De pijn van het zijn
Anderhalf jaar geleden ga ik over van urologie naar oncologie. Ik heb daar erg tegenop gezien, maar het maakt eigenlijk niet zoveel uit. Het belangrijkste verschil lijkt in het begin nog wel dat ik nu een vriendelijke en meelevende specialist heb, Vincent, die niet schroomt om duidelijkheid te scheppen ten aanzien van diagnose en verwachtingen:
‘Je hebt nog tweeënhalf jaar wanneer ik met de behandeling start. Dat is de mediaan.’ Mijn hoofd schiet terug naar de collegebanken, de mediaan, o ja, daar waar er het meeste van zijn. Zeg 1234567777, dan is het gemiddelde 4,9 en de mediaan is 7. Zeg 1222234567, dan is het gemiddelde 3,4 en de mediaan 2. Oké, nu weet ik het weer, dus de meeste mensen leven nog 2,5 jaar als hij met zijn medicijnen begint.
Ondertussen praat hij gewoon verder en legt uit dat de huidige medicijnen nog genoeg resultaat bieden en dat ik pas over drie maanden hoef terug te komen. Uiteindelijk begint hij een half jaar geleden met zijn behandeling. Reken maar uit. Had ik eerst een pil per dag en een injectie per drie maanden, nu heb ik vier pillen per dag, een infuus per maand en een injectie per drie maanden. Ik moet daar erg aan wennen, maar het valt allemaal erg mee. Het geeft structuur aan je dag en de bijwerkingen heb ik nooit gelezen.
Als je even meegerekend hebt, dan heb ik volgens Vincent nu nog twee jaar. Ik vind dat onvoorstelbaar, want ik voelde mij tot voor kort prima. Tot voor kort zeg ik, want de laatste tijd voel ik hier en daar pijn en steeds denk ik, ha, het gaat beginnen: pijn in de rechterknie, pijn in de linker elleboog, pijn op de borst onder de rechter tiet, en steeds denk ik, ik ga een pijndagboekje beginnen, waarin ik alle pijnlijke ontwikkelingen opschrijf, maar steeds verdwijnt de pijn en smelt mijn voornemen in het vergeetboek.
Dus zeg het maar. Sommige mensen zwijgen angstvallig over de dingen waar ze zich het meeste zorgen over maken en houden met koetjes en kalfjes het blije hoofd boven water, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik moet erover lullen of schrijven, zodat het door de gehaktmolen van mijn bewustzijn gaat en er ruimte komt voor andere vrolijkheid en ellende.
Misschien belast ik daar anderen mee, maar gedeelde pijn is lichter en bovendien hoef je niet per se te luisteren of te lezen. Morgen zal ik mij wel weer druk maken over vuurwerk en roetveegpieten die al geveegd van de pakjesboot afstappen, maar vandaag maak ik graag even een pijnlijke pas op de plaats.
Fijne dag! Leef! Op naar de sportschool!
