Wethouder Hans Schutt van gemeente Zeevang volgt ontwikkelingen Markermeer met argusogen
“Natuurlijk is het Markermeer ook mijn zorg. Maar als gemeente hebben wij er maar verdomd weinig over te zeggen, want we geven er geen klap op", zegt Hans Schutt. Dat laat onverlet dat de wethouder ruimtelijke ordening van de gemeente Zeevang elke gelegenheid aangrijpt om voor en achter de schermen zijn stem te laten horen. „Bij de door de minister van infrastructuur en milieu bevolen luwte-maatregelen voor het Markermeer gaat het om een krachtenveld, waarbij veel mensen zijn betrokken", aldus de wethouder van Zeevang Anders.
„Met 65 partijen is er onderhand een soort Marktplaats van ideeën ontstaan. Ik heb goed overleg met bestuurlijke instanties. Maar het is mijn zorg hoe zij omgaan met de brede inspraak van zoveel marktpartijen. Het wekt verwachtingen die wij als Zeevangers vooral niet willen." Schutt benadrukt dat voor Zeevang het belang van een goede ecologie prevaleert. „Bij ons speelt geen economisch belang zoals in Hoorn, Edam-Volendam en Monnickendam met zijn havens en bedrijvigheid. We moeten het hebben van rust en natuur. Die beleving moet je intact laten. Dus bij ons geen reuzenrad of casino."
De versterking van de IJsselmeerdijk in opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) door middel van een oeverdijk stemt Schutt in ieder geval hoopvol. „Gelukkig hoeft de dijk bij ons niet vijf jaar op slot voor vrachtwagens die af en aan rij den. Want de dijkversterking tussen Enkhuizen en Hoorn was een enorme ramp, ook kostentechnisch gezien", aldus de wethouder, zelf inwoner van dijkdorp Schardam. „Aan de landkant verandert het aanzicht van de dijk niet. Met de aanpassing aan de waterkant kunnen de meeste mensen leven." Ondanks de inbreuk op het landschap ontmoet ook de bouw van een nieuw gemaal bij Schardam geen weerstand bij de bevolking, stelt Schutt. „We willen allemaal graag droge voeten houden. Daarom voeren nut en noodzaak van het gemaal de boventoon."