Naar de inhoud

Achter de tuinpoorten van Voorhaven 76 in Edam

Bron: Stadskrant

Achter de tuinpoort Voorhaven 76 web

In de tuin van Liesbeth Beets staan rozen, niet zomaar rozen, maar meer dan zeventig verschillende soorten die vanuit de hele wereld een plekje hebben gevonden in de tuin aan de Edamse Voorhaven. Zelfs herstellende van een zware zomerstorm, is de tuin nog steeds indrukwekkend.

Vanaf wanneer woon je hier?

“Ik woon hier vanaf 1973, toen stond er nog maar één roos in de tuin,” vertelt Liesbeth Beets. “Je kunt wel nagaan, dat is uit de klauwen gelopen. Eerst hadden we een grasveldje, maar wat was niets dus dat hebben we eruit gehaald. Omdat we hier op een dijk zitten, hebben we een trap van boven naar beneden gemaakt. Elke keer zetten we weer iets moois in de tuin, want dat zou daar leuk staan of ergens anders weer mooi tussen passen.”

Hoeveel verschillende rozen staan er in de tuin?

“Ik heb meer dan zeventig verschillende soorten. Die heb ik via verschillende manieren verkregen, meestal rechtstreeks vanaf de kweker, zoals Belle Epoque in Aalsmeer maar ook uit Engeland, Duitsland, Frankrijk en zelfs China. Je krijgt dan een wortel met een kale tak en een kaartje eraan waarop staat welke het is. Je moet dan afwachten hoe het volgend jaar eruit gaat zien.”

Hoeveel verschillende soorten rozen zijn er?

“Er zijn er duizenden soorten, waar er nog jaarlijks honderden bijkomen. Er zijn rozen die klein blijven, maar ook enorme klimmers zoals ramblers die wel zes meter de lucht in kunnen gaan. Persoonlijk hou ik erg van de ouderwetse soorten en Engelse rozen, die zijn vaak wat voller en compacter, van die echte dotten. Botanische rozen, zoals duinroosjes vind ik ook enig om te zien, vooral als ze er tussendoor staan.”

Waar komt de voorliefde voor rozen vandaan?

“Mijn moeder hield niet van rozen omdat er altijd luizen in zouden zitten. Daarbij woonden we op zanderige grond in het Gooi, daar kun je moeilijk rozen houden. Daarom ben ik er dus wel aan begonnen. Het is een plant met geschiedenis, dat spreekt mij ook zeer aan. Vanuit China is hij via de Zijderoute naar Europa gekomen waar er eindeloos mee verder is geweekt tot de soorten die we nu kennen. Ik heb ook zelf rozen gestekt. Na afloop van een concert kreeg ik een roos mee, een grote, stijve donkerrode roos. Uiteindelijk heb ik daar twee struiken van gekweekt. Dat gaat niet gemakkelijk, maar het is wel te doen. Je zet hem net zo lang in het water tot hij wortels krijgt en zet hem daarna met stekpoeder in een potje.”

Zijn er nog geheimen in het houden van rozen?

“Je moet uitkijken met terugsnoeien, met ramblers en theerozen kan het niet zo snel kwaad, maar anders krijg je toch wel erg weinig bloemen en dat is jammer. Ze zijn dankbaar als je ze een beetje mest geeft, het liefst gefermenteerde koemest, geen verse mest want dat verbrand.”

Welke roos is het meest bijzonder?

“Dat is een hele oude, zeer gevulde roos met mos; een soort fluwelen begroeiing om de knoppen heen. Omdat de knoppen puntjes hebben die lijken op de hoed van Napoleon, heet deze roos chapeau de napoleon. Ze bloeien maar één keer per jaar, in tegenstelling tot moderne soorten die de hele zomer blijven bloeien. Hij maakt wel nieuwe wortelstekken, dat vind ik dan weer heel sympathiek.”

Is er ook een roos die je niet hebt, maar wel graag wilt?

“In Duitsland hebben ze een roos vernoemd naar Sophie Scholl, van die Weisse Rose. Een witte roos, die neigt naar groen. Ik ben al een paar keer naar de kweker in Duitsland geweest maar hij is altijd uitverkocht.”

Wat betekent de tuin voor je?

“Ik hou ontzettend van de tuin. Vooral hoe hij er nu uitziet. Ik hou niet van een tuin met maar één lobelia, één salvia en hier en daar een afrikaantje. Het moet spannend zijn, doorkijkjes hebben met ook achterin planten die de moeite waard zijn maar niet meteen te zien zijn, kruip-door-sluip-door. Dat vinden de kleinkinderen ook hartstikke leuk. Ook het werken in de tuin vind ik zalig, ervoor zorgen dat alles mooi op kleur is en dat er altijd wat leuks is in de tuin.”

Is de tuin zoals je hem zou willen hebben?

“Zonder meer. Als in het voorjaar de deuren weer open gaan, is het alsof ik er een kamer bij krijg. Ik weet precies wat overal staat. Als ik er doorheen loop moet het allemaal goed kloppen, zonder storende elementen, die gaan er onherroepelijk uit, zoals houttuynia en doronicum, die moet je klein houden. Alles staat door elkaar, maar het is wel een geordende chaos. De tuin is alleen wel echt vol, ik heb nog wel wat potten neergezet, maar er kan niets meer bij. Hoogstens iets voor op de stoep.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.