Recensie: From The Sea - One Clueless Friend (video)
Ruim zes jaar geleden werd ik à € 250 de trotse bezitter van een spiksplinternieuwe iPod classic (160 GB). De impact op mij vergelijk ik weleens met die van de stoommachine op het achtiende-eeuwse Groot-Brittanië. Weldra zou mijn gehele platencollectie zich in mijn binnenzak bevinden! Dat was destijds onmogelijk te bevatten. Ondertussen wilde John Lennon, uitbater van het gelijknamige café, die onmetelijke ruimte voor mij alvast wel vullen. Omdat Dick Kwakman daar toen als dj werkte, werd mij zo het gehele, zelfgecomponeerde, en deels later op het in eigen beheer uitgebrachte Freedom Of Spirit (2007) en The Dub Sub (2008) verschenen oeuvre van Elementric, zijn vorige band, in de schoot geworpen.
Jammend en improviserend was deze groep – zeker op Volendam – uniek. Ik kan me Live at LENNON’S ook nog een heerlijk schrijnende solo-uitvoering van Radioheads Karma Police herinneren. Met zijn eerste band My Clueless Friend, waarvan hij de tekstschrijver en componist was, was hij al in 2003 (!) gedebuteerd met het veelzijdige, ook in eigen beheer uitgebrachte Follow the Marshfire. Volg het dwaalicht. Mooie titel; een waanzinnige verkiezingsleuze toch! Ach ja, die politiek.
Met een ogenschijnlijk kleine naamswijziging − ´My´ werd ´One´ − gaat hij in een eerdere incarnatie nu dus solo verder. De eerste vrucht hiervan vormt dit tweede (naast AlascA’s debuut Actors & Liars) volwaardige door het jonge onafhankelijke platenlabel King Forward Records uitgebrachte album From The Sea: een smaakvol aangekleed ‘folktronica’ singer-songwriteralbum waar een voorliefde voor reggae en een neiging naar experimentelere, electronische popmuziek in doorsijpelt. Daarnaast ademt From The Sea, zowel muzikaal als qua artwork, de charme van een ´klein´, akoestisch indiepop album; de arrangementen zijn afgepast met hier en daar dus wat subtiel verweven elektronica. In Crossing, een climax, vormen reggae en elektronica een afgewogen, veelbelovende mix. Op slechts zes van de veertien liedjes speelt een drummer mee.
Waarschijnlijk om een zo divers mogelijke ‘vibe’ te creëren zijn het drie verschillende. Naast de stemmige banjo van Ferdinand Jonk op het tekstueel delicate en muzikaal geschakelde juweeltje Doll (pop plus reggaebrug met Louis van Sinderen op drums), is er alleen op Crossing en het ‘rocky’ The Bones naast de akoestische gitaar van Dick Kwakman een tweede elektrische te horen. Met name Pristine Eyes (ongerepte ogen, maar ook de ogen van ongerepten – mooi) en Crimson Moon zijn ‘piano gedreven’, waarschijnlijk door Kwakman zelf. Vormt dit laatste nummer een knipoog naar het gelijknamige album van de ook door diverse muziekstijlen beinvloedde in 2011 overleden Schotse singer-songwriter en gitaarvirtuoos Bert Jansch?
Een mogelijk nadeel van de gekozen productionele ‘popbenadering’ is de verhulling van Kwakmans instrumentale kwaliteiten. Al borrelt dat muzikaal vernuft bij tijd en wijlen onherroepelijk naar het oppervlakte, bijvoorbeeld in het effectieve tokkelwerk in Forest’s Edge. Het onderweg zijn, heen dan wel terug, vormt − zie ook de in de binnenhoes verwerkte foto − het steeds terugkerende thema: From The Sea, Crossing, Pristine Eyes, Crimson Moon, Doll, The Bones, China Face, Bird In Flight, bevatten allen verwijzingen naar de mens als reizend subject.
Dit terwijl hij in No Place Like Home (een spiritueel thuiszijn), Forest´s Edge (lichamelijke samensmelting als thuiskomen, mooi gesymboliseerd door twee verweven piano’s: een elektrische en een akoestische) maar vooral in albumafsluiter Akureyri (een ijsvrije en dus altijd bereikbare IJslandse havenplaats met ongeveer evenveel inwoners als Volendam) het spirituele reisdoel ten opzichte van From The Sea lijkt te hebben bereikt: ´This journey lets me see what I´ve become´ (Akureyri). De frase ´I broke out of my personal Lowood´ (vet, MT) (From The Sea) wijst op een innerlijke reis. Lowood is immers de naam van de Britse kostschool uit Charlotte Brontë´s baanbrekende, revolutionair het innerlijke bewustzijn verkennende Bildungsroman Jane Eyre (1847).
In die zin zou je From The Sea wellicht een bildungs- of coming-of-age-album kunnen noemen. De zee staat voor een woelige periode in zijn leven, alhoewel hij zich er ook thuis lijkt te voelen: ‘I’m a million miles from home / I’m a million miles from the sea’. In Twisted lijkt hij deze tijd te vergelijken met een soort spookhuis: ‘These twisted floors, they give me the creeps / These secret stairs lead me to nowhere’. De kwaliteit van de teksten verraadt dat Dick Kwakman − naast bijvoorbeeld Frank Bond van AlascA en Paul Bond van Dandelion − een van die Volendammer muzikanten is die Engelse taal- & letterkunde hebben gestudeerd (of nog studeren). De teksten zijn evocatief, poëtisch maar in lijn met het gekozen ‘popidioom’ ook relatief toegankelijk. Of hij gelovig of religieus is weet ik niet, spiritueel is hij zeker.
In eerste instantie dacht ik dat Clockwork (of the slowest machine) verwijst naar onze wereld – refereert hij met ‘the suffering of Bligh’ naar muiterij in een vorige band? – en dan met name de afwezigheid van ´de Grote Klokmaker´, oftewel de God van Isaac Newton: ´He is the man who knows he can point out the flaws in the simplest of plans'. Dit beeld van een god die zich na schepping niet meer bekommerd om zijn creatie staat echter op gespannen voet met de God die in From The Sea zijn kinderen aanspoort om geen materiële geneugten na te streven: ´Make sure you travel light´. Een dichter bezit het voorrecht niet consequent te hoeven zijn. Wel lijkt een gids de plek van het dwaallicht te hebben overgenomen. Luister naar The Bones: ´I will lead, I will follow, I will disappear from here´ en Pristine Eyes: ´I am your sleeping prophet´.
Hier staat inhoud van YouTube.
Als je die laadt, ziet YouTube je IP-adres en kan die partij koekjes op je apparaat plaatsen. Wij hebben daar geen zeggenschap over.
Is hij onze gids zonder angst die gedurende een bootreis tijdens een storm gewoon doorslaapt omdat hij weet dat ‘Jah’ over hem waakt? In The Bones wordt echter ook getwijfeld aan een goddelijke aanwezigheid; de recht-toe-recht-aan rockgitaar van Merlijn Verboom versterkt het beeld van het geschetste vooruitzicht: ‘Until the bones of human culture / Will fill the earth’s dead ground.’ De titel- en sleuteltrack From The Sea – met Elementric-drummer Martijn de Wit – vormt de verbinding met Kwakmans ´reggaeverleden´; de wijze waarop hij ´Look I and I (betekent alle Rastafarians) in the eye´ en ´Tell my people don´t cry´ chant, en de overigens door het gehele album heengeregen gids- & reisthematiek doen denken aan Winston Rodney, de rootsreggaedubzanger van Burning Spear (luister bijvoorbeeld naar African Postman van Live in Paris Zenith ’88).
Aan de naam van het bedrijf (Rebel Music) van medeproducent, mede-arrangeur en bassist Martijn van Waveren, met wat fraaie basloopjes even op de voorgrond in Bird In Flight – dat over een vriend aan de drugs lijkt te gaan: ‘I know what it takes to get you through the night’ – lijkt te kunnen worden afgeleid dat twee reggae-afficionado’s elkaar hier hebben gevonden. Het ritmisch speelse Dad doet ook wel denken aan Paolo Nutini en Let Her Go van Passenger; al gebruikt laatstgenoemde singer-songwriter lappen tekst, terwijl One Clueless Friend meer kiest voor het binnen de popmuziek gebruikelijkere idioom van couplet-refrein-couplet-refrein-brug-refrein.
From The Sea toont weer eens aan dat pop en artisticiteit elkaar niet per se in de weg hoeven te zitten. In het NIVO interview de dato 18 september 2013 gaf One Clueless Friend aan dat hij een bewonderaar is van het werk van Fink, de Belgische The Bony King Of Nowhere en experimentelen / Mercury prize winnaars The XX (The XX, 2010) en Alt-J (An Awesome Wave, 2012). Hopelijk creëert onderhavig album voldoende draagvlak om de hierop tevens ingezette experimentele koers – die meer des Elementrics was (sleutelplaten Crossing en Twisted) – verder te kunnen verkennen. Ik hoop dat ik de liefhebbers van PX’s Singer-Songwritersguilds man-met-gitaar-die-het-klein-houdt daarmee niet tegen de haren in strijk; en anders zij het zo. Een sterke plaat.
Marcel Tuyp

