'Factfree Politics!'
In de onlangs gehouden raadsvergadering beweerde de heer Loek Kras dat het HHNK tien jaar geleden geopperd zou hebben een gratis parkeer terrein aan te leggen voor het personeel, maar dat de PvdA wethouder – Martijn Smit – na protesten van omwonenden niet op dit voorstel is ingegaan. Dit zou tevens geleid hebben tot het vertrek van het HHNK uit Edam. Zo lees ik in het NHD van 22 mei j.l.
Eén ding moet gezegd worden en dat is dat de heer Loek Kras een meester is in het uit zijn verband halen van gebeurtenissen en daar vervolgens zijn eigen verhaal van te maken. Niet alleen gelooft hij daar vervolgens zelf in, hij beweert het dan zo stellig dat anderen het ook geloven.
Natuurlijk weet hij en iedereen hier in de gemeente dat het Hoogheemraadschap niet uit Edam is vertrokken omdat zij hier geen parkeergelegenheid konden realiseren. Zij zijn vertrokken omdat zij al hun ‘nevenvestigingen’ wilden onderbrengen in één nieuwe vestiging: het nieuwe kantoor in Heerhugowaard.
Medio 2004 trok wethouder Martijn Smit inderdaad het voorbereidingsbesluit dat de aanleg van een transferium mogelijk moest maken in, dit ondanks dat de ingediende bezwaarschriften ongegrond waren verklaard. De reden citeer ik uit zijn toelichting: “Omdat de planologische procedure met betrekking tot de aanleg van een bovengronds transferium niet tot het gewenste resultaat kan leiden vanwege de opstelling van de provincie Noord-Holland en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft het genoemde voorbereidingsbesluit geen betekenis meer en kan derhalve worden ingetrokken.”
Toen het HHNK enkele jaren later een tijdelijke parkeergelegenheid wilde aanleggen was daar een ontheffing voor nodig aangezien het hier een gebied betrof dat onder Beschermd Stadsgezicht viel.
Enkele partijen tekenden hier tegen bezwaar aan. Echter, deze bezwaarschriften zijn door de rechter nooit behandeld. De rechter oordeelde n.l. dat de gemeente inderdaad bevoegd was om een tijdelijke ontheffing te verlenen, maar dat uit de overeenkomst met het HHNK nergens bleek dat het ging om een tijdelijke overeenkomst. Zo was er onder meer geen clausule opgenomen over de duur van de overeenkomst en hoe te handelen bij de beëindiging er van.
De rechter had wel degelijk door dat de gemeente met een slimmigheidje aan een goedkoop parkeerterrein wilde komen. Het is misschien wel makkelijk, maar zeker niet fraai om de schuld van het mislukken van plannen in de schoenen van anderen te schuiven.