Column Uit de oude doos: verhalen over mijn oom

Informantjes moeder, de administratieneef en nog wat anderen, hebben de boedel van oom verhuisd naar de Meermin. De helft van de inboedel kon naar een opkoper en gek maar waar; Oom vond alles goed. De eerste keer toen ik bij Oom op bezoek was liet hij mij graag zijn kamer zien. Hij maakte de deur open en we zagen een oude magere man op een bed zitten. Wat moet jij hier? Riep mijn Oom. Het mannetje schrok erg en ik zei tegen mijn Oom, misschien woont deze meneer hier wel. Vervolgens nam ik Oom mee naar de gang en keek of er een naambordje was. En ja hoor, daar had ik ook niet opgelet. Toen ik Oom erop wees dat die meneer daar woonde ontkende Oom nog steeds dat hij fout zat.
Dat bordje staat op de verkeerde deur vond Oom. Ongeveer één keer in de twee weken ging ik op bezoek bij mijn Oom. In de winter wel minder en dat kwam omdat we in de zomer ook wel eens onder een parasol buiten konden zitten en dat was leuker dan binnen in de recreatiezaal. Ik nam dan altijd voor allebei een paar appels mee, ze dachten dat die uit mijn volkstuin kwamen en ik liet ze maar denken. Mijn Oom hield van bittere chocoladerepen of een advocaatreep. Die nam ik dan ook voor mijn Oom mee. Jaap kreeg van mij ook twee appels maar geen reep, verschil moet er blijven. Voor Informantje nam ik ook altijd twee appels mee. Informantje kwam altijd een minuut of vijf bij ons zitten als ik met Oom alleen was of inclusief Jaap. Garie zag ik daar ook af en toe, het ging goed met haar en haar nieuwe vriend. Garie wilde warmte en vriendschap maar ze wilde niet samenwonen.
Dat was afgesproken en het ging naar wens. Verhalen over mijn Oom, daarvoor moest ik niet bij Garie zijn, zij was verzorgster en was nooit mededeelzaam over de mensen waar zij voor zorgde. De administratieneef was aangesteld als tussenpersoon en indien nodig werd die op de hoogte gehouden van het wel en wee van Oom. Overigens… Garie bleef maar mooi.