Naar de inhoud

Opvang van slachtoffers tijdens watersnood 1916

Bron: Noorderkwartier

[caption id="" align="alignright" width="510"]Afvoeren inboedel in de Anna Paulownapolder Afvoeren inboedel in de Anna Paulownapolder[/caption]

Bijna honderd jaar geleden, in januari 1916, werd Noord-Holland voor het laatst door grote overstromingen getroffen. Op donderdag 13 januari stak een zware noordwesterstorm op. In Alkmaar waaide een keet van de in aanbouw zijnde gasfabriek aan stukken. Maar dat was niets met de ellende elders. In de vroege ochtend van 14 januari begaven de zeedijken het en de Anna Paulownapolder, heel Waterland en de oostkant van de Zaanstreek verdwenen onder water. De Alkmaarsche Courant stuurde direct een verslaggever naar Anna Paulowna die met dramatische verhalen over dakloze inwoners, verdronken vee en vernielde huizen terugkeerde.

Vluchtelingen

De watersnood bracht een grote vluchtelingenstroom op gang. Alkmaar kreeg te maken met slachtoffers uit Anna Paulowna, Zaandam, Oostzaan, Ilpendam, Volendam en Landsmeer, die bij familie in de stad onderdak vonden. Deze mensen hadden soms niet meer bij zich dan de kleding die zij droegen. Bovendien zaten ze zonder werk en inkomen terwijl hun gastgezin vaak financieel niet in staat was de extra monden te voeden. Kleermaker H.J. Muller uit Anna Paulowna was bijvoorbeeld met vrouw en kind ingetrokken bij een familielid aan het Waagplein. Hij schreef aan de gemeente dat hij door de watersnood geruïneerd was, al drie weken geen cent meer had verdiend en zijn familie in Alkmaar het ook niet langer kon volhouden.

Gelukkig bestond er in de vorm van de Algemene Verenigde Commissie ter Leniging van Rampen door Watersnood (AVC) een speciale organisatie voor slachtofferhulp bij overstromingen. De kas van de AVC werd gevuld door een nationale collecte die 2,7 miljoen gulden opbracht. De verstrekking van materiële hulp in de vorm van kleding, beddengoed, schoenen, laarzen enzovoort werd verzorgd door Het Oranje Kruis, een samenwerkingsverband van de grote hulporganisaties.

[caption id="" align="alignleft" width="250"]Op de Dijk in Volendam, circa 1925. Op de Dijk in Volendam, circa 1925.[/caption]

Volendammer hulletjes

Burgemeester Ripping wist de weg naar deze twee in Amsterdam gevestigde instanties goed te vinden. De AVC maakte bij elkaar 1.010 gulden aan de gemeente over en Het Oranje Kruis schoot met kleren en dekens te hulp. Een probleem hierbij vormde de klederdracht van de gevluchte Volendammer vrouwen en meisjes. Het ging om twee moeders met samen vijf dochtertjes. Het Oranje Kruis werd onder andere verzocht hulletjes te sturen, de bekende Volendammer witte kapjes. Ze waren hard nodig want onder het hulletjes droeg men het haar heel kort geknipt. Het Oranje Kruis schreef echter terug: ‘wij weten niet wat een hul is'. Uiteindelijk verkreeg Ripping permissie om in Alkmaar hulletjes te laten kopen. Ze werden samen met drie meter kant geleverd door de bekende kledingzaak Köster.

In mei vielen de ondergelopen polders weer droog en vertrokken de laatste vluchtelingen naar huis. Maar in oktober 1916 zat er nog altijd een slachtoffer in Alkmaar. Het ging om de bejaarde weduwe Bregman uit Landsmeer, die bij haar kinderen in huis zat. Zij diende als inwonend huishoudster, maar de woning van haar baas was weggespoeld en die had zich voorgoed elders gevestigd. De AVC zette half oktober 1916 de steun stop waarna de weduwe ten laste van de Alkmaarse armenzorg kwam.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.