Toerisme: balanceren tussen lust en last

Hippe bruisende steden, kneuterige historische dorpjes, langgerekte zandstranden, unieke natuurgebieden. Steeds meer toeristen weten Nederland te vinden als vakantieland. Goed voor de economie en de ondernemers, maar wie wil in een openluchtmuseum wonen? Is toerisme een lust of een last, en hoe bewaren gemeenten de balans? Als er niet snel iets verandert, wordt Amsterdam volgens directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum binnen de kortste keren een grote rotzooi. ‘De stad is vies, vuig en te vol en iedereen baant zich een weg tussen de toenemende aantallen skaters, steps, segways en bierfietsen.’
Deltaplan Toerisme
Tijd voor een Deltaplan Toerisme zodat Amsterdam weer van de Amsterdammers wordt? Met 14 miljoen hotelovernachtingen, 6,3 miljard euro inkomsten en 95 duizend banen in de toeristische sector valt daar wel iets voor te zeggen. Toch denkt de gemeente zelf daar anders over. ‘Wij zien toerisme nog steeds als lust’, zegt Sebastiaan Meijer, woordvoerder cultuur en economische zaken.
‘Het houdt de stad bruisend en levendig, het is goed voor de economie en het creëert een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. We zijn juist trots op de internationale groei die Amsterdam de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Natuurlijk zorgen toeristen soms voor overlast, maar om nu te spreken van een stadsbreed gedragen gevoel, dat gaat te ver. Het is vooral een kwestie van perceptie. Bovendien, wie in het centrum van Amsterdam gaat wonen, wéét dat het er soms luidruchtig kan zijn.’
Stad zonder ziel
Voorlopig geen Deltaplan Toerisme dus voor de hoofdstad. Amsterdam Marketing, die de citymarketing van de metropool voor haar rekening neemt, hanteert minder ingrijpende maatregelen. ‘Wij zien toerisme nog steeds als lust’, zegt manager pers en media Machteld Ligtvoet. Vanuit het motto I amsterdam zet deze organisatie de regio op de kaart als een van de meest aantrekkelijke metropolen van Europa. Zowel voor toeristen en bedrijven als voor bewoners. Ligtvoet: ‘Balans is daarbij het sleutelwoord. Het is natuurlijk heel belangrijk dat de Amsterdammers zich thuis blijven voelen in hun eigen stad. Want wat is een stad zonder inwoners? Dan wordt het inderdaad een openluchtmuseum: een stad zonder ziel, zoals Venetië. Toeristen komen hier juist voor de sfeer op straat.’
Gillend gek
Andersom geldt het ook: ‘We kunnen een prachtige stad neerzetten, maar als de Amsterdammers gillend gek worden van de toeristen en onaardig tegen ze gaan doen, dan komen die nooit meer terug. Als er morgen geen enkele toerist meer komt, is dat een enorme klap voor de stad. Dat vergeten veel mensen. Amsterdam telt meer dan vijftig musea en dat komt echt niet omdat de Amsterdammers zo graag naar het museum gaan.’
Feit blijft dat wereldwijd steeds meer mensen gaan reizen. Dus ook naar Amsterdam. Het waarborgen van die balans is dus heilig. Om de druk op het centrum en de grachten te verminderen, zet de gemeente nu volop in op het promoten van hippe opkomende locaties als Amsterdam Noord, Oost en De Baarsjes. Ligtvoet: ‘Oude opkomende stadswijken waar zich nieuwe creatieve bedrijfjes vestigen, hippe hotels en meer nieuw cultureel aanbod. Dat trekt weer een ander soort toeristen. Op die manier vergroten we het bezoekersgebied en ontlasten we het centrum. Toeristen blijven langer, kunnen meer zien en komen ook weer terug.’
Volendam
Spreiding is ook het sleutelwoord in Volendam. Sinds de komst van het Roompot Marinapark, aan het begin van de dijk, komen er in het zomerseizoen – van april tot november – gemiddeld een miljoen toeristen naar Volendam. ‘Dat is nog meer dan voorheen’, zegt voorlichter Cor Kwakman. ‘Het zijn niet meer alleen dagjesmensen die in een halfuur door de reisleider over de dijk worden gejaagd en daarna weer snel de bus in moeten voor de rest van hun programma, maar ook meerdaagse bezoekers die meer van de omgeving willen zien.’
Het is dus al lang niet meer alleen dat ene wereldberoemde vissersdijkje waar de toeristen op afkomen. Door het gebied eromheen beter op de kaart te zetten, wordt Volendam een beetje ontlast en pikken andere bestemmingen als Edam en Marken een graantje mee. Kwakman: ‘Edam heeft een schitterende binnenstad met veel historische monumenten en een beroemde kaasmarkt. Toch heeft het zich nooit zo weten te verkopen als Volendam.’
Volgens Kwakman heeft dat veel met de aard van de mensen te maken. ‘Volendammers zijn fanatiek in alles wat ze doen. Van oudsher waren dat de visserij en het garnalenpellen. Tegenwoordig zijn dat de muziek en het toerisme. Bijna iedereen heeft wel een broer, een neef of een oom die iets in die sector onderneemt. Klagen over de grote aantallen bezoekers zullen ze dus niet zo snel. Natuurlijk balen ze er soms van dat ze in de zomer geen terrasje op hun “eigen dijkje” kunnen pakken, omdat dat volledig bezet is door toeristen.
En het is behoorlijk lastig als je met je fiets vast komt te zitten in een groep toeristen die op de dijk of in het centrum tekst en uitleg krijgen van hun gids. Het is voor al die buitenlandse toeristen natuurlijk razend interessant om te zien hoe die Volendammers leven. Door de ramen de huiskamers in staren, gebeurt dan ook regelmatig. Natuurlijk is dat vervelend. Maar als je hier een huis koopt, weet je wat je te wachten staat. Daar kunnen wij als gemeente niet veel aan doen.’
Vrijgezellenfeestjes
Waar de gemeente wél wat aan doet, is het grote aantal auto’s en touringcars dat het oude centrum aandoet. ‘Op de Haven mag sowieso geen verkeer meer komen’, licht Kwakman toe. ‘Bezoekers moeten dus elders parkeren, in de woonwijken. Maar de bewoners moeten wél hun eigen auto voor de deur kunnen zetten. Betaald parkeren doen we hier nog niet, we werken met blauwe zones. Touringbussen reden vroeger massaal op de dijk. Nu parkeren ze aan de rand van het centrum.’
De komst van het nieuwe vakantiepark zorgde niet alleen voor een enorme impuls voor het toerisme, maar ook voor een heel ander soort bezoeker. Volendam kreeg ineens te maken met grote groepen jongeren en vrijgezellenfeestjes die de cafés op de dijk goed weten te vinden. Kwakman: ‘We proberen dat in goede banen te leiden, samen met de horecaondernemers en de leiding van het park. Die hangen flyers op en spreken jongeren aan op hun gedrag. Dat helpt, maar het blijft een aandachtspunt.’
Spreiding in tijd en ruimte
In 2025 zullen naar verwachting bijna 16 miljoen buitenlandse verblijfstoeristen Nederland bezoeken. Dat is dertig procent meer dan in 2012. De meeste toeristen komen uit Duitsland en België, respectievelijk 3,5 miljoen en 2,2 miljoen in 2025, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (2 miljoen) en de Verenigde Staten (1,3 miljoen).Opvang van die toename is alleen mogelijk door in te zetten op spreiding van bezoekers in tijd en ruimte. Om de groei in goede banen te leiden is het Nederlands toerismebureau NBTC onder de noemer HollandCity gestart met het neerzetten van Nederland als een grote stad met verschillende aantrekkelijke districten. De afstanden in Nederland zijn zo klein dat ze vergelijkbaar zijn met de afstanden binnen metropolen.
Hierdoor komen toeristen in toenemende mate ook op andere plekken dan Amsterdam. Naast een groeiende spreiding in ruimte geldt dat drukke plaatsen en regio’s met sterke piekbezettingen baat hebben bij een toenemende spreiding van bezoekers gedurende het jaar. Het project Holland4allSeasons speelt daarop in, onder meer door een aantrekkelijke en slimme evenementenprogrammering. Spreiding in tijd en ruimte en een versterkte focus op opbrengsten is cruciaal om duurzame groei te realiseren en te kunnen profiteren van de grote en groeiende economische waarde uit internationaal bezoek.
