Naar de inhoud

In Sutdio Klein deze week: Verhalen uit de Tweede wereldoorlog in Edam-Volendam

Bron: RTV LOVE

Vanaf zondag 4 mei weer een gloednieuwe uitzending van Studio Klein. Dit maal geheel in het teken van de gebeurtenissen uit tweede wereldoorlog in Edam en Volendam. Verhalen die nu nog kunnen worden verteld en bij een groot deel van de bevolking al niet eens meer bekend zijn. Edammers en Volendammers die er toen bij waren, vertellen nu het verhaal. Het verhaal van de razzia op het Noordeinde, de overval op het distributiekantoor, het verhaal achter de evacués uit Hoogland en de beschieting van het trammetje. Een indrukwekkend ooggetuige verslag. Genoeg reden om af te stemmen op uw lokale omroep.

Razzia 7 februari 1944

cees koningDe arbeidsinzet in Duitsland van Nederlandse mannen heeft in 1944 hoge prioriteit. Voor de Gemeindeeinsatz, waarvoor arbeidskrachten worden geworven, geldt een leeftijd van 18 tot 45, in juni 1944 gaat de bovengrens ...omhoog naar 50 jaar. Er is in Volendam een aantal malen jacht gemaakt op onderduikers. Niemand weet meer precies hoeveel en wanneer. Maar van de grootste razzia, die veel angst en ellende in het dorp veroorzaakte, wist elke betrokkene zich nog de datum en de omstandigheden te herinneren.

Deze razzia vond plaats in de nacht en op de dag van 7 februari 1944. De groot opgezette actie begon op het Noordeinde. De vluchtwegen via de landerijen werden afgesloten. Iets later dan op het Noordeinde reden ook via Katwoude een aantal Duitse overvalwagens het dorp binnen. ‘Zoek een plekje in de buurt waar je bent’ werd het devies. Op het einde van de dag werden de gevangenen bijeen gebracht in de school van meester Doede Zwarthoed: Jan Rikkers, Gerrit van kaatje Bloem, Hein Seks, Jaap Plat, Bob de Wiezel Schilder, Klaas Buijs en Wullempie Koning.

tiny steur en gaar tolBeschieting van het trammetje: 29 juni 1944

Eind 1944 waarschuwden de geallieerden vanuit Engeland dat het verkeer in Nederland moest worden stilgezet ten einde de Duitse transporten te belemmeren. Via Radio Oranje was de Nederlandse bevolking op de hoogte gesteld en werd geadviseerd niet meer met deze vervoersmiddelen te reizen. De N.Z.H. gaf geen gehoor aan de oproep vanuit Engeland, dit had tot gevolg dat op donderdag ochtend 29 juni 1944 de tram tussen Edam en Volendam werd beschoten door de geallieerden, waarbij 6 doden en 7 gewonden vielen.

Vanaf het IJsselmeer verschenen enkele Engelse jachtvliegtuigen boven de Zuidpolder. Ter hoogte van het Gouwtje opende een van hen het vuur op het trammetje, dat op weg was van Edam naar Volendam. Het eerste mitrailleursalvo miste de tram. De Engelsman keerde echter terug en zijn tweede poging trof doel. Onder de doden was Aaltje (5 jr), kind van de familie Moormann, Johan Moormann (dichter/regisseur) zelf was ook zwaar gewond. Ook Sjaantje Keizer (16jr), Piet Molenaar , mw. M. Kleyn-Schinner (30jr), C.v.d. Kolff-Van Zilfhout(67jr) en de heer Ploegman kwamen om.

Na de bevrijding moest er hard worden gewerkt om de schade te herstellen. Tussen Edam en Volendam waren bijna alle dwarsliggers weggehaald om in de oorlogswinter dienst te doen als brandstof.

Evacués uit Hoogland: mei 1940

[gallery type="slideshow" link="none" ids="119644,119641,119639,119642,119638,119643,119640"]

Bij de Duitse inval had het Nederlandse leger het plan gemaakt om de vijand tegen te houden bij de IJssellinie. Men verwachtte dat die niet lang zou standhouden, waarna de echte gevechten plaats zouden vinden... langs de Grebbelinie, van Spakenburg tot de bekende Grebbeberg. Dit was een waterlinie die tijdens de mobilisatie nog was versterkt met bunkers en tankvallen. Om goed weerstand te bieden was er ook vrij schootveld nodig.

Daarom zijn gebouwen die in de weg stonden door Nederlandse soldaten verwoest. De bewoners werden geëvacueerd. De eerste avond kwamen 3500 Hooglanders met de boot in Edam aan. Volendam was op 10 mei, als onderdeel van de Hollandse waterlinie deels onder water gezet waardoor 2500 bewoners een plekje moesten vinden in het hogere deel van het dorp. De Volendammer Meer viel weer droog op 1 juni 1940.

Op 14 mei capituleerde het leger en konden de Hooglanders weer naar huis. De dankbare Hooglanders zijn hun weldoeners niet snel vergeten. Al op 13 juli 1941 schonken zij een marmeren bank met inscriptie aan de gemeente Edam en Volendam.


Overval op het distributiekantoor: 17 maart 1944

[gallery type="slideshow" link="none" ids="119649,119647,119646,119648,119645"]

Het is vrijdagavond 17 maart 1944, rond kwart over negen ’s avonds, als de 5 leden van de Knokploeg (KP) vanuit Purmerend Edam bereiken. Ze moeten eerst naar het politiebureau waar de sleut...el van de kluis van het distributiekantoor zich ’s avonds bevindt. Als de dienstdoende politieagent is overmeesterd, nemen de KP-ers het hele bevolkingsregister van de gemeente mee, dat veiligheidshalve ’s avonds in een van de cellen ligt weggeborgen. Vervolgens gaan ze naar het distributiekantoor. Tijdens de overval wordt een dienstdoende agent Willem Stuut door drie kogels geraakt. Een Edammer Jan van de Kouwe Bond, lid van de luchtbescherming, is op het moment van de overval in het gebouw. Hij wordt, verdacht van medeplichtigheid, naar de Weteringschans in Amsterdam overgebracht.

De kaarten met persoonsgegevens en de dozen met inlegvellen en losse bonnen werden achterop de fiets vervoerd. Maar in de Purmer stuitten de overvallers ongelukkigerwijs op een Duitse patrouille. In paniek kieperden ze de dozen met persoonsgegevens in de ringvaart. Later moesten gemeenteambtenaren de kaarten uit het water vissen en ze bij de kachel op het gemeentehuis drogen. Een aantal kaarten schijnt toen in die zelfde kachel te zijn verdwenen. Namen van mannen voor de arbeidsinzet konden daardoor niet meer aan de Duitsers worden doorgegeven.


banner_love

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.