Johan Stroek viert het leven, maar voelt ook andermans pijn: Bourgondiër en een oude ziel
Johan Stroek en zijn maatje Jan Tol (kurk) waren onafscheidelijk, behalve op dat ene moment, die bewuste avond. Daardoor doorvoelde de één, die alles zag en beleefde, het anders dan de ander, die zwaar verbrand in het ziekenhuis belandde. Hoe diep de vriendschap tussen de twee zat, bleek even later in dat brandwondencentrum. Én in het leven ná de Nieuwjaarsbrand, waarin het hardop ‘jongensdromen’ alsnog in de praktijk werd gebracht.
Leedhiërarchie. Bij het vergelijken met andermans verdriet, zijn mensen geneigd hun eigen drama kleiner te maken en de (geestelijke) pijn te verzwijgen. Twintig jaar na dato voelen dorpsgenoten dat nog steeds, zo ook Johan Stroek. Mag het er wel zijn? ,,Wij hebben zoveel geluk gehad. Waarom word ik gevraagd? Ik ben toch geen slachtoffer en ben toch niet verbrand?”, vraagt hij zich hardop af. Inmiddels weten we dat genoeg (verbrande) jongeren en ouders erkenning hebben voor de mensen met onzichtbaar leed, zij die zoveel hebben gezien. Zoals Johan. Dus het mag er zijn. ,,Maar er zitten dubbele sloten op, die moeten er eerst af, voordat ik kan graven.” Als de kluis met opgeborgen verhalen ontgrendeld is, blijkt dat zich achter dat guitige gelaat van toen – en nog steeds – een boeiende authentieke persoonlijkheid heeft ontplooid, met een sterk moreel geweten en kompas. In een dorp waar anders zijn niet voor de hand liggend is, durft hij zichzelf te zijn.
Zoals Johan bijna twintig jaar geleden er wás voor zijn maatje. ,,De vader van Jan, Kees, is ook een hele sterke beer, een man die je nooit zal zien huilen. Toen Jan drie jaar geleden trouwde, pakte Kees – laat op de avond, met een biertje op – mijn arm vast en haalde die dag in januari van 2001 aan. ‘Ik zal nooit vergeten dat er een zestienjarig slungeltje op zijn brommertje kwam en er op stond dat hij zijn vriend te zien kreeg’, zei hij. Hij gaf me een stevige knuffel. ‘Jij heb mijn zoon gered’, zei hij, met een traan over zijn wang Dat was heel bijzonder. En Jan en ik? Hebben het mooie bedrijf waar we vroeger van droomden. Maar nog veel belangrijker: we zijn er nog en we hebben een band voor het leven. Daar komt niets tussen.”
Lees meer door Eddy Veerman inde NIVO.
