Naar de inhoud

Achter de voordeur van: Grote Kerkstraat 29 in Edam

Bron: Stadskrant

[caption id="" align="alignleft" width="380"]De verbouwing Arno Roskam web Foto Cor Kes www.luxphotography.nl[/caption]

Ze wilden perse in oud Edam wonen, met een grote tuin en dat is gelukt. Arno en Paula Roskam vertellen over de bijzondere geschiedenis van de totstandkoming van hun woning. Over hoe iets soms gewoon zo moet zijn.

Wanneer is de woning gebouwd?

“We zijn hier in 1975 komen wonen, eerst in de schuur in de tuin. Daar hebben we 2,5 jaar gewoond, toen moesten we vluchten want het vroor 15°C. Ons huis was op dat moment gelukkig zo goed als klaar.“

Hoe ben je op deze plek terechtgekomen?

“Ik heb altijd gezegd: Ik wil in oud Edam wonen, met een grote tuin. Ik ben aan de overkant, op nummer 34 geboren. Mijn ouders hadden een hele grote tuin. Aan de voorkant stonden bloemen, achterin een grasveld met vruchtbomen, kippen en bessenstruiken. Dat was het speeldomein van mij en mijn drie broers, daar vond altijd van alles plaats en dat mocht allemaal, het was ideaal. Daarom ging ik driftig op zoek naar eenzelfde soort huis met tuin.”

“De buren van mijn ouders wisten dat er aan de overkant twee arbeidershuisjes te koop stonden. Omdat er weinig grond bijzat, had ik aan de bewoners van nummer 29, Jan en Lies Regter gevraagd of ik daar niet wat extra grond van mocht kopen. De koop van de twee huisjes kwam echter niet rond, omdat de eigenaren verwikkeld waren in een erfeniskwestie. De zoektocht werd gestaakt en ik kon via mijn schoonvader een huis in de Noorderstraat krijgen.”

Maar hoe ben je dan uiteindelijk toch hier terechtgekomen?

“We woonden nog maar net in de Noorderstraat of Jan Regter was overleden en zijn zus zocht contact met mij met de vraag of ik hun huis niet wilde kopen. Met als voorwaarde dat ze er tot haar dood mocht blijven wonen. Ze was toen 82 dus ik besloot de gok te wagen. De grote tuin van de woning, die behoorlijk verwaarloosd was, begon ik direct op te ruimen. Ik mocht van Lies ook alvast een schuur neerzetten. Nog voordat we waren begonnen, overleed ze aan het hartstilstand, de zomer van ’75 was het hartstikke heet.”

 

“Even hadden we overwogen om het huis te verbouwen, maar het was echt te slecht. Halfsteens muurtjes, schrootjes, we zakten door de vloer en het toilet kon niet eens met water worden doorgespoeld. We hadden dus bouwgrond. Het plan was eerst de schuur neer te zetten en dan aan het huis te beginnen. De twee arbeidershuisjes ernaast waren inmiddels leeg en nog steeds niet verkocht. Op een avond werd ik gebeld door de makelaar, of ik nog steeds de huisjes wilde kopen. De erfeniskwestie liep inmiddels twaalf jaar en hij was er klaar mee. Hij zei: jullie Roskammen weten er vast iets moois neer te zetten.”

Hoe is de bouw toen verder gegaan?

“Omdat we nog niet met de bouw waren begonnen, kregen we de mogelijkheid om op te schuiven. Een van de huisjes hebben we erbij getrokken, het tweede lieten we voorlopig voor wat het was. De architect was Gerrit Huisink en het casco werd door Butter neergezet, de rest heb ik zelf gedaan. Ik was al jaren druk met het verzamelen van stenen, ik haalde ze overal vandaan. Het huis is gebouwd met de stenen van het Hof van Holland nadat het was afgebrand. Overal waar stenen waren, was ik ook, anders mijn broer Jack wel. Via een sloopbedrijf kon ik een lading hout kopen en zo heb ik alles bij elkaar verzameld.”

“Met het tweede huisje hadden we nog niets gedaan. Omdat we zoveel bouwspullen over hadden, besloten we om er een woonhuisje van te maken. Eerder dachten we over een garage, maar dat plan hebben we laten varen. Een goede vriend van mij, Siem Porsius, heeft het huis gebouwd, mijn vader, een timmerman en ikzelf hebben de rest gedaan.”

Jullie hebben een grote tuin, zoals je dat wilde

“De tuin is niet mijn verdienste, maar die van mijn broer Gerro. Hij is hovenier en houdt mijn tuin bij, hij heeft hem ook ontworpen. Hij heeft heel veel liefde voor zijn vak en dat zie je terug. De tuin is opgedeeld in twee delen, aan de ene kant staan bloemen aan de andere kant gras met vruchtbomen, net zoals mijn ouders dat vroeger hadden.”

“Eigenlijk ben je een maand te laat, de tuin is net over zijn hoogtepunt heen. Als alles bloeit kan ik echt van de kleurenpracht genieten. Ik weet niet hoe ze allemaal heten, maar achterin heb je witte bloemen, hiervoor gele en oranje, het is echt prachtig, je weet niet wat je ziet. Dan denk ik wel eens bij mezelf, wat een voorrecht, om hier in oud Edam te wonen en hier in je tuin te kunnen zitten.”

Is dit jullie droomhuis?

“Ja. Ik zeg altijd: ik doe niet mee aan de staatsloterij, ik heb die al gewonnen. Het moest gewoon zo wezen.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.