Verslag overleg provincie NH en college Landsmeer over bestuurlijke toekomst

De commissaris van de Koning, de heer Van Dijk, heet het college van Landsmeer welkom. Na een introductieronde krijgt de heer Straat als eerste het woord om een toelichting te geven op de brief van het college van Landsmeer aan de provincie van 16 juni jl.
De heer Straat geeft aan dat in zijn woorden ‘de complicatie compleet en urgent is’. Landsmeer is een kwetsbare gemeente qua slagkracht, capaciteit, organisatie, financiën, uitvoeringskracht. Er is eindeloos gesproken door de gemeenten in het groene gebied van de regio Zaanstreek-Waterland over de bestuurlijke toekomst. Waterland heeft besloten zelfstandig te willen blijven. Beide steden, Purmerend en Amsterdam, zijn momenteel in een fusieproces verwikkeld. Recente gesprekken met de colleges van OVER-gemeenten hebben ook niets opgeleverd. Landsmeer mist perspectief.
Mevrouw Elfferich vult aan dat het dossier al lang loopt. De raad sprak zich naar aanleiding van een bestuurskrachtonderzoek in 2014 al uit over haar ambities. Deze ambities zijn hoger dan wat Landsmeer waar kan maken. Een ambtelijke samenwerking tussen de vijf groen-landelijke gemeenten is helaas niets geworden. Deze samenwerking klapte in 2017. Ook de provincie gaf in de gesprekken met de vijf colleges en gemeenteraden in mei 2018 aan dat de provincie geen voorstander is van ambtelijke fusies, omdat deze inefficiënties kennen. De gemeenteraad van Landsmeer zag zelf ook in dat een ambtelijke fusie geen oplossing is voor de problemen van Landsmeer. Daarop heeft de raad in mei 2019 besloten om voor een bestuurlijke fusie met groen-landelijke gemeenten te gaan. Helaas besloot de raad van Waterland in februari tot zelfstandigheid.
Het college van Oostzaan gaf het signaal af om in gesprek te willen blijven met Landsmeer. Dat heeft echter tot nu toe niet tot beweging geleid bij de raad van Oostzaan; die wil zelfstandig blijven. Er is ook gesproken met het college van Wormerland, maar bij het college voelt men geen urgentie om bestuurlijk op te schalen. Kortom, Landsmeer staat nu op een punt dat geen uitvoering kan worden gegeven aan het fusiebesluit van de raad. De gemeenteraad van Landsmeer blijft in grote meerderheid kijken naar groen-landelijke gemeenten. Het college van Landsmeer ziet dat deze gemeenten dezelfde problemen hebben als de gemeente Landsmeer. Het college van Landsmeer legt richting raad bloot dat het ambitieniveau niet gehaald kan worden. Zelfs het (iets meer) zijn van een beheergemeente is al lastig genoeg. Het is ontzettend jammer dat Landsmeer er niet uit komt met andere gemeenten.
De heer Heinrich geeft een toelichting op de financiën. Deze zijn kort gezegd krap. In 2018 is er een ambitieus raadsprogramma vastgesteld. Afgelopen jaren was er een tekort op de algemene uitkering. Successievelijk moet Landsmeer het met minder doen. In 2019 had de jaarrekening een behoorlijk tekort wat via de reserve is gedekt. De begroting 2020 is sluitend gemaakt met een behoorlijke uitname uit de algemene reserve. Dit jaar en komende jaren is er een behoorlijk tekort. Dat komt o.a. door de jeugdzorg. Landsmeer heeft een structureel meerjarig tekort van ca. 1 miljoen euro. Het kost moeite om een sluitende begroting te kunnen presenteren. Er is al een behoorlijke uitname gedaan uit de algemene reserve. Momenteel loopt de discussie met de raad hierover en worden er bezuinigingsvoorstellen voorgelegd. Qua algemene reserve zal Landsmeer in maart 2022 op 0 uitkomen als er niets wijzigt en ambities niet worden bijgesteld. En dan zijn de structurele corona- gerelateerde kosten en de wijzigingen, voor Landsmeer verlaging, die er aankomen m.b.t. de uitkering van het gemeentefonds nog niet meegenomen.
De heer Heinrich somt een aantal voorstellen op die aan de raad zijn gedaan om de begroting sluitend te krijgen, zoals het niet meer financieren van de kunstgrasvelden van de voetbalvereniging en het afschaffen van het monumenten-herstel-programma. Het gaat hoe dan ook pijn doen en een verschraling betekenen van het sociale en fysieke voorzieningenniveau. Mevrouw Elfferich vult aan dat Landsmeer voorheen het geld wel had, maar de mensen niet, omdat vacatures moeilijk in te vullen zijn. Een grotere organisatieschaal is nodig.
De heer Van Dijk vraagt zich af hoe het college momenteel aankijkt tegen de scenario’s van een bestuurlijke fusie met Purmerend of Amsterdam, nu blijkt dat een groen-landelijke combinatie niet mogelijk is.
Mevrouw Elfferich geeft aan dat deze scenario’s wel zijn uitgeschreven. Voor Amsterdam geldt dat Landsmeer uit de regio Zaanstreek-Waterland en alle samenwerkingen moet stappen. Landsmeer is fysiek/ geografisch wel gericht op Amsterdam. Purmerend ligt geografisch wellicht wat onlogischer, maar is verder wel een logische partner, het is ook dezelfde regio Zaanstreek-Waterland en beide gemeenten delen alle netwerken en GR-en . Ook het scenario van opsplitsing is benoemd. Echter wil de meerderheid van de raad geen bestuurlijke fusie met de steden. Mevrouw Elfferich geeft aan dat het college van Landsmeer benieuwd is hoe de provincie tegen de verschillende scenario’s aankijkt.
Mevrouw Zaal geeft aan dat het knap en dapper is dat de raad inziet dat een bestuurlijke fusie voor Landsmeer het beste is. Dat verdient ook complimenten aan het college. Tevens complimenten dat de gemeente Landsmeer hulp durft te vragen en open een eerlijk aangeeft welke problemen Landsmeer heeft.
Mevrouw Zaal loopt de verschillende scenario’s, die het college heeft uitgewerkt voor de raad, langs:
Ambtelijke fusie met Oostzaan en Wormerland
Mevrouw Zaal licht toe dat gemeenten zelf kunnen bepalen of ze ambtelijk willen fuseren, daar hoeft de provincie geen goedkeuring oid aan te geven. Bekend is dat de provincie geen voorstander is van ambtelijke fusies, tenzij het een opmaat vormt naar een bestuurlijke fusie. Ambtelijke fusies zijn suboptimaal en kennen inefficiënties, dat blijkt uit diverse onderzoeken. Daarnaast blijkt uit de zelfevaluatie van OVER-gemeenten en de gesprekken die de provincie met beide colleges heeft gevoerd, dat dit construct niet goed werkt. Een ambtelijke fusie van Landsmeer met Oostzaan en Wormerland gaat de problemen van Landsmeer, maar ook die van Wormerland en Oostzaan, niet oplossen. Mevrouw Zaal geeft aan dat dit voor de provincie geen wenselijk scenario is. Goed dat college en raad van Landsmeer dit zelf ook inzien.
Bestuurlijke fusie met Oostzaan
Mevrouw Zaal geeft aan dat dit scenario niet zal leiden tot een duurzame en robuuste nieuwe gemeente. Oostzaan en Landsmeer samen hebben circa 20.000 inwoners. De provincie dient fusievoorstellen te toetsen aan de criteria uit het landelijk beleidskader gemeentelijke herindeling. Deze combinatie scoort niet goed op de criteria en daarom zal de provincie een dergelijk voorstel niet steunen.
Bestuurlijke fusie met Amsterdam
Dit scenario is mogelijk, want het leidt tot een robuuste en duurzame nieuwe gemeente. Complicerende factor is inderdaad dat Amsterdam momenteel een fusietraject met Weesp doorloopt. Een fusie met Landsmeer kan pas op z’n vroegst per 2026 en zal zeker tot vragen in Den Haag gaan leiden. Daarnaast betekent het dat Landsmeer uit de regio Zaanstreek-Waterland treedt en daarmee ook uit bijna alle bestaande GR-en en samenwerkingen. Dit kan, maar is niet optimaal.
Bestuurlijke fusie met Purmerend
Mevrouw Zaal geeft aan het eens te zijn met het college van Landsmeer dat dit een logischere optie is dan Amsterdam. Na de fusie van Purmerend met Beemster, vormt deze nieuwe gemeente een groenere gemeente en sluit dan beter aan bij de groenlandelijke voorwaarde van de raad en inwoners. Daarnaast hoeft Landsmeer niet uit de samenwerkingen in regio Zaanstreek-Waterland te treden. Een fusie met Purmerend kan ook op z’n vroegst pas per 2026, en zal ook zeker leiden tot vragen in Den Haag.
Mevrouw Zaal sluit af door aan te geven dat zij een kennismakingsronde gaat doen langs de burgemeesters en wethouders regionale samenwerking van de gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland die zij nog niet gesproken heeft. Het betreft Edam-Volendam, Waterland en Zaanstad. Voor de provincie is het van belang om naar de regio als geheel te blijven kijken. Wat mist, is een toekomstperspectief voor de gehele regio Zaanstreek-Waterland. Zodat ook toekomstige keuzes van gemeenteraden getoetst kunnen worden aan deze visie op de toekomstige bestuurlijke organisatie en positie van de regio.
De heer Van Dijk benoemt dat hij in zijn introductieronde langs alle gemeenten ook al gezegd heeft tegen de kleinere gemeenten: realiseer je dat als je niets doet, je spijt krijgt. Want over tien jaar ziet de wereld er heel anders uit en nu kun je zelf nog de regie houden. Daarnaast is niet duidelijk wat de gemeenschappelijke visie als regio Zaanstreek-Waterland is. Welke ambities heeft deze regio? Lukt het om deze ambities als MRA- Noord te realiseren in de MRA? Het urgentiegevoel verschilt enorm per gemeenteraad. De provincie heeft nu eenmaal te maken met genuanceerder beleid vanuit Den Haag over de rol van de provincie met betrekking tot herindelingen.
De heer Straat geeft aan dat als je naar het gebied kijkt, het voor de hand ligt om het groen-landelijke gebied te versterken als ‘voortuin van de metropoolregio.’ Hij geeft aan de gewijzigde rol van de provincie op dit dossier te respecteren, maar het Rijk moet zich realiseren dat er zo een vicieuze cirkel ontstaat. Kan er dan alleen nog gefuseerd worden als gemeenten een artikel 12-status hebben? Tevens vraagt de heer Straat zich af of de provincie kan helpen met perspectief opbouwen?
Mevrouw Zaal geeft aan dat de provincie deze problematiek weldegelijk bij de minister van BZK kan neerleggen. Daarvoor zit wat haar betreft eerst de stap om op regionaal niveau met de betreffende bestuurders om tafel te gaan, om vervolgens ook met de gemeenteraden in gesprek te gaan. Het moet immers van onderop. De provincie wil een rol spelen, en zal daarom ook het initiatief nemen naar de regiogemeenten, om een visie op de toekomstige bestuurlijke organisatie en positie van de regio te laten opstellen. Om zodoende als individuele gemeenten en als regio perspectief te krijgen voor de toekomst. Het zou mooi zijn als gemeenteraden gezamenlijk opdrachtgever zijn van een dergelijke verkenning, en er een onafhankelijk wetenschapper/bestuurder kan worden gevonden om deze verkenning uit te voeren.
Vanuit het college van Landsmeer wordt beaamt dat dit een goede weg zou zijn om te gaan bewandelen.
De heer Van Dijk en mevrouw Zaal danken iedereen voor zijn/haar inbreng. Afgesproken wordt dat van dit overleg een verslag gemaakt wordt, dat ter informatie zal worden verstuurd naar de raad van Landsmeer, naar Provinciale Staten en naar de andere gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland. Ter voorbereiding op het gesprek met de raden volgt op korte termijn een uitnodiging van de provincie aan alle gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland om op bestuurlijk niveau over de bestuurlijke toekomst van deze regio te spreken.