Column 'File-avontuur' van Jan Dulles in het 100%NL Magazine
In het kader van ‘Wat is de gekste plek waar je het ooit hebt gedaan?’ heb ik besloten om nu hier ter plekke een verhaal te schrijven. Italië, 13.00 uur ’s middags op de tolweg ten zuiden van Rome en ik sta in de file. Niet zomaar een file. Een stilstaande file. Verderop is blijkbaar een ongeluk gebeurd en de hele weg is afgesloten. De ‘Autostrada del sole’ oftewel de ‘Autoweg van de zon’ doet z’n naam momenteel eer aan, want de temperatuur is 35 graden en stijgende.
M’n mobiele internet werkt niet, dus we kunnen ook niet kijken wat er gaande is verderop en hoe de vooruitzichten zijn, maar we staan hier al bijna een uur stil. Iedereen loopt ondertussen buiten op de snelweg en oogt nu nog vrij relaxed. Denise heeft ondertussen al in een plastic flesje geplast dus die kan er ook weer even tegen. Naast de auto in de berm durfde ze niet, met al die vrachtwagenchauffeurs die vanuit de hoogte alles beter kunnen zien.
Ze maakt zich nu slechts nog zorgen om het feit dat we niks te drinken bij ons hebben, maar naast ons staat een camper... “en daar zit een koelkast in en die mensen laten ons vast niet doodgaan van de dorst als we hier vanavond nog steeds staan”, durf ik troostend te stellen. Dus gaat ze verder in haar boek.
Ik moet ineens denken aan die vreselijke taferelen op de Franse tolweg. Ieder jaar weer op bepaalde dagen als de zomervakantie begint en eindigt loopt die ene weg vol en staan mensen soms twaalf uur stil. ‘Dat laat je toch niet gebeuren?!’ denk ik dan steeds bij mezelf als ik dat op tv zie. ‘Dan ga je toch een dag later heen en een dag eerder terug?’ OH MY GOD... Hoe heet die weg ook alweer? Is dat niet de ‘Route du soleil’? Dit kan geen toeval zijn. Oh hemel!!! Ik ben aan de beurt. Ik kan beter niet tegen Denise zeggen wat er nu allemaal door me heen gaat. Ik kijk naar haar terwijl ze naar buiten kijkt.
Voor onze auto staat een jong stel naast de vrachtauto. Het meisje heeft haar blik radeloos naar de grond geslagen en de jongen omhelst haar met twee armen en zoent haar troostend op het hoofd. Ach, wat zielig... Die zijn vast voor het eerst op vakantie met z’n tweeën. Voor het eerst een auto gehuurd. Beetje onwennig allemaal. En dan dit. Zal ik er heen lopen? Nee... laat maar. Dat komt misschien straks wel als we allemaal kennis gaan maken met mekaar en van de nood een deugd maken. ‘Dat kan nog best een avontuur worden’, denk ik dan altijd maar.
“Wat zal er toch gebeurd zijn?” vraagt Denise ineens. Zichtbaar geëmotioneerd door die twee voor onze auto. Ik vrees het ergste. Er wordt niet zomaar een 4-baans tolweg volledig afgesloten. Er kan meestal wel een klein hoekje vrijgemaakt worden voor de doorstroming van het verkeer, maar nu blijkbaar niet, dus hier betreft het minstens een dodelijk ongeluk waarbij meerdere auto’s betrokken zijn. Totale chaos waarschijnlijk, daar verderop. Het zal je maar gebeuren: om het leven komen met je vrouw en kinderen op een tolweg in Italië in de brandende zon, terwijl je op vakantie gaat of bent geweest. Zouden de streng gelovige Italianen dan ook geloven dat zoiets Gods wil is? Het kan toch niet zo zijn dat dat je lot is?
Onbewust houden Denise en ik twee minuten stilte voor de nabestaanden, terwijl ik voor me zie hoe deze nietsvermoedend thuis zitten en straks ineens een politiewagen voor de deur zien stoppen. Zo’n lieve oude Italiaanse oma en opa die, nog steeds nietsvermoedend, naar de deur lopen en opendoen voor de agent die vervolgens plichtsgetrouw zijn verhaal afsteekt...
“HEE, ZE GAAN WEER RIJDEN.” Ik schiet wakker uit deze tragische dagdroom. Er zit beweging in de file. Iedereen stapt snel weer in z’n auto en we rijden weer. Onderweg komen we ook letterlijk NIKS tegen dat lijkt op een ongeluk. Geen glassplinter of niks.
Pffff... Potverdorie, dit had nog een heel heftig verhaal kunnen worden, waar ik dan weer een column over had kunnen schrijven. Nou ja, jammer. Volgende keer beter... en door.
