Anne Tol in Mexico: het leven is soms oneerlijk'
Ook Anne leeft nog steeds. Vandaag een stukje over haar – naar mijn mening – hartverscheurende ervaring.
Iets ten noorden van Chapultepec Park dient het glinsterende Polanco als de rijke en beroemde speeltuin van de stad. Zakenlieden, politici en maatschappelijke elites nippen, dineren en shoppen aan de luxe lanen van Mexico City en overnachten in koloniale villa’s. Valet parking is noodzakelijk, dresscode wordt absoluut afgedwongen en reserveren is verplicht en het kan voorkomen dat uw gastvrouw u “Mr Nobody” noemt (bron: artikel op internet).
Onbezorgde leventje
Dit is een korte omschrijving van Polanco, een wijk in het district Miguel Hidalgo, in Mexico-Stad. Ergens heeft het wel wat weg van Blaricum. Er rijden geen auto’s van onder de 50.000 euro en de prijzen voor het huren van een appartement zijn minimaal 1500 euro p/m.
Naast de jetset is dit ook een van plaatsen waar je heel veel bedelaars, zwervers en straatverkopers ziet. Terwijl de rijke mensen genieten van hun lunch of avondeten bij een van de toonaangevende restaurants, worden zij vaak gestoord door bedelaars met de vraag of zij misschien wat peso’s (Mexicaanse munt) willen geven. Ik zie vaker dat mensen bedanken, dan dat zij wat geven. Later betalen zij de maaltijd met een overvolle creditcard, gepakt uit hun Louis Vuitton portemonnee, stappen zij in hun Porsche Cayenne en rijden weg. Weg naar hun villa of suite waar zij weer verder gaan met hun onbezorgde leventje.
Filosofische discussie
Ook wij hebben hier mee te maken. Gister trakteerden Nick en ik onszelf op een pizza, nadat we eerst ruim tien kilometer door de stad hadden gelopen. Het was tenslotte ook de start van het weekend! Onze favoriete pizzatent bevindt zich zowat in het hart van Polanco. Terwijl Nick en ik aan het wachten waren op onze maaltijd, liepen er weer verschillende bedelaars en verkopers voorbij: een man die hoesjes voor telefoons verkoopt, een jongetje van een jaar of acht met de vraag of mensen snoepjes willen kopen en een vrouw met een baby’tje in een zak op haar rug vragend naar wat peso’s. Altijd als mensen komen bedelen, raken Nick en ik weer in een filosofische discussie over het leven en eindigen we altijd met de hoop dat wij ooit zoveel geld gaan verdienen dat wij dit soort mensen kunnen helpen.
Snijden door je ziel
Ondertussen werd onze pizza op tafel gezet en halverwege komt er een meisje van een jaar of vijf naar ons tafeltje toe en vraagt of wij haar wat geld willen geven. Een klein handje steekt ze uit en met lieve, maar treurige, ogen kijkt ze ons vragend aan. Die blikken snijden door je ziel en vaak denk ik dan meteen aan kinderen uit Volendam van dezelfde leeftijd. Die kinderen die op het tijdstip dat dit meisje nog buiten loopt te smeken om wat geld, lekker met hun iPad in de bank liggen met hun vader en moeder, van een rijkelijke maaltijd zitten te genieten of met zijn alle liggen te kijken naar een disneyfilm, omdat het hele gezin laat opblijft op vrijdagavond.
Terwijl dit allemaal door mijn hoofd spookt vraagt Nick aan het meisje of zij misschien een stuk pizza wil. Eten geven heeft volgens ons namelijk meer nut dan het geven van wat centen die zij daarna aan hun moeder moeten geven. Ze pakt de pizza punt aan en zegt met die mooie grote bruine ogen ‘gracias’ en loopt verder. Met een brok in mijn keel eet ik de laatste stukken van onze pizza.
Later lopen we naar huis, weer discussiërend over het leven van deze mensen, maar deze keer met de gedachte dat dit meisje een lekkere pizza punt heeft gehad en daar hopelijk van genoten heeft!
