Bezwaar burgemeester Don Bijl tegen artikel in noodverordening
Aan de Gemeenteraad van Purmerend
Onderwerp: Bezwaar tegen artikel 2.5a Noodverordening.
Geachte leden van de raad,
Hierbij stel ik u ervan in kennis dat ik bezwaar heb gemaakt tegen artikel 2.5a van de noodverordening Covid-19 die de voorzitter van de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland op 11 augustus 2020 heeft vastgesteld. Dit bezwaar heb ik dezelfde dag kenbaar gemaakt en in de eerstvolgende vergadering van het RBT op 13 augustus 2020 toegelicht.
Artikel 2.5a opent de mogelijkheid om het dragen van niet medische mondkapjes in aangewezen gebieden verplicht te stellen.
Het artikel is een optionele bepaling gebaseerd op de aanwijzing van de minister van VWS van 7 augustus 2020. Dit betekent dat de minister de mogelijkheid opent om het artikel in de noodverordening op te nemen, maar dit niet als verplichting stelt. De voorzitter van de veiligheidsregio heeft ervoor gekozen dit wel te doen. Daarmee is de bepaling ook van toepassing in de gemeente Purmerend.
Mijn bezwaar richt zich tegen het feit dat door het verplicht stellen van het dragen van mondkapjes grondrechten worden beperkt, in het bijzonder artikel 10 van de Grondwet dat ziet op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
Naar mijn overtuiging mogen grondrechten niet worden beperkt door een noodverordening, maar alleen door een wet in formele zin (een wet die via de Staten Generaal is aangenomen). Het zou bijvoorbeeld tot de mogelijkheden behoren hetonderhavige vraagstuk te regelen in de noodwet die op behandeling wacht in de Tweede Kamer.
Ik sta niet alleen in dit standpunt. Vrijwel alle staatsrechtjuristen delen deze mening.
Als geen ander begrijp ik, dat een bestuurder moet handelen. Wij leven in bijzondere tijden waarin het gedrag van velen voorbeeldig is maar waarin toch ook grote groepen zich niet houden aan regels en afspraken. Dit is lastig maar mag geen vrijbrief zijn voor bestuurders om grondrechten aan te tasten en daarmee het wezen van onze rechtsstaat. Dit aantasten mag ook niet als experiment worden ingekleed.
Op basis van de achtereenvolgende noodverordeningen is al op een ongekende manier ingegrepen in ons dagelijks leven. Met recht en reden. De neiging bestaat elke keer een stap verder te zetten als de omstandigheden daar om lijken te vragen, maar het is van het grootste belang hierbij de staatsrechtelijke grenzen scherp in de gaten te blijven houden. Om het gezag van de overheid overeind te houden, juist in deze tijd.
Voor de volledigheid merk ik nog op, dat mijn bezwaar niet is weggenomen door de toezegging van de voorzitter om pas een aanwijzingsbesluit te nemen na advies van het ROT en na consultatie van het RBT. Rechtmatigheid weegt voor mij zwaarder dan pragmatisme.
Mijn standpunt moet overigens los worden gezien van de discussie die plaatsvindt over nut en noodzaak van niet medische mondkapjes. Ik stel alleen vast dat de argumenten sterk uiteen lopen van wenselijke signaalwerking tot het tegengaan van teveel buitenlandse toeristen. Voor sommigen geeft een mondkapje een vorm van zekerheid, anderen zijn juist beducht voor onoordeelkundig gebruik. In deze discussie wil ik mij niet verder begeven.
Formeel wordt mijn bezwaar aangemerkt als bezwaar zoals genoemd in artikel 39, lid 4 van de Wet Veiligheidsregio's. Na afloop van de crisis zal de voorzitter verslag uitbrengen aan de raden van de getroffen gemeenten. In dit verslag zal hij melding maken van de ingediende bezwaren. Naar aanleiding daarvan kunt u als raad desgewenst schriftelijke vragen stellen of om mondelinge toelichting te vragen.

Don Bijl
Burgemeester van Purmerend