Ontstaan en geschiedenis van de kermis (deel 1)
Het woord ‘kermis’ komt van de ‘kerkmis’ die rond het jaar 1000 het hoogtepunt vormde van de jaarlijkse, plechtige herdenking van het inwijdingsfeest van een nieuwe kerk of viering van de naamdag der beschermheilige. Deze misviering was alleen de aanleiding tot het ontstaan van de kermis, want de kermis zelf is meer verbonden met de (vaak rond de kerkmis gehouden) jaarmarkt en de daaraan gekoppelde vermakelijkheden.
Door de Hervorming (16 de eeuw) kwam behalve in het katholieke zuiden een einde aan de binding van de kermisviering met het kerkelijk gebeuren, maar de jaarmarkten en het daarmee gepaard gaande feestvermaak bleven gehandhaafd. Zo kent Den Bosch tot op vandaag zijn Sint Jansmarkt en Gulpen zijn Sint Hubertusmarkt.
Tussen de marskramers en stalhouders hielden zich daar al vanaf de 10de eeuw allerlei figuren op zoals kwakzalvers, potsenmakers, jongleurs, goochelaars, acrobaten en toneelspelers. Graaf Floris van Holland verleende in 1288 al het recht op het houden van een tiendaagse jaarmarkt aan Medemblik en Monnickendam. De lappendag zoals die traditioneel in Hoorn en naar het voorbeeld daarvan ook in Volendam ter afsluiting van de kermis wordt gehouden is nog een overblijfsel van de vroegere jaarmarkten.
Kermis soms 3 weken
Pas na de Hervorming begonnen de kermisvermakelijkheden steeds meer toe te nemen zodat de kermis in de 16de eeuw uitgroeide tot het grootste feest van het jaar dat soms wel drie weken kon duren. Er was vrijhandel in de stad en mensen die iets op hun kerfstok hadden kregen een vrijgeleide. Naarmate de marktfunctie van de kermis meer naar de achtergrond verdween ging het vermaakaspect een steeds grotere rol spelen. Vanaf 1700 vierden bepaalde beroepsgroepen hun eigen kermisdagen en zo rond 1841 gingen veel mensen er zelfs voor sparen terwijl sommigen een kermisfooi kregen van hun patroon.
De kermis was een uitstekende gelegenheid om aanzoeken te krijgen of te doen. De koekkramen speelden daarbij een belangrijke rol. De kermiskoek die een jongen kocht voor het meisje van zijn keuze had eigenlijk de functie van een liefdesbrief. Volgens gebruik bedankte het meisje er niet voor en at ze er ook niet van. Op enkele zondagen na de kermis ging de jongen bij het meisje thuis op de koffie die dan afhankelijk van de reactie van het meisje met of zonder koek werd opgediend.
Palingtrekken en katknuppelen
Palingtrekken en katknuppelen werden ook beoefend in Volendam totdat deze vormen van volksvermaak daar in het kroningsjaar van koningin Wilhelmina 1898 werden verboden.
Kop van moordenaar Jut werd kermisattractie
Hieruit ontstonden het gewichtheffen, ballengooien, ringwerpen, prijsschieten, de boksbal en de kop van Jut, die werd bedacht naar aanleiding van de in 1872 gepleegde roofmoord op een dame en haar dienstmeid die in 1875 werd bekend door Hendrik Jut (foto). Het publiek kon op de kermisattractie zijn afschuw kwijt op de ‘kop van Jut’, die na tot levenslang te zijn veroordeeld in 1878 overleed in de gevangenis van Leeuwarden. Later kwamen er kleinere behendigheidspelletjes waarbij prijzen kunnen worden gepakt zoals het vissenspel.
Franse overheid verbood in 1797 als sanctie de Volendammer kermis
Dat de Volendammers al vroeg aan hun kermis gehecht waren bleek in de Franse tijd. Nadat de Fransen in 1795 met hoge verwachtingen in ons land waren verwelkomd sloeg de stemming al spoedig om door de gedwongen inkwartiering van Franse soldaten en de spoedig ingetreden algemeen economische malaise. Voor de Volendammers was het een extra tegenvaller dat hun herhaaldelijke verzoeken om uitbreiding en uitdieping van de haven maar niet werden ingewilligd. Het liep zo hoog op dat een aantal schippers weigerde om nog langer hun havengeld af te dragen, waarop de Franse overheid in 1797 als sanctie de kermis verbood. Deze maatregel zette bij de Volendammers zoveel kwaad bloed dat alle honderd schippers het jaar daarop weigerden te betalen.
Ondanks inzet van gendarmes bleven er schippers volharden zodat in 1799 alsnog tot het uitbaggeren van de haven werd besloten. Rond de kramen en tenten op de dijk zal het in die tijd zonder twijfel zeker gezellig zijn geweest en anders wel in de herbergen waarvan die van Jaap Schilder (Groothart) en Jan Kester aan de haven tegenover het weitje in de annalen van rond 1830 staan vermeld.
Lees hier deel 2 van de geschiedenis van de kermis.
