Papa waarom bestaat dood?'
Uit het niets kwam deze vraag van mijn zevenjarige dochter. Gewoon onder het eten, tussen een hapje broccoli en een stukje biefstuk door. Kogelbiefstuk wel te verstaan, want het is immers crisis. Ik doe alsof ik mijn mond vol heb, waarmee ik mezelf enige tijd verschaf om na te denken over een passend en wijs `papa antwoord'.
Ik twijfel welke kant ik op zal gaan. Ga ik de angst voor de dood proberen weg te nemen, of ga ik het rationeel verklaren? Uit een aangeboren protectionisme voor mijn kinderen, ga ik voor de eerstgenoemde optie. "Nou Sterre, dat dood zijn is helemaal niet erg boor. Dat is net als op vakantie gaan. Je gaat ergens naartoe waar het nog veel leuker is dan bier. Als jij doodgaat dan zijn papa en mama dat al en dan wachten wij daar op jou. Beiden dochters kijken me nu argwanend aan. "Is daar dan ook een i-pod en een televisie en is daar ook een McDonalds en een bioscoop?" Weer maak ik handig gebruik van de eetvertragingstruc. Tja, hoe omschrijf je de hemel? Zit Doutzen Kroes daar naakt op een wolkje, speelt Nederland daar iedere week een WK-finale net zolang tot we een keer winnen, is het daar het hele jaar kermis zonder (geestelijke) katers?
Ik besluit de hemel of te schilderen als een paradijs waar pijn, dood, verdriet en angst niet bestaan. Mijn dochter van zeven kijkt me verbaast aan. Maar waarom zijn mensen dan bang om dood te gaan? En waarom zijn al die mensen dan zo verdrietig? Mijn oudste dochter springt bij. "Ja papa, gunnen die mensen die persoon die doodgaat dan niet dat hij naar de hemel mag?"
Weer neem ik een grote hap voordat ik antwoord. "Ja, ze gunnen het die persoon wel, maar ze gaan hem erg missen, daarom zijn ze verdrietig!" Mijn oudste dochter kijkt me vragend aan. "Maar dat is dan toch erg egoïstisch?" Mijn vrouw kijkt me nieuwsgierig aan. Ja Edje, hoe ga je je hier nou weer uit redden?
Ik besluit de klassieke afleidingstruc toe te passen. "Wie gaat er na het eten met papa een ijsje kopen op de dijk?" Al snel is het onderwerp waar we het ijsje gaan kopen, welke smaak ze kiezen en hoeveel bolletjes ze krijgen. Voor even ben ik `ontsnapt'. Een dag later begint het helaas weer van vooraf aan met de vraag: "Papa, waarom bestaat pijn?" Wie heeft ooit verzonnen dat papa's alles maar moeten weten? "Hoe kan je bellen met iemand aan de andere kant van de wereld?" Ja, dat moet je niet aan mij vragen.
Als ze mij teruggooien in de tijd, kan ik alleen het wiel uitvinden. En heel misschien de bal. Ik ben in 1995 natuurlijk niet voor niets de Beste Speler van het Pius Toernooi (speciaal voor Piet Vik en Fred Camel) geworden. Daar mogen ze me dus wel vragen overstellen. "Papa, waarom was jij in 1995 nou beste speler van het Pius X toernooi?" Gewoon omdat papa de aller-allerbeste was! Daarom!