Fabeldieren en cherubijnen in de Bibliotheek Meerwijk in Edam
[caption id="" align="alignleft" width="380"]
Foto Cor Kes www.luxphotography.nl[/caption]
Achter de muren van een donker statig huis aan de Voorhaven in Edam woont een bont gezelschap van draken, fabeldieren, ‘dragqueens’ en cherubijnen. Deze wezens zijn ontsproten aan de haaknaald van Liesbeth Beets. Met dit instrument dat vooral bekend is van pannenlappen, weet Liesbeth uit bollen kleurig katoen de meest exotische personages te voorschijn te toveren.
Liesbeth Beets hield zich tot een jaar of tien geleden vooral bezig met schilderkunst en etsen. De wens van haar kleindochter om een draakje te hebben die haar ‘s nachts zou beschermen, bracht Liesbeth op het idee er een voor haar te haken. Het was een doorslaand succes, binnen de kortste keren hadden al haar kleinkinderen een draakje.
Van het een kwam het ander. Grote driekoppige draken zagen het licht met majestueuze vleugels en rode tongen, mythologische dieren met een vertederende onhandigheid in hun slungelachtige voorkomen. Maar ook kwamen er travestieten die hun seksuele transformatie met een speelse schaamteloosheid tentoonspreiden en cherubijntjes die ons van bovenaf devoot aankijken.
Aaibaar Het blijft voor Liesbeth een raadsel wat voor karakter haar scheppingen krijgen gedurende het proces van wording dat soms maanden duurt. “Soms denk ik, oei dat wordt een rotkop”, bekent ze lachend: “Dit wordt een vuil wijf!”. Toch vallen de meeste van haar wezens op door hun uitgesproken oogopslag en zacht gelaat. Maar ook door hun aaibaarheid die verwijst naar de verwantschap met de knuffels waarmee haar kleinkinderen de demonen van de nacht bezweren.
Bescherming Liesbeth houdt van haar schepsels, ze praat met ze en kijkt ze liefdevol aan. Bij het weggaan wijst ze op twee grote draken op de kast naast de voordeur. “Die jongens moeten hier blijven”, zegt ze verlegen: “zij bewaken het huis”.
De werken van Liesbeth Beets zijn te zien in Bibliotheek Meerwijk in Edam van 1 september tot 16 oktober 2014