Kritiek
Als ik wel eens over de mooie Dijk in Volendam loop en ik de lichtmasten van het stadion van FC Volendam zie, en het daarnaast gelegen sportcomplex van de RKAV, dan denk ik vaak: wat zijn we als klein dorpje toch verwend met voetbal. Dan heb ik het nog niet eens over al die andere sporten die in Volendam worden bedreven.
Als ik het even bij het voetbal houd, dan snap ik alle criticasters die nu zeggen dat het niet goed gaat en dat er wat aan gedaan moet worden. Ik heb dan toch zoiets van: zeg het maar. Wat moet er gaan gebeuren om bijvoorbeeld weer bij de eerste vijf te komen op de ranglijst? Waar haal je spelers vandaan met een budget dat niet helemaal toereikend is?
Volgens mij is het allemaal niet zo makkelijk als wat er gezegd wordt. Een deel van het bestuur weg?
Natuurlijk moet je moderniseren en dat beseft het huidige bestuur maar al te goed. Daarom zijn Jan Smit en Kees Pronk aangesteld, ook met het oog op de toekomst. Ik vind sowieso dat voorzitter Henk Kras moet blijven zitten. Dit omdat hij zoveel betekent voor de club, dat is met geen pen te beschrijven. Natuurlijk maakt hij wel eens fouten, maar welk mens maakt die niet, en hij doet alles in het belang van ons FC Volendam. Misschien ben ik bevooroordeeld omdat ik veel hoor en weet van FC Volendam, mede door mijn taken als stadionspeaker en andere vrijwillige werkzaamheden voor de mooiste club van het land.
Ik voel ook mee met de supporters, want dat ben ik zelf ook. Maar als ik af en toe lees wat er op social media geschreven wordt door ‘onze supporters’ dan denk ik vaak: waar gaat dit over.
Ga eens een keer naar onze voorzitter toe en op alle vragen krijg je antwoord, want er is niemand zo open als onze voorzitter. Zelfs als het over begrotingen gaat krijg je antwoord, maar daar bemoei ik mij niet mee, omdat ik net aan mijn eigen begroting rond heb.
Als je bij de onderste vijf staat, dan is het geen hosanna, bij geen enkele club. Ik lees ook liever de opstelling op voor vier of vijf duizend mensen in plaats van twee duizend, maar je bent supporter in goeie en in slechte tijden.
En die goeie tijden komen gerust wel weer. En dan staan we hopelijk met z’n ‘allen’ weer op een volle Dijk om de jongens toe te juichen. En dan kan ik nergens zitten, want alle cafés zitten dan vol met ‘voetbal supporters’. En dan kijk ik weer vanaf de Dijk naar die lichtmasten.