Honderd beelden van Eric Claus bij de Havixhorst
Aanleiding voor de tentoonstelling is de tachtigste verjaardag van de man die bekend werd met portretten van onder anderen Beatrix, Drees en Cruijff en geldt als een van de belangrijke beeldhouwers in ons land. Zijn beelden staan onder meer bij het winkelcentrum in Hoogezand (Luitspeler, 1981) en het Gasunie-gebouw in Groningen (Wachters, 1994). Bij De Havixhorst staat Arlechino (2005).
Om duidelijk te maken wat er bijzonder is aan Claus laat conservator Hagen twee kleine objecten zien. Het eerste heet Passanten en toont een man en een vrouw die elkaar ontmoeten, in elkaar overvloeien en langs elkaar heen lijken te lopen. Het tweede heet Servetta's en toont drie vrouwen naast elkaar, in rokken met de vorm van wybertjes. ,,Het ene is zo ruimtelijk als maar kan. Het andere is zo plat als een dubbeltje. Je zou niet zeggen dat ze door één kunstenaar gemaakt zijn.”
Nagels als instrument
Als even later het park wordt bezocht waar de beelden van Claus staan opgesteld, krijgt die opmerking een extra lading. Zeker zonder naambordjes is het voor een leek soms erg lastig te achterhalen wat wel en wat niet door Claus is gemaakt. Hij opereert niet alleen in de traditie van zijn voorbeelden en leermeesters, Jan Bronner, Piet Esser en Paul Grégoire. Hij draait daarnaast nergens zijn hand voor om, heeft lak aan de scheiding tussen figuratief en abstract.
Maar eerst is er een korte film, speciaal voor de tentoonstelling gemaakt in het atelier van de kunstenaar in Broek op Waterland. Filmmaker en architect Jord den Hollander portretteert Claus aan de hand van acht thema’s. Zo komen we er achter dat nagels de beste instrumentjes van de beeldhouwer zijn. Maar ook dat Claus zichzelf vooral als vormgever ziet en graag mag amuseren en de clown uithangen.
Doen wat in je opkomt
Wellicht dat hij om die reden afgeeft op de kunst van Piet Mondriaan: ,,Totaal verstijfd. Alle fantasie is dood. Meetbaar traliewerk met alleen maar primaire kleuren. Als ik alleen dat mocht doorgeven, werd ik hysterisch. Daar wil ik mij niets van aantrekken. Ik wil alleen doen wat in mij opkomt.” Over Le nouveau-né van Constantin Brancusi: ,,Dat schijnt het allerheiligste te zijn. Het is slecht als je het zegt, maar ik vind er geen moer aan.”
In de film zegt Claus ook dit: ,,De massa rond het object is belangrijker dan het object zelf. De omgeving maakt de spanning.’’ Ook die opmerking komt in het park goed van pas. Bijvoorbeeld bij het kijken naar de silhouetbeelden van een paardenkop of het profiel van Johan Cruijff. De beelden van Claus nodigen uit om op een andere manier te kijken, ook naar het park en De Havixhorst, dat dit jaar het 35-jarige bestaan als publiektoegankelijke havezathe viert. Je gaat het pas zien, als je het doorhebt.
Komedie en illusie
Komedie en illusie heet de tentoonstelling. Dat van die komedie verwijst naar Commedia dell Arte, de theatervorm die in de zestiende vanuit Italië een weg vond naar West-Europa en voor Claus een belangrijke inspiratiebron heeft gevormd. Overal in het park duiken de bekende karakters op: Arlecchino, Colombina, Pulcinella, Scaramouche. In het verlengde daarvan: Claus ontwierp penningen voor de Louis d’Or en de Theo d’Or, de belangrijkste Nederlandse toneelprijzen. Foto: ‘Johan Cruijff’ (2007) van Eric Claus in beeldenpark De Havixhorst.
Om de veelzijdigheid en impact van Claus als kunstenaar recht te doen, is een uitgebreid randprogramma opgezet. Naast de tentoonstelling bij De Havixhorst omvat het de publicatie van een boek, workshops, lezingen, voorstellingen, educatieactiviteiten en een tweede tentoonstelling, vanaf 9 juli in Kunsthuis Secretarie in Meppel.

