Astronaut André Kuipers: ‘De mens staat niet boven de natuur’
‘Vanuit de ruimte zie je het hele plaatje,’ zegt astronaut André Kuipers. ‘De schoonheid, maar ook destructieve menselijke activiteit. En je weet: er is geen planeet B, we moeten dus zuinig zijn op de aarde.’
‘Alles om ons heen is biodiversiteit,” zegt André Kuipers met een glimlach terwijl hij zijn armen in de lucht steekt. We bevinden ons in zijn tuin midden in de polder nabij Edam. Even eerder heeft hij niet zonder trots zijn kas laten zien waar hij sla, tomaten en verse kruiden kweekt en iets verderop zoemen bijen rond en er is een vlinderstruik. Kuipers: “Aan de andere kant van de dijk is het Markermeer en gisteren zwom ik tegen een minikwal aan. Prachtig toch.”
“Wat je vanuit de ruimte ziet is schitterend,” zegt hij. “Maar ook heel dubbel. De turquoise wateren van de Bahama’s, de rode woestijnen in Australië en groene meren in een okergeel Tibet. Als je daarlangs kijkt en het zwarte heelal ziet, lijkt de aarde ineen te schrompelen tot een kwetsbare levende cel omringd door een dun membraantje. Ik kreeg een claustrofobisch gevoel. Niet voor mijzelf, maar voor de aarde. We zitten opgesloten in de dreigende deken van het heelal, leeg en koud, vol straling. Als het misgaat, kunnen we nergens heen.”
Lees hier het hele Premium artikel op de site van het Parool.
