Naar de inhoud

Peter Smit weet dat de houdbaarheidsdatum van het leven niet vastligt

Bron: NIVO

Peter Smit (38) stond dicht bij het vuur en vluchtte – met succes – voor zijn leven. Maar ontkwam er niet aan dat zijn toen al zieke moeder een jaar later bij het gezin werd weggehaald. Daar bleef het niet bij. Zijn eigen hart en dat van zijn vader kloppen nog, met behulp van de nodige stents. Een verhaal over twee uitersten in het universum, die dicht bij elkaar liggen: pech en geluk. Over zingeving en berekenend leven.

Peter was achttien toen bij zijn moeder kanker werd geconstateerd. ,,Zij zat al in het traject van chemo en bestralingen, toen ik tijdens die oudejaarsavond de deur uit ging. Ik was eigenlijk net De Hemel binnengekomen, had mijn jas nog aan en liep door naar de achterkant. Vlakbij de trap naar de wc zag ik Edward Jonk. We zoenden elkaar op de wangen, konden – we zaten samen op de MBO – samen best gek zijn. Hij zat op zijn barkruk en ik stond met hem te praten. Ik keek even opzij, zag dicht bij waar wij stonden dat bij elkaar gehouden sterretjes een vlam veroorzaakten en zag meteen dat het mis was. In een paniekreactie vloog ik weg, ben ik mezelf langs mensen gaan worstelen om weg te komen, naar de uitgang. Uiteindelijk viel ik om en lag redelijk dicht bij de uitgang.”

,,Mijn lichtje is voor korte tijd uitgegaan, omdat er geen zuurstof was, totdat de ramen werden ingegooid. Ik kon niet meteen wegkomen, want ik lag onderop. Het gekke is dat ik uiteindelijk via de nooduitgang eruit ben gegaan.” De getrainde zwemmer van Ed-Vo liep rechtstreeks naar bar De Molen. ,,Ik had zelf een klein brandwondje op mijn been en heb daar binnen andere jongeren geholpen. Op de vloer werd een jongen gereanimeerd, er werd duidelijk dat hij het niet had overleefd. Ik gaf mijn jas aan een jongen met brandwonden: Peter Veerman. Hij zou twee weken later alsnog sterven.”

,,Daags na de Nieuwjaarsbrand moest mijn moeder weer voor chemotherapie het ziekenhuis in en kwam zij op een afdeling met twee Volendamse brandwondenslachtoffers te liggen: Thomas Veerman en Cor Kemper. Ik was achttien jaar, je denkt wel, als je die leeftijd hebt, dat je al heel wijs bent. Maar je bent nog kind. Zeker in Volendam, waar we over het algemeen lang onder de vleugels van de ouders blijven. Dat heeft zeker ook een goede kant.”

,,Mijn moeder was net 47, dat leek toen in mijn beleving al oud, maar dat ben ik over een aantal jaren al. Tegen mijn vader was wel gezegd hoe lang mijn moeder nog te leven had, dat hoorde ik zelf pas achteraf. Net als dat me niet verteld werd dat mijn moeder ’s nachts gruwelijke dromen had. Ik kan het wel begrijpen, ze hebben ons als kinderen er niet mee willen belasten, omdat ons leven in volle bloei stond. Nu heb ik zelf kinderen en misschien dat ik ze later wel in zo’n proces zou meenemen. Maar vroeger werd sowieso minder over emoties gesproken. Tegenwoordig gebeurt dat trouwens ook niet altijd. Niemand heeft tijd, dat is het probleem van deze tijd, zeg ik wel eens. De tour gaat altijd door”, gebruikt hij het jargon van één van de sporten die hij naast het zwemmen graag beoefent.

,,Het klinkt misschien gek, maar voor mij kwam de Nieuwjaarsbrand er eigenlijk even tussendoor. Vervelend, maar ik was ongeschonden uit de strijd gekomen. Ik had geluk en wist dat het weer goed zou komen. Dat kon ik niet zeggen van de thuissituatie. In de maanden daarna werd me duidelijk dat mijn moeder niet zou genezen. Maar wat doe je dan, als tiener. Zeggen hoe lief je haar vindt? Dat denk je dan vooral. Als zij in het ziekenhuis was en ik alleen thuiskwam omdat mijn vader werkte, probeerde ik me wel voor te bereiden op die momenten van ‘straks heb ik dat elke dag, dat er niemand thuis is als ik uit school kom’.”

Lees meer door Eddy Veerman in de NIVO.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.