Naar de inhoud

Inzicht in declaratie college B&W gemeente Waterland

Bron: VVD Waterland

In raadsvoorstel 165-78 (ingekomen stukken week 2015/16) stelt uw college aan de raad voor om een nieuwe verordening vast te stellen inzake de rechtspositie van wethouders, raadsleden en duo-raadsleden.

Vraag 1

In het voorgestelde artikel 1 wordt voor de definitie van de begrippen 'duo-raadslid' en 'voorbereidende vergadering' verwezen naar artikel 82 van de Gemeentewet. Dit artikel kent echter deze begrippen niet. Is het niet beter om in artikel 1 te verwijzen naar artikel 26, eerste lid, respectievelijk artikel 25, tweede lid, van het Reglement van orde gemeenteraad Waterland? Dit is namelijk de grondslag van het bestaan van de begrippen 'duo-raadslid' en 'voorbereidende vergadering' in onze gemeente.

Antwoord 1

Eens, wij stellen de volgende aanpassing voor van artikel 1, begripsbepalingen:  Artikel 1 Begripsbepalingen  In deze verordening wordt verstaan onder:


  • duo-raadslid: duo-raadslid als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Reglement van orde
    gemeenteraad Waterland;

  • voorbereidende vergadering: voorbereidende vergadering als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van het Reglement van orde gemeenteraad Waterland.

Een nota van wijzigingen is bijgevoegd.

Vraag 2

Het voorgestelde artikel 2 bepaalt in het eerste lid dat duo-raadsleden een vergoeding krijgen voor het bijwonen van voorbereidende vergaderingen die gelijk is aan het landelijk vastgestelde bedrag. In het tweede lid van datzelfde artikel staat echter dat in afwijking van het eerste lid duo-raadsleden die uit hoofde van  een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd, geen vergoeding ontvangen.  Op welke situatie doelt het college hier?

Antwoord 2

Hiermee wordt bedoeld: ambtenaren, medewerkers en bestuurders van instellingen die van overheidswege worden gesubsidieerd en die zitting hebben in de voorbereidende vergadering. Zij ontvangen niet de vergoeding die ook de duo-raadsleden ontvangen.

Vraag 3

In dezelfde zin als vraag 2: op welke situatie doelt het college bij het voorgestelde derde lid van artikel 2?

Antwoord 3

Dit betreft de situatie dat iemand zitting heeft in een andere door de burgemeester, het college of de raad ingestelde commissie en daarvoor een vergoeding voor zijn werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangt. Mocht deze persoon reeds (duo-)raadslid zijn, dan wel vervolgens worden benoemd als (duo-)raadslid, dan heeft deze persoon recht op één vergoeding. Deze voorziening staat ook in artikel 24, tweede lid, van de huidige verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duo-raadsleden en Commissieleden.

Vraag 4

In artikel 2, vierde lid, stelt het college voor om de mogelijkheid te openen dat sommige duo-raadsleden een hogere vergoeding krijgen dan andere in verband met hun 'bijzondere beroepsmatige deskundigheid'. Waarom vindt het college het wenselijk deze mogelijkheid te openen?

Antwoord 4

Deze mogelijkheid staat ook in de huidige verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duoraadsleden en Commissieleden. Zie artikel 24, vierde lid. Het is geen uitbreiding, maar het in stand houden van de bestaande voorzieningen.

Vraag 5

Hoeveel hebben raadsleden, duo-raadsleden, wethouders en de burgemeester in 2014 gedeclareerd bij de gemeente aan kosten bovenop hun maandelijkse vaste vergoeding? Het betreft alle bedragen bovenop de maandelijkse bezoldiging/vergoeding voor de werkzaamheden van de bestuurders. Graag hierbij ook meenemen de bestuurskosten die door de gemeente rechtstreeks zijn betaald aan derden - en dus strikt genomen niet gedeclareerd hoefden te worden - maar die wel direct betrekking hebben op een individuele bestuurder.

Antwoord 5

Zie deze bijlage.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.