ondergingen een nieuwe eenmalige uitkering. Het uitvoerende orgaan, de SSNV (Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam), maakt tevens de balans op in een visiedocument. Daarin wordt de rol uitgelicht die de stichting tot dusver vertolkte, maar ook de vraagstukken van de toekomst behandeld. Uit dat document blijkt onder meer dat het aantal aanvragen voor psychische hulp de laatste jaren is toegenomen. Dit keer doet de SSNV ook een uitkering aan de ouders van de bij de ramp overleden jongeren, gezien de (financiële) gevolgen die deze ramp voor hen heeft gehad en in de toekomst nog hierdoor kunnen ondervinden.
Geld kan het verdriet, gemis, lichamelijk en psychisch leed niet wegnemen, maar het is een gegeven dat de overheid nadien bij geen ramp zo tegemoetkwam aan dat slachtofferleed dan bij die van de Nieuwjaarsbrand in Volendam. Wat ooit begon met een door de SSNV aan de Tweede Kamer afgegeven petitie voor een letsel-schaderegeling. Het kabinet stelde vervolgens 30,1 miljoen euro beschikbaar. Ook de Nederlandse bevolking bracht miljoenen euro's bijeen.
Rapportage
In 2004 werd de eerste uitkering gedaan aan getroffenen, in het kader van de Regeling Functionele Invalidititeit. „Er moest een periode tussen zitten voor een nieuwe eenmalige uitkering. In het nieuwe politieke landschap kunnen dingen veranderen, maar de inspecteur heeft ingestemd met de uitkeringsronde welke we nu aan het voorbereiden zijn zonder dat daar heffing van inkomstenbelasting over volgt", aldus Erik Tuijp, voorzitter van de SSNV.
Er zal drie miljoen euro worden verdeeld onder de talrijke getroffenen. Het grootste deel van dat bedrag vloeit voort uit de toen gesloten overeenkomst tussen de BSNV, de gemeente en voormalig pandeigenaar Jan Veerman. Tuijp: „Plus de rente daarvan. Daarnaast keert de SSNV zeven ton euro van het eigen vermogen uit."
Het betreft de tweede en laatste uitkeringsronde aan de slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand die zich destijds inschreven voor de Functionele Invaliditeitsregeling. Aan de huidige ronde gingen de nodige gesprekken vooraf. „Alles gebeurt in overleg met de fiscus, waar wij ook de kostencomponent moeten aan kunnen tonen. Er wordt een onderbouwende rapportage verlangd en daarvoor hebben we als stichting behoorlijk wat gesprekken gevoerd, om zo uiteindelijk Price Waterhouse Cooper te kunnen voeden voor die rapportage."
„Uiteraard is gekeken op basis waarvan we gaan uitkeren. Het liefst zouden we de FI-keuring opnieuw doen, maar zo'n operatie is vanuit het kostenoogpunt onuitvoerbaar. Daarom houden we vast aan de destijds met een inschatting op het toekomstperspectief vastgestelde FI-percentages."
Enkele getroffenen reageerden bij die aankondiging richting SSNV, evenzeer met de vraag om opnieuw te worden gekeurd. „Omdat hun situatie is gewijzigd en het percentage in hun ogen nu hoger zal uitvallen. Maar om causaal verband te leggen met de Nieuwjaarsbrand zou je dan opnieuw een grondige keuring moeten laten verrichten en zoals gezegd is de organisatie daarvan te kostbaar. We zijn immers gebonden aan het gelijkheidsbeginsel. Dan moet iedereen dus een herkeuring ondergaan. Destijds is door de deskundigen die de FI-keuringen hebben verzorgd zoveel mogelijk rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen. Zij hebben dus zoveel mogelijk rekening gehouden met de toekomst op basis van hun respectievelijke medische deskundigheid."
Veertig jaar
„We willen meedenken en bekijken iedere casus apart van de mensen die gereageerd hebben, maar zullen verwijzen naar de bestaande kostenregeling, waar overigens niet altijd gebruik van wordt gemaakt door getroffenen. Die regeling geldt voor veertig jaar, maar regelmatig blijkt dat mensen onvoldoende op de hoogte zijn van het feit dat voor alle niet vergoede kosten een tegemoetkoming in de extra kosten kan worden gevraagd bij het loket van de NNV, gevestigd bij de gemeente. Het is recentelijk gebleken en dat zal ook straks blijken dat de toekomst van een ieder onzeker blijft. Het is een gegeven dat het aantal aanvragen voor psychische ondersteuning gestegen is. Dergelijke behandelingen worden tot een beperkt aantal vergoed en voor de resterende, daar was de uitkering van 2004 voor bedoeld. Als de inkomsten om welke reden dan ook terugvallen, mogen wij dat niet aanvullen.
We mogen simpelweg niet aan inkomstenderving doen", aldus Tuijp. „Wel reserveren wij nog een belangrijk deel van ons vermogen zijnde één miljoen euro voor de toekomst." De vrijwilligers van de SSNV, zowel de bestuursleden als de mensen die hen ondersteunen (Joke Zwarthoed en Thoom Smit), nemen 2013 als jaar om te overzien wat er in de toekomst met de SSNV moet gebeuren. „Dit is de slotuitkering, dus we moeten overdenken waarvoor we nog bestaan. Wat is een verstandige en verantwoorde manier om het nog beschikbare vermogen van de SSNV aan te wenden en belangrijk is hoe de `lange termijn-nazorg' goed geborgd is, conform onze doelstellingen."
„De eerste voorkeur van ons bestuur gaat uit naar een eventuele juridische fusie met de NNV (Nazorgstichting Nieuwjaarsbrand Volendam), het uitvoerende orgaan van de kostenregeling, een optie is. Er moet wel bekeken worden in welke vorm dat wordt gegoten. Opdat onze doelstellingen voor de lange termijn en het evenwicht tussen alle betrokken partijen worden gewaarborgd."
Zorgbehoefte
Op www.ssnv.nl vindt men de beide regelingen van de uitkeringen, alsmede het beleidsplan van de Stichting. Met betrekking tot het zorgvraagstuk, de actuele situatie van de getroffenen en nabestaanden, wordt aangemerkt dat getroffenen de afgelopen jaren diverse medische behandelingen hebben ondergaan en dat ook richting de komende jaren naarmate de getroffenen ouder worden die zorgbehoefte zal blijven bestaan. De medische situatie van de getroffenen is momenteel vanuit het collectief bezien stabiel, met een aantal uitzonderingen.
Vanwege de het onvoorspelbare karakter van de lichamelijke en psychische klachten in de toekomst, alsmede de versobering van zorgvergoedingen ten gevolge, van de kabinetsbezuinigingen, is het voor de SSNV moeilijk in te schatten welk budget het daarvoor dient te reserveren. Tot 2044 heeft de Nazorgstichting een pot van 5,1 miljoen euro voor door getroffenen gemaakte behandelingskosten die niet worden vergoed.