Bromet in Waterland: computeren
De jeugd van mijn kinderen ziet er heel anders uit dan de mijne. De oorzaak: de computer. Net als andere ouders lever ik een dagelijks gevecht met mijn kinderen over de computer, en als ik dat niet doe weet ik zeker dat ze al hun tijd besteden aan het spelen van spelletjes. En dus hebben we regels over maximale tijden dat er gecomputerd wordt en proberen de kinderen die vervolgens te omzeilen. Als een politieagent loop ik door het huis om ze naar buiten te sturen. Buiten, waar ze kunnen voetballen, varen, trampolinespringen en verstoppertje spelen. Net als ik vroeger deed toen ik nog kind was (behalve die trampoline dan).
Een verbod op computeren zit er niet in. De oudste twee zitten op een digitale middelbare school en de enige manier om erachter te komen of ze gamen of Franse woordjes leren is meekijken op hun scherm. Ik word er doodmoe van. Toch is het niet alleen kommer en kwel. Via Skype spelen de kinderen de spelletjes samen met vriendjes ver weg, zonder dat ze de deur uitgaan. Eigenlijk is mijn huis vol met kinderen, maar dan virtueel. Net als ikzelf als ik aan het twitteren ben. Het schijnt dat met de komst van de computer problemen met hangjeugd veel minder zijn geworden. De jeugd blijft thuis achter de laptop.
De enige manier om aan de computer te ontkomen is weg gaan bij het stopcontact. Daarom gaan we deze zomer net als vorig jaar op fietsvakantie zonder apparaten. Na een paar dagen zijn ze de computer vergeten en roeren ze dromerig met een stokje in een plas modder. Modder is sowieso een goede concurrent van de computer. Zondag werd in Overleek de jaarlijkse Blubberrace gehouden. Mijn jongste zoon fietste er enthousiast naar toe en rende vrijwillig door 27 modderige sloten. Als hij later terugkijkt op zijn jeugd hoop ik dat hij hij zich dat herinnert. Met je blote voeten door het gras, de wind door je haren, modder in je oren en tot slot afgespoten worden door de brandweer. Daar kan geen computer tegen op.
Laura Bromet