Hoofdtrainer Tom Brouwers van EVC over goed voetbal en het clubgevoel
Voor zijn dertigste levensjaar wilde hij hoofdtrainer zijn van een amateur voetbalclub. Heel ambitieus, maar niet te hoog gegrepen voor Tom Brouwers. Vorig jaar keerde hij terug bij EVC en mocht halverwege het seizoen het stokje overnemen van zijn voorganger. De competitie gaat weer van start en zijn doel is om vooral goed voetbal te laten zien en het clubgevoel nieuw leven in te blazen. Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
Toen Tom Brouwers als jeugdtrainer van A1 en B1 bij EVC de overstap naar FC Volendam maakte zei hij: “Ik kom terug en dan wil ik het eerste doen.” Vorig seizoen stond hij weer op het veld in Edam als trainer/coach van EVC 2 en mocht het onverwacht overnemen van toenmalige hoofdtrainer Brian Tevreden. “De verhoudingen binnen de club waren verschoven en dat begon te botsen,” vertelt Tom Brouwers.
“Uiteindelijk heeft Tevreden ervoor gekozen de confrontatie te zoeken met het bestuur, ik heb me daar verder niet mee bemoeid. Hij is op non-actief gezet en mij werd gevraagd of ik het wilde doen. Het was voor de spelers of de club geen leuke situatie, maar het was voor mij wel een mooie kans en die moet je aangrijpen en er voor gaan.”
Moeilijk begin
Alle begin is moeilijk, ook voor Brouwers. De eerste twee wedstrijden werden verloren. “De eerste was thuis tegen Opperdoes met 1-2. De tweede was uit bij Andijk. Na een goeie eerste helft en met een ruststand van 1-1, gingen we met een nederlaag van 7-1 eraf. Daar was ik echt ziek van en dan vraag je je wel even af of je hier wel klaar voor bent.
Gelukkig hebben de spelers nooit de schuld bij mij neergelegd en hebben we vertrouwen in elkaar gehouden, dat is heel belangrijk.” Na een moeizame start wist het team zich vorig seizoen onder de leiding van Brouwers knap te herstellen. “Het zijn leermomenten, achteraf had je bepaalde keuzes anders willen maken maar dat hou je toch. We maken allemaal fouten, dat hoort bij voetbal en dat is het mooie van het spel.”
Spannende competitie
Een aantal belangrijke spelers is vorig seizoen weggegaan. De nieuwe selectie kent veel lokale talenten en wacht een spannende competitie. “Een paar van de ervaren en op papier beste spelers stopte er door omstandigheden mee. Je krijgt dan de keuze met een andere groep te gaan werken. Er liep genoeg talent rond op het veld. Er zijn dit jaar echt veel jongens die goed kunnen voetballen, zeker voor dit niveau en misschien zelfs een niveau hoger.
Deze spelers hebben zelf de kans aangegrepen, ze hebben hun schouders er samen met de overgebleven ervaren spelers ondergezet en zijn er vol voor gegaan. Voetbal is voor een deel kunnen, maar vooral in een team voor elkaar kunnen en willen werken. Je moet zelf niet te belangrijk willen zijn, het is een spelletje dat je met zijn allen moet doen.”
Geen schreeuwer
Het jonge lokale talent van EVC kende Brouwers al uit de tijd dat hij de jeugd trainde. “Soms kan het iets te vriendschappelijk worden, omdat je elkaar goed kent. Daar heb ik zelf niet zoveel moeite mee. Er zijn trainers die met een harde hand werken of die problemen willen oplossen door te gaan schreeuwen. Daar kan ik zelf niet zoveel mee, je gaat met elkaar in gesprek om iets om te lossen. Als trainer ben ik fan van Pep Guardiola, in de manier waarop hij met de spelers omgaat en beslissingen durft te nemen.
Volgens hem zullen mensen vergeten hoeveel prijzen Barcelona onder zijn leiding heeft gewonnen, maar wat ze bij blijft is dat het voetbal geweldig was om te zien. Dat is ik ook mijn ambitie. Het gaat niet alleen om de prijzen, ik heb liever dat mensen over tien jaar nog weten hoe leuk dit elftal was om naar te kijken. Ik ben tevreden als we aan het einde van het seizoen goed voetbal hebben gespeeld en dat de bezoekers langs de lijn kunnen genieten. Op dit moment is goed voetbal belangrijker dan kampioen worden. Uiteraard doen we er alles aan om zo hoog mogelijk te eindigen.”
Clubgevoel terug
De lokale spelers zijn ook belangrijk voor de club. De eerste keer dat Tom bij EVC langs de lijn stond, mee met een vriend die trainingen gaf, voelde het als een warm bad. “Het was alsof ik bij familie kwam”. Dat gevoel werd de laatste jaren minder. “Er werd gezeurd over dingen zonder dat het werd aangepakt. Als je zegt dat iets niet goed is, doe er dan ook wat aan. Het tij lijkt nu gekeerd en er wordt een andere lijn ingezet.
Het clubgevoel moet weer terugkomen. Het tweede en derde spelen nu op dezelfde dag thuis als het eerste, dan gaat het meer leven. Lokale spelers in het veld zijn hierin ook belangrijk. Dat zorgt namelijk voor een connectie met het publiek. De jeugd moet weer iedereen kennen van het eerste en er alles voor over hebben om daar ook bij te mogen horen. De Edammers moeten de club gaan dragen en dan komt dat gevoel vanzelf terug, daar moeten we met zijn allen voor gaan.”
