Naar de inhoud

Triatleet Neal Keijzer voltooit Ironman Hawaii

Bron: Stadskrant

Na maanden van intensieve trainingen waarbij de wekker soms om 04.00 uur klonk, was zaterdagavond (Nederlandse tijd) het moment daar voor Volendammer Neal Keijzer: zijn debuut op de Ironman van Hawaii. Een wedstrijd waarbij hij 3,8 kilometer moeten zwemmen, 180 kilometer fietsen en iets meer dan 42 kilometer lopen. Wij spraken Keijzer (33) een paar uur na de finish, waar de teleurstelling in zijn stem hoorbaar was. Een monoloog over de schoppen, klappen en tijdstraf die hij kreeg.

‘Op 5 oktober vloog ik samen met mijn familie naar Hawaii. Vanwege de herfststorm in Nederland hebben we twee uur vertraging, waardoor we onze vlucht in Los Angeles missen. Gelukkig regelt KLM een goed hotel en kunnen we de volgende ochtend om acht uur alsnog richting Hawaii vliegen. Daar had ik nog wat dagen de tijd om te acclimatiseren en te trainen.

Op 13 oktober, een dag voor mijn debuut op het WK triatlon, lag ik al om negen uur op bed. De volgende ochtend zat ik om half vijf aan het ontbijt. Niet iets bijzonders, gewoon brood. Na het ontbijt werden de nummers op mijn armen en benen geplakt. Ik heb nummer 2052. Samen met mijn familie liepen we naar de startplekken van het zwemmen, fietsen en lopen. Ik controleer nogmaals mijn fiets bij de wisselzone en pomp de banden op. Nadat we bij de start van de profs hebben gekeken, is het mijn beurt en om vijf over zeven spring ik de Kailua Bay in om 3,8 kilometer te zwemmen.’

Schoppen en klappen

‘Het water is warm, 28 graden. Het zwemmen gaat lekker, ook al krijg ik geregeld schoppen, klappen en zwemmen mensen over me heen. Dat komt ervan als je met zo’n duizend atleten tegelijk het water in duikt. In iets meer dan een uur en drie minuten leg ik de 3,8 kilometer af en ren ik het water uit.’

Penalty

‘Ik kleed me om in de speciale tent en ren naar mijn fiets. Tijdens het fietsen komt een motor naast mij rijden. Achterop zit een jurylid en hij toont mij een blauwe kaart: dat betekent dat ik bij de eerstvolgende ‘penaltybox’, er staan er drie langs het parkoers, mijn fiets aan de kant moet zetten en vijf minuten in een tent moet wachten. Daar zitten drie andere atleten, waaronder een Fransman die het niet eens is met zijn straf en dit scheldend duidelijk maakt aan de dames van de organisatie. Zij moeten controleren of de atleten die zij van de jury doorkrijgen, zich ook daadwerkelijk melden. Wie zich niet meldt, wordt gediskwalificeerd. Ik houd mijn mond, ik kan toch niks aan mijn tijdstraf veranderen.

Officieel moet er twaalf meter tussen jou en je voorganger zitten. Maar het is zo druk op de weg dat dat haast onmogelijk is. Want doe je het wel, dan duikt iemand anders in het gat. Het is balen dat de jury net mij er uitpikt. Na de vijf minuten spring ik weer op mijn fiets. Het waait hard en het lijkt wel alsof je op dit eiland altijd tegenwind fietst. Dit in combinatie met het parkoers dat geen meter vlak is, maakt het zwaar. Na 5 uur en 22 minuten, ik had liever iets sneller gereden, arriveer ik bij de wisselzone en maak ik me klaar voor het laatste onderdeel: de marathon.’

Tank leeg

‘En dan gaat het helemaal mis. De tank is leeg. Ik kom niet meer vooruit. Waar ik 12 kilometer per uur wilde lopen, kan ik niet harder dan 10 kilometer per uur. Ik loop van drinkpost naar drinkpost, die na iedere mile (1,6 kilometer, red.) staan. Wandelend pak ik wat verkoeling in de vorm van sponzen en ijsblokjes. Ik pak wat eten en drinken en ga dan weer verder. Weer een mile tot de volgende verzorgingspost. Het is verschrikkelijk. Dit gevoel heb ik nog nooit gehad. Waarom nou net vandaag? denk ik bij mezelf. Ik hoop dat het beter wordt, maar dat is tegen beter weten in. Twee keer langs het parkoers kom ik mijn familie tegen. Ik zeg ze dat het niet gaat, al zien zij dat al aan mijn lijdende gezicht. ‘Als je maar de finish haalt’, zeggen ze. Ze hebben gelijk en dat houd ik dan maar in mijn hoofd.

Na 10 uur, 54 minuten en 51 seconden is de lijdensweg voorbij en loop ik over de finish. In eerste instantie balend dat mijn lichaam mij tijdens lopen in de steek liet. Maar morgen (vandaag, red.) zal ik vast trots zijn. Nu eerst douchen, dan slapen en vanaf morgen nog een week vakantie vieren hier.’

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.