‘Hij kan ronduit bot zijn. Maar dat is ook verlegenheid’
Bron: FD
Familiehistorie Filmmaker en cameraman Frans Bromet (75) groeide op in Amsterdam, in een gezin van drie kinderen. Zijn vader was boekhouder, zijn moeder huisvrouw. ‘Mijn vader had geen fijne jeugd’, aldus zoon Ruben Bromet, ‘zijn moeder was weinig liefdevol en dreigde er vaak mee een gesticht voor hem te bellen.’Bromet brak door met ‘Buren’, een 75-delige serie over de relaties tussen buren. Het thema familie komt vaak terug in Bromets werk, bijvoorbeeld in de films ‘Opvoeden’ en ‘Gescheiden’. In 2017 kreeg hij de Zilveren Nipkowschijf voor zijn oeuvre. Begin dit jaar maakte hij samen met Raoul Heertje, beiden van Joodse komaf, de succesvolle serie ‘Het Israël van Heertje en Bromet’.Bromet woont met zijn vrouw, Anita, in Ilpendam. Ze hebben drie kinderen (Silvia, Laura en Ruben) en zes kleinkinderen. Geluidstechnicus Ruben Bromet (33) deed het conservatorium in Maastricht en Amsterdam. Hij is single en woont om de hoek bij zijn ouders. Ruben is deels in dienst bij het productiebedrijf &Bromet en maakt ook films en programma’s daarbuiten.
‘Kom niet te laat bij mijn vader, want dan krijg je op je donder. Al is het een minuut. Zijn adagium is “wees een kwartier te vroeg, dan weet je tenminste zeker dat je op tijd bent”. Hij is met de jaren wel wat milder geworden, terwijl mijn moeder juist pittiger wordt met de jaren. Ik denk dat dat heel goed is voor de balans in hun huwelijk. Net als het feit dat mijn vader mijn moeder assisteert in de tuin: zij is daar de baas. Sinds een paar jaar kookt mijn vader, niet altijd even verdienstelijk overigens. Mijn moeder bekritiseert hem dan ook geregeld als hij iets op tafel zet. Mijn moeder heeft zich altijd ten dienste gesteld van mijn vader en zijn films. Zij zorgt er met verve voor dat Frans zijn werk kan doen, neemt kinderen en kleinkinderen en het huishouden voor haar rekening.’
‘Of mijn vader veel thuis was vroeger, daarover verschillen de meningen. Hij vindt van wel, ik vind het wel meevallen. Hij was vaak een paar weken achter elkaar weg om te filmen, om daarna weer een paar weken thuis te zijn, althans op het kantoor om de hoek, om te monteren of te researchen. Mijn vader is vervlochten met zijn werk. En wij, het gezin, zijn dat eigenlijk ook. Mijn beide zussen werkten voor het bedrijf, ik doe dat nog steeds, onder meer als geluidsman en -technicus. Toen ik tiener was had ik dat nooit gedacht, ik wilde in de muziek, ben ook het conservatorium gaan doen. Als puber maakte ik vaak metalmuziek, met mijn eigen band in onze schuur. Tot ongenoegen van de buurman; mijn vader kwam dan voor me op, vond dat de man niet moest zeuren.’
‘Wij gaan bij anderen altijd van het negatieve uit. Ik denk dat dat wantrouwen een soort zelfbescherming is’
‘Wij vormen een hecht gezin, mijn zussen en ik wonen nog steeds in Ilpendam, het dorp waar we opgroeiden. Onder de rook van Amsterdam hebben we the best of both worlds. Een groot deel van mijn vaders Joodse familie is in de Tweede Wereldoorlog uitgemoord. Ik denk dat hij ons daarom graag dichtbij wil houden. Zijn vader, mijn opa, heeft nauwelijks over de oorlog gesproken. We zijn er zelfs pas onlangs achter gekomen dat mijn grootvader bij het Joodse verzet zat. De hetze tegen Joden, die natuurlijk veel verder teruggaat dan de oorlog, heeft bij ons allemaal tot een natuurlijk wantrouwen geleid. We gaan bij anderen altijd van het negatieve uit. Ik denk dat het een soort zelfbescherming is. En wij vinden eigenlijk ook dat wij zelf tot de kleine groep behoren die wel begrepen heeft hoe het leven in elkaar zit. Daar hadden we het vroeger ook vaak over aan de keukentafel van mijn ouders.’
‘In het dorp zijn wij niet erg geliefd. Veel mensen denken dat we steenrijk zijn, wat reuze meevalt. Mijn vader heeft het gewoon goed gedaan en leeft zuinig. Een dorp kan soms benauwen, ik weet niet of ik er altijd zal blijven wonen. Mijn ouders denk ik wel, die zijn er inmiddels geworteld.’
‘Mijn vader heeft een handjevol vrienden, de meeste komen uit de creatieve sector. In het contact met onbekenden kan hij ronduit bot zijn. “Alsjeblieft” zal je hem niet gauw horen zeggen als hij een cappuccino bestelt. Maar daar zit ook een bepaalde verlegenheid achter. Als wij vroeger met vakantie waren in Frankrijk, durfde hij bijvoorbeeld niet aan iemand de weg te vragen. Terwijl hij in al zijn films juist interactie aangaat; zijn typische stemgeluid en zijn directe manier van interviewen zijn zelfs zijn handelsmerken geworden. Zodra zijn camera loopt, wordt mijn vader een ander mens. Het instrument werkt, omdat hij altijd zelf filmt, als een soort schild. Met die camera tussen hem en de geïnterviewde voelt hij zich beschermd.’
‘Van jongs af aan ben ik betrokken bij het werk van mijn vader. Op mijn zesde wisselde ik al de banden van Zomergasten, een van de programma’s die hij toen maakte. Op mijn elfde maakte ik de website van het bedrijf &Bromet en sinds mijn 15de help ik mee met het geluid.
‘Hij heeft al jaren onmin met zijn eigen buurman, maakt van die klassieke ruzies over schuttingen en verbouwingen’
Samenwerken met mijn vader is heel fijn. We denken hetzelfde over dingen, maar dagen elkaar ook uit. Mijn vader is bijvoorbeeld meer gericht op kleine films in Nederland, ik denk wat groter. Zo bedacht ik onze film over het vluchtelingenkamp in Calais. Naast mijn rol als geluidsman was ik degene die de mensen aansprak – ik spreek zes talen, mijn vader kan nauwelijks Engels. Eenmaal weer thuis, vertelde hij lovend over mij aan mijn moeder. Hij geeft me ook vaak complimenten over het geluid. Mijn vader is ook behoorlijk technisch, gezien zijn leeftijd best bijzonder. Hij is altijd op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van beeld en geluid.’
‘Frans brak door met zijn serie Buren. 75 afleveringen lang sprak hij met buren over elkaar. Zelf heeft hij al jaren onmin met zijn eigen buurman, maakt van die klassieke ruzies over schuttingen en verbouwingen. Wellicht komt daar zijn fascinatie vandaan. Ik geloof overigens dat ze het onlangs hebben bijgelegd.’
‘Het winnen van de Nibkowschijf voor zijn gehele oeuvre was voor mijn vader een belangrijke erkenning van zijn werk. Daarvoor voelde hij zich vaak onbegrepen. Ons recentste programma, Vader in de tuin, had bijna 450.000 kijkers. Natuurlijk doet hem dat goed. En ook mij maakt het trots.’ q
Frans over Ruben: ‘Ruben is onze nakomer, hij scheelt meer dan vijftien jaar met zijn zussen. Als kleuter sprak hij al Engels, zichzelf aangeleerd via de computer. Hij is hoogbegaafd, op school heeft hij zich vaak verveeld. Wij wilden niet dat hij een klas oversloeg, dan zou hij als jongste weer andere problemen krijgen. Maar hij heeft genoeg mot gehad met leraren, was soms echt onhandelbaar.’‘Het is mooi om samen te kunnen werken met je zoon, zoals bij de film in Calais. Mede dankzij hem is het een prachtige documentaire geworden, doordrenkt van goede muziek. Ik zou met Ruben nog weleens op deze manier een serie willen maken.’‘Ruben heeft een paar lange relaties gehad, kan totaal meegesleept worden in zijn verliefdheid. Zijn vriendinnen komen meestal niet uit Nederland. Wij hebben daardoor weleens gevreesd dat hij in Wit-Rusland of Amerika zou blijven hangen. Hij reist sowieso graag, nam toen hij jonger was al eens in zijn eentje de Transsiberië Express naar China. Gelukkig komt hij tot nu toe elke keer toch weer thuis.’Foto: Ruben en Frans in een restaurant in IJmuiden, rond 1996.