Moord op een Edamse scheepstimmerman in 1560
Op 29 juni 1560 werd in Edam een moord gepleegd op een scheepstimmerman. Hieronder een opgave van de betrokken personen en het verhaal van het misdrijf. Personen: Sijmon Dircksz, ook wel genoemd Grote Dirck, die vermoord wordt.
- Jaap Heijnsz, broer van Claes Heinsz en samen eigenaar van een scheepswerf te Edam. Hij heeft Sijmon Dircksz met een bijl neergeslagen.
- Claes Heijnsz, die Sijmon Dircksz met een mes heeft gestoken.
- Pieter Loen, bijgenaamd 't knechtje, oud 52 jaar, getuige van de vechtpartij. Hij stond er dichtbij en heeft alles gezien.
- Claes Jansz, een koopman in hout. Hij was de belangrijkste getuige omdat hij erbij stond en nog tussenbeide wilde komen.
- Pauwels Jacobsz, oud 20 jaar, was toevallig getuige van de vechtpartij. Rijn Claesz, oud 33 jaar, werkman op de scheepswerf, maar heeft de vechtpartij niet gezien.
- Net Jans, oud 35 jaar, heeft vanuit het raam van haar woning de twee vechtende mannen gezien.
- Piet Hagen, oud 34 jaar, op de werf werkzaam aan het schip van Pieter Cruijf, zag boven op de steiger staande de twee vechtende mannen beneden hem.
- Jonge Jan, oud 23 jaar, heeft het hele gevecht gezien.
Koopman Jansz, oud 55 jaar, en Pieter Leen, bijgenaamd 't Knechtje, oud 52 jaar, verklaarden aan de Schout van Edam dat zij over de Schepenmakersdijk liepen te wandelen met Sijmon Dircksz, ook wel genoemd Grote Dirck. Net toen ze bij de scheepswerf kwamen van de gebroeders Claes en Jaep Heijnsz zagen ze Claes achter de onderdeur binnen in zijn werkplaats staan. "Hé, Claes", riep Sijmon, "als je mij om geld vraagt over die leverantie van die balken, dan krijg je het niet alles, want ik heb daar met je broer Jaep een meningsverschil over".
"Als door een wesp gestoken kwam Claes Heijnsz woest kijkend naar buiten en met zijn beide handen op de rug riep hij op scherpe toon tegen Sijmon: "Hoe wil je dan je schuld afrekenen, jongeman?" "Zoals jij dat wenst!", antwoordde Sijmon brutaal en hij nam meteen een dreigende houding aan. Daarop pakte Claes bliksemsnel zijn mes uit zijn gordel, dook met het mes in zijn rechterhand in één vloeiende beweging naar voren en stak Sijmon daarmee in zijn arm. Een felle kreet van pijn klonk over de werf die de mensen op de Schepenmakersdijk deed opschrikken.
Deugniet
"Wil je zo afgerekend worden, deugniet!" Sijmon gaf geen antwoord. Hij pakte een mes tussen zijn broekriem vandaan en stoof op Claes af om hem met zijn mes in een draaiende beweging naar links een haal over het gezicht te geven. Maar hij miste en viel languit tussen de houtkrullen op de grond. Razendsnel stond hij weer op de been en viel voor de tweede maat op Claes aan. Die ontweek het scherpe moordwapen keer op keer, sprong naar achteren, naar opzij, rende achter een stapel geschaafde planken met Sijmon achter hem aan.
Jaep Heijnsz, de broer van Claes, was door de kreet van Sijmon opgeschrikt van zijn werk op de scheepswerf, waar een nieuw schip op stapel stond. Hij zag onder zich de twee vechtenden met hun messen in de hand elkaar achtervolgen. Hij bedacht zich geen ogenblik, greep de steigerpaal en liet zich naar beneden zakken op de steiger beneden hem, waar een ladder tegenaan stond die hem met een paar sprongen op de begane grond bracht.
Hakbijl
Daar lag tussen de houtkrullen een grote hakbijl. Hij greep die bij het handvat en at zwaaiend met het moordwapen ging hij op Sijmon af en riep tegen hem: "Wat wil jij, waarde vriend! Weet je wel met wie je te maken hebt!". Met twee handen boven het hoofd, haalde hij uit en trof zijn tegenstander met de achterkant van de bijl in zijn nek. Sijmon sloeg achterover, strompelde over een balk die achter hem lag en viel als een blok languit op de grond. Dan, steunend op twee handen, kwam hij weer langzaam omhoog en kroop naar het houten zaagbankje dat tegen de werkschuur stond.
Hij wilde nog met uiterste krachtsinspanning gaan zitten, maar viel met zijn gezicht tegen de wand van de schuur, een bloedspoor achterlatend op het hout. Languit lag hij daar, terwijl het bloed uit zijn hals stroomde. Hij zou nooit meer opstaan. Het lichaam werd later naar de dodenkamer van de St.Nicolaaskerk gebracht, waar het werd onderzocht door de schout Hendrik Claesz en de schepenen Claes Jacobsz, Jan Smit, Jacob Lakencooper, Jan Melisz en Pieter Fransz.
Zij constateerden bij het slachtoffer een diepe wond van een mes in zijn linkerarm en nog een blessure aan zijn linkerschouder en een blauwe bult van ongeveer een handbreedte op zijn hoofd achter zijn linker oor. Het was niet de eerste moord die in Edam werd gepleegd. Tussen 1540 en 1560 werden 22 mensen vermoord, voornamelijk met een mes. Het zou ook niet de laatste zijn. Tussen 1560 en 1580 waren dat er dertien.
Nadat in 1685 op bevel van Prins Maurits het verboden was met een mes in een herberg te komen, tenzij men het steekwapen bij binnenkomst inleverde bij de kastelein, daalde het aantal moorden drastisch. In de volgende twintig jaar waren toch nog zes moorden gepleegd en van 1600 tot 1700 waren dat er in totaal eenentwintig. Toch nog een respectabel aantal, waarbij men moet bedenken dat iedere moord er één te veel is.
Dick Brinkkemper
Uit: Informatie-boeck der Steede van Eedam 1540-1708 Oud Rechterlijk Archief nr.3811 fo1.20 Waterlands Archief te Purmerend