Naar de inhoud

Sfeervol voorjaarsconcert Zang Edam: Ein Deutsches Requiem van Johannes Brahms

Bron: Stadskrant

Bij binnenkomst in de Grote Kerk was de sfeer luchtig en opgewekt. Het was duidelijk dat zowel publiek als uitvoerenden veel zin hadden in deze avond en uitkeken naar dit concert waar Ein Deutsches Requiem van Johannes Brahms stond geprogrammeerd.
Het eikenhouten koorhek was bovenop fraai gedecoreerd met bloemen in wittinten, herhaald in twee boeketten voor het podium met oranjeroze accenten.

De stenen pilaren waren speciaal uitgelicht zodat de vruchtbaarheidssymbolen duidelijk zichtbaar waren. Na een wat lange inleiding door Agnes van der Horst, de geluidsvoorbeelden hadden weggelaten kunnen worden, met uitleg over vorm, geschiedenis en achtergrond van het werk, kwamen koor en solisten op.

De eerste schetsen van Ein Deutsches Requiem werden door Brahms al in 1856 genoteerd, pas na het overlijden van zijn moeder nam hij het werk serieus op. In 1868 gaat het werk onder leiding van de componist zelf in première, op goede Vrijdag en heeft dan nog zes delen. Brahms besluit de muziek met solo-sopraan in te voegen als deel vijf zodat de compositie in evenwicht komt. Deze definitieve versie voor gemengd koor, orkest en solisten gaat in 1869 in première, dit keer onder leiding van componist Carl Reinecke. De uitgever vraagt Brahms om een versie voor piano à quatre mains, de versie zoals afgelopen zaterdag 13 mei te horen was. De compositie is opgedragen aan de moeder van Johannes Brahms en aan Robert Schumann.

Ein Deutsches Requiem is geen vertaling van de katholieke dodenmis in het Latijn, de teksten werden door Brahms vervangen door meerdere verzen uit de Lutherbijbel. Brahms breekt met de conventies en schrijft een religieus werk voor de concertzaal met troostende muziek voor alle nabestaanden. Brahms zag zijn Requiem als een humanistische lijdens-meditatie en gaf aan ‘deutsches’ liever te vervangen door ‘menschliches’.

Opvallend was de opstelling van het koor. Bij Zang Edam stonden de heren in het midden, aan beide zijden geflankeerd door de dames. Dit gaf de rijke klank van een gemengd koor, zeker in de vol gezongen tutti. Pianisten Ernst Munneke en Jan Paul Grijpink wisten in goed samenspel en lijnvoering het romantische idioom over te brengen.

Baritonsolist Michael Wilmering koos voor een wat milde en vragende inzet in deel 3 wat risico met zich meebrengt. Persoonlijk hoor ik liever een krachtiger aanroep en donkerder timbre. Vooral in het begin neigde de klank soms naar die van een tenor. Tijdens de tweede solo in deel 6 was Michael Wilmering veel meer bariton en overtuigend.

Na de pauze werd begonnen met het vijfde deel, erg mooi vertolkt door sopraan Selma Harkink met evenwichtig gezongen commentaar door het koor dat voller en vooral constanter klonk dan voor de pauze. Dirigent Benjamin Bakker had voor ieder deel goedgekozen tempi en het koor articuleerde de hele avond goed. Mooi was de lange stilte aan het eind van dit Hooglied van de troost, zodat de klanken alle tijd kregen op te lossen in de ruimte. Na een verdiend applaus voor de uitvoerenden wandelde ik met fijn gemoed een kalme lentenacht in.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.