Onthulling aquarel C. Springer in Waterlandsmuseum de Speeltoren
De heer P. Mars is opgegroeid in Monnickendam. Hij heeft op zijn huidige gevorderde leeftijd (93) besloten een unieke aquarel van de bekende schilder Cornelis Springer, voorstellende het uitgaan van de Grote Kerk in wintertijd uit 1881, te schenken aan de Ver. Oud Monnickendam.
De Vereniging Oud Monnickendam is zeer verheugd met deze bijzondere schenking. Zij wil de heer Mars hiervoor hartelijk danken door aan de onthulling een feestelijk tintje te geven.
Hieronder informatie over de schilder Cornelis Springer en het verhaal van de heer Mars over hoe hij in het bezit van deze aquarel is gekomen.
Boom en aquarel
Toen ik in de 7de klas van de Chr. Schol in Monnickendam zat vertelde schoolhoofd Oosterveld aan de klas dat “de” boom voor de grote kerk was geplant (in 1694 geloof ik) door ene Mars, vermoedelijk gemeentewerkman. Het plantloon bedroeg 1 schelling: 30 cent of 6 stuivers. Dat er toen al “Marsen” in M’dam woonden bleek mij korte tijd later. Er was een grafzerk met de vermelding Pieter Mars Janszoon gestorven in 1641. In 1971 verhuisden mijn gezinsgenoten en ik na in de W.v.d.Voetstraat en de Julianalaan te hebben gewoond naar Rijswijk ZH. Daar leerden wij de familie Oenema kennen. Oenema restaureerde schilderijen, handelde daarin en organiseerde ook exposities.
Bij gelegenheid van zo’n expositie zag ik onder de tentoongestelde werken “het” aquarel. Ik meldde dit aan Mevr. Oenema maar zij reageerde nogal sceptisch. Dat bracht mijn overtuiging niet aan het wankelen. Mijn ouders kwamen over uit M’dam en ik nodigde mijn vader uit voor een wandeling. Ik zie nog zijn uitgestoken wijsvinger en hoor hem uitroepen: Monnickendam. Na afloop van de tentoonstelling is, naar later bleek, het aquarel verkocht. Dit had het einde kunnen zijn van het verhaal.
In 1988 was het jaar gekomen waarin ik, halverwege het jaar, afscheid moest nemen van de onderneming die ik 33 jaar had mogen dienen. Mijn collega’s in de Raad van Bestuur wilden ons (mijn vrouw en mij) een cadeau aanbieden dat wij zelf mochten bepalen. We hebben heel wat gezien, hebben o.a. de heer Aardewerk (Kunst en Kitsch) bezocht maar konden niet slagen. We woonden toen al enkele jaren in Gouda maar namen van de gemachtigde van het bedrijf die ons met volmacht vergezeld afscheid in Rijswijk, dicht bij hete huis van Oenema. Toen wij onze auto voor zijn der parkeerden liep hij net de trap op naar boven maar openende onmiddellijk de deur voor koffie en een praatje. Daarbij kwam het aquarel ter sprake.
Oenema vertelde dat hij destijds het stuk had verkocht aan een dame en dat hij gehoord meende te hebben dat zij recent (1988) was overleden. De aanwezigheid van het aquarel in de inboedel zou een probleem vormen: geen der erfgenamen bleek bereid de taxatieprijs te betalen. Afgesproken werd dat wij naar huis zouden gaan en dat Oenema op onderzoek zou uitgaan.
Wij waren nauwelijks thuis toen hij belde, zei dat zijn verhaal klopte en onmiddellijk kon worden geverifieerd of we echt hetzelfde werk bedoelden. Hij had een foto en jawel. De volgende dag(en) heeft Oenema met mijn collega’s overlegd met het resultaat dat het aquarel sinds juni 1988 als pronkstuk aanwezig is in de huiskamer die zoveel jaren met mijn vrouw heb mogen delen.

