Tweedam, de mooiste stad van de wereld
Ik woon en werk in Tweedam. Op de plek wat men vroeger Edam noemde. Samen met mijn lief hebben we daar een klein winkeltje en doen we ons best om mensen blij te maken met mooi-makerij. Het gaat ons in goed Tweedam.
In Tweedam hebben we alles. Het is omringd door heel veel groen. Je kan genieten van de mooie historische panden, een prachtige dijk met daarachter mooi grijs water. Bootjes kijken tegen het zonlicht in. Heerlijk. Er is een drukke kant waar je over ‘De dijk’ kan lopen met zijn keur aan allerlei winkeltjes. En wil je een beetje meer rust en wat minder toeristen om je heen, kijk je aan de andere kant van Tweedam. Dat is een beetje het geheim van de bewoners van Tweedam. Daar kan je als je zin hebt even rustig je boodschappen doen. Ze hebben er zelfs fluisterbootjes. En, ook niet onbelangrijk, gelukkig zijn er overal genoeg kroegen, cafés en terrassen in Tweedam om samen met je vrienden even bij te komen van het geluk wat we allemaal met elkaar delen.
Natuurlijk was er wel eens gedoe over van alles. Over parkeren en teveel auto’s. Of in de politiek, over waar de ambtenaren hun werk mogen doen. En als ik ver terug denk, kan ik me nog herinneren dat er ooit eens mensen waren die moeite hadden met hun buren… Dat was in de tijd toen Tweedam nog twee plaatsen was. Dat waren toen Edam en Volendam. Maar dat is allemaal nu opgelost in Tweedam. Die flauwekul hebben we achter ons gelaten. Gewoon omdat we elkaar wat gunnen.
Maar er dient zich nu alleen een probleem aan… We moeten weer van naam veranderen. Over niet al te lange tijd gaat Tweedam groeien. Er komt een nieuw plaatsje bij, dat heet (de) Zeevang. Hoe zal dat gaan uitpakken, en kunnen we dat wel aan? Ik denk het eigenlijk wel. Laten we eerlijk zijn, het heeft best een paar jaartjes geduurd voordat de Edammers en Volendammers het eindelijk eens waren over de naam Tweedam. Daar hebben we van geleerd… Toch? Met een beetje creativiteit en als we niet bang zijn om nieuwe mensen tegen te komen hebben we dat zo opgelost… Toch? … Toch?
Wiek Vermeulen