Rembrandt liet Edamse minnares Geertje Dircx in spinhuis opsluiten
Geertje Dircx werd op last van haar voormalige werkgever en minnaar Rembrandt van Rijn in 1650 voor vijf jaar opgesloten in het spinhuis in Gouda. In haar nieuwe roman duikt Simone van der Vlugt in de akelige affaire: ‘Ik wil Geertje recht doen.’ Tekening: Een vrouw in Noord-Hollands kostuum, op de rug gezien, misschien Geertje Dircx, 1636-1638, een tekening van Rembrandt.
Nobel van inborst en een groot kunstenaar. Rembrandt van Rijn was de gedroomde nationale held, waar Nederland in de 19de eeuw naar op zoek was. De schilder van De Nachtwacht werd op een voetstuk gehesen. De onthulling van zijn standbeeld op 27 mei 1852 in Amsterdam, het eerste monument in de stad, werd een groot volksfeest.
Bij de keuze voor de meester van de Gouden Eeuw kwam het verhaal over de door de schilder gedumpte minnares Geertje Dircx niet van pas. Geertjes jarenlange opsluiting in het spinhuis van Gouda, op last van en betaald door Rembrandt, werd lang verzwegen. Of, indien vermeld, omschreven als terechte opsluiting van een krankzinnig geworden ‘chanterend, overspannen viswijf’.
Pas rond 1960 kwam de affaire in een ander daglicht te staan. Uit vrijgekomen bronnen bleek de weinig verkwikkende rol van Rembrandt in de vechtscheiding. De breuk tussen de twee voormalige geliefden, die zeven jaar ongehuwd samenwoonden, was hard. Een gesprek over de alimentatie vond op 15 juni 1649 plaats in de keuken van het huidige Rembrandthuis, met Rembrandts nieuwe liefde Hendrickje Stoffels als getuige. Foto: In de Grote Kerk in Edam is een grafzerk te vinden waarop de naam ‘Griet (Geertje) Dirkx’ staat.
Klik hier voor het hele artikel op de site van het Parool.

