Celstraf geëist voor uitgaansgeweld in Volendam
"Het beeld komt naar voren van een jongen die van het ene op het andere moment zomaar uit zijn plaat gaat in het uitgaansleven." Dat zei officier van justitie Anne Peters gisteren bij de rechtbank in Alkmaar over een 21-jarige man uit Volendam. De jongen stond terecht voor drie mishandelingen in zijn woonplaats. In een geval ging het volgens haar om een zware mishandeling, waarbij het slachtoffer in een kroeg een kapot glas in zijn gezicht kreeg.
In april 2011 kreeg de Volendammer het volgens getuigen in een snackbar ’s nachts aan de stok met een jongen. Hij zou het slachtoffer met een heupworp op de grond hebben gegooid en boven op hem zijn gaan zitten. De jongen liep een botbreuk op in zijn schouder, waaraan hij moest worden geopereerd. De man ontkende stellig dat hij dit had gedaan. ,,Ik was daar helemaal niet.’’
In mei dat jaar was er ruzie in een kroeg. Een jongen sloeg de man op zijn gezicht, waarop die gereageerd had met een harde klap terug. Het slachtoffer raakte buiten westen. ,,Het klopt dat ik hem heb geslagen’’, gaf de verdachte toe. In 2011 was hij minderjarig.
In januari 2012 was het opnieuw raak. In een kroeg kreeg de toen achttienjarige verdachte het aan de stok met een jongen, die hem uitdaagde. Als reactie zou de Volendammer hem meerdere malen in zijn gezicht hebben geslagen. Ook met een glas, waardoor het slachtoffer snijwonden opliep in zijn gezicht. Maar over dat glas liepen de meningen van getuigen sterk uiteen. De een zei dat de Volendammer ermee had geslagen, de ander dat iemand het glas gooide. ,,Ik heb geen glas in mijn handen gehad’’, zei de man. ,,Ik heb alleen geslagen.’’
Officier van justitie Anne Peters vond alle mishandelingen bewezen, ook de zware mishandeling met het glas. Ze eiste voor de minderjarige zaken een voorwaardelijke werkstraf van 60 uur en voor de zware mishandeling 150 dagen celstraf, waarvan 76 dagen voorwaardelijk. De Volendammer heeft al 74 dagen in voorarrest gezeten. Dat zou betekenen dat hij niet meer terug hoeft naar de gevangenis.
Zijn advocaat Johan Mühren vond dat er in twee gevallen sprake was van noodweer. ,,Mijn cliënt is aangevallen en heeft zich verdedigd.’’ Voor het incident in de snackbar vroeg hij vrijspraak. ,,Dennis was daar niet.’’
Uitspraak 30 oktober.