Boy Kemper laat zijn ware gezicht zien

Boy Kemper is dit seizoen één van de vele nieuwelingen bij ADO Den Haag. De 21-jarige verdediger zette afgelopen zomer zijn handtekening onder een contract dat hem tot medio 2023 aan de club verbonden houdt. De linkspoot kwam over van Ajax, maar speelde het grootste gedeelte van zijn carrière bij FC Volendam.
Beginjaren
Net als Kees de Boer en Vicente Besuijen bracht Kemper een aanzienlijk deel van zijn jeugd door bij FC Volendam. Na het behalen van zijn zwemdiploma zette Kemper daar zijn eerste stappen op het voetbalveld. “Ik was vijf jaar toen ik bij de Mini’s van FC Volendam begon. Hierna heb ik alle hoogste selectieteams doorlopen en maakte ik uiteindelijk vanuit de Onder 16 de overstap naar Ajax.”
De verdediger maakte zodoende op relatief late leeftijd de stap naar de veelgeprezen jeugdopleiding van de Amsterdammers. “In het verleden ontstond er weleens wat interesse vanuit AZ, maar tot een overstap is het nooit gekomen. Wel hoorde ik van veel mensen om mij heen dat ik er altijd wel bovenuit stak, al heb ik dat zelf nooit echt zo gezien of gevoeld. Toen ik uiteindelijk de stap naar Ajax kon maken was het voor mij duidelijk dat ik die kans moest pakken.”
Volle prijzenkast
Bij Ajax voelde de in Purmerend geboren linkspoot zich direct gewaardeerd. “Ik ben daar goed opgevangen, waardoor ik eigenlijk geen moment het gevoel heb gehad dat ik me erg moest aanpassen. Waar ik wel aan moest wennen was het trainingsniveau. De trainingen waren pittig en we trainden ook meerdere keren op een dag. Dit was bij FC Volendam niet het geval, waardoor ik in het begin helemaal gesloopt was.” Desondanks beleefde Kemper een schitterend eerste seizoen in de hoofdstad. “Waar ik eerst dacht dat ik aanvankelijk vooral in mezelf moest investeren en wellicht niet zo veel aan spelen toe zou komen, gebeurde juist het tegenovergestelde. Vanaf de eerste oefenwedstrijd speelde ik alles en heb ik uiteindelijk alle prijzen gepakt die je maar kan pakken. We werden kampioen van de Eredivisie, pakten de KNVB Beker, wonnen de Supercup en kwamen ook nog ver in de UEFA Youth League. Een beter eerste seizoen had ik me niet kunnen voorstellen.”
Hoe goed het eerste seizoen verliep, zo teleurstellend werd het tweede seizoen. Onder leiding van trainer John Heitinga lukte het Ajax Onder 19 niet om een prijs te pakken. “Er werden dat seizoen veel spelers vanuit het buitenland gehaald en je merkte gewoon dat dit niet klikte. Het was erg moeilijk om daar direct een team van te maken.” Persoonlijk gezien beleefde Kemper wel een hoogtepunt. Bij de eerste competitiewedstrijd van Jong Ajax maakte hij zijn debuut in het betaald voetbal.
Volgende stap
Na twee seizoenen een vaste waarde te zijn geweest bij Jong Ajax en bij dat team ook regelmatig de aanvoerdersband te hebben gedragen was Kemper toe aan een volgende stap. Die kans kwam uiteindelijk in de Hofstad. “ADO Den Haag was één van de eerste clubs die interesse in mij toonde. Tijdens het gesprek werd vervolgens duidelijk dat ze graag wilden verjongen, dat sprak mij erg aan.” Bij ADO Den Haag trof de 21-jarige verdediger niet alleen oude bekende De Boer, maar koestert hij ook mooie herinneringen aan ploeggenoot Michiel Kramer. “Als klein mannetje ging ik altijd naar de wedstrijden van FC Volendam kijken, met Michiel in de spits. Je keek dan altijd op naar de spelers die in het veld liepen en je droomde ervan om later ook profvoetballer te worden. Het is dan ook wel erg speciaal dat we nu zoveel jaar later samen spelen.”
Na een vervelende start heeft de inwoner van Den Haag zich terug geknokt in de basisopstelling en stond hij inmiddels alweer vier wedstrijden op rij in het centrum van de verdediging. “De eerste wedstrijd tegen Heracles Almelo was voor mij een grote teleurstelling. Ik was te gretig en pakte op het einde ook nog een rode kaart. Hierna heb ik een aantal wedstrijden op de reservebank gezeten, maar heb ik altijd het geloof gehouden dat het weer goed zou komen. Inmiddels heb ik gelukkig weer een kans gekregen en heb ik laten zien wie ik echt ben. Al weet ik van mijzelf dat ik nog beter kan.”
