Volendam aan het Comomeer
Het zal 2008 geweest zijn, in de buurt van het Comomeer. Bij de balie van de camping staat een man. Blonde stekels, oorbelletje, sportbroekje en een onmiskenbaar accent. 'Een Volendammer', constateren wij met genoegen. En: 'Als je er eentje ziet, zijn er meer.'
En jawel, nadat de tent staat, blijkt een veldje verderop een volledige Volendamse enclave te zijn neergestreken. 'Dit is een 'gaal' mooie camping' en de omgeving is ook al 'zoe arrug mooi'. En even het 'breggetje' over en je kunt 'bedroevend lekkere' pizza's eten.
Ze komen er al jaren. En nee, het is een fabeltje dat ze met de hele straat op vakantie gaan. Er staan ook familie en vrienden. 'Uit het hele dorp dus.'
De campingbaas is er blij mee. Zijn Volendamse vrienden geven geld uit als water, blijven het liefst de hele dag bij hun tent zitten en houden de boel prima schoon. Alleen die muziek... 'Vinden jullie dat nou echt mooi?'
We blijven hier nog jaren, meent de enclave. Ze mogen nog jaren blijven, vindt de campingbaas over zijn pensioenvoorziening. Het beeld van de handenwrijvende eigenaar kwam gisteren zomaar langs toen ik het volgende las: '22 Volendamse gezinnen zijn na vele jaren op een Enkhuizer camping vertrokken.' Ontevreden. Ze staan nu in Biddinghuizen. Samen.
Hoe zou het aan het Comomeer zijn?