Naar de inhoud

‘Je wordt er een ander mens door’

Bron: NRC

Na twintig jaar toch nog praten over de ramp die Volendam veranderde. Traumaverwerking Niet zeuren was het devies voor veel getroffenen van de brand in café ‘t Hemeltje in Volendam. Nu spreken sommigen er alsnog over. „Alsof ik er weer bij was.”

René Tol (34) werkt als leerkracht op een basisschool. Hij woont samen met zijn vriendin Tanja in Volendam; volgend jaar juli verwachten zij hun eerste kind. Op zijn 29ste beklom René samen met twee andere brandslachtoffers en drie brandweermannen de Carstensz Piramide in Papua (een van de Seven Summits), waar een documentaire van is gemaakt.

‘Aan de brand zelf heb ik geen enkele herinnering. Eind januari werd ik wakker in het brandwondencentrum van Antwerpen, waar ik in een kunstmatige coma was gehouden. Ik kreeg een spiegel. Het aangezicht deed me niet zoveel. Maar toen ik mijn linkerhand zag, waarvan alleen de pink nog intact was, moest ik zó hard huilen.

Mijn ouders reden elke dag naar Antwerpen. Het had nog erger kunnen zijn: mijn zussen zouden die avond ook naar het Hemeltje gaan, maar hadden op het laatste moment besloten om de rest van de familie op te gaan zoeken, thuis bij mijn tante. Op 7 maart mocht ik het ziekenhuis verlaten. Ik was toen zeven keer geopereerd. Daarna lag ik nog een keer twee weken in Antwerpen, en nog eens vijf dagen, daarna bleef het telkens beperkt tot een dagopname. Met een soort kaasschaaf werd de huid van mijn been en lies afgeschaafd om te transplanteren naar mijn handen. Het belangrijkste was ervoor zorgen dat mijn handen weer functioneel zouden worden. Verder zaten mijn oren tegen mijn hoofd aangeplakt. Ook had ik brandwonden in mijn nek, dat trok zo erg. Een derde van mijn haar was weg en zou niet meer terugkomen; ik heb een half jaar met een petje rondgelopen, daarna niet meer. Ook mijn longen waren ernstig beschadigd, maar dat is goed gekomen.

Het scheelde in de verwerking dat in Volendam zoveel mensen verbrand waren. Iedereen weet wat er is gebeurd. Ik had er qua zelfbeeld dan ook geen last van. Ook niet als ik ergens anders was, bijvoorbeeld op festivals. Ik schrik er ook niet van dat mensen kijken, ik vind dat juist logisch. Als ik iemand zie lopen met een kruk en één been kijk ik toch ook? Het was natuurlijk echt wereldnieuws die brand, het is me nadien zo vaak gevraagd: was je erbij in Volendam? Dat vond ik nooit erg, ik ging me er juist aan storen als mensen er na een tijd nog steeds niets over zeiden.

Mijn rechterhand is weer soepel en functioneel. Alleen met de bovenste kootjes heb ik geen grip: ze verliezen snel aan kracht. Typen gaat weer prima, ik doe dat met mijn linker pink en rechter wijsvinger, en de spaties met mijn duim. Ik kan ook weer fietsen op de racefiets, al blijft het lastig; met links moet je schakelen, maar dat doe ik met rechts.

Op een gegeven moment dacht ik: nu ik dit heb meegemaakt, ga ik ook maximaal genieten. Ik weet hoe je leven in een split second kan veranderen, dat kan nog een keer gebeuren. Dus vanaf nu wil ik alleen nog maar dingen doen waarbij ik het zoveel mogelijk naar mijn zin heb. Ik besloot een wereldreis te gaan maken door Oceanië en Azië. Het is een goed stukje verwerking geweest, bovendien heb ik geleerd dat je met je levensverhaal anderen kunt inspireren. Zo was er bijvoorbeeld een jongen die ik niet kende, ook met brandwonden; hij droeg in de zomer alleen maar lange mouwen omdat hij zich zo schaamde voor zijn uiterlijk. Goh, zei iemand tegen mij: jij loopt altijd in een korte broek en met je kale koppie, wil jij niet eens met hem praten. Dat heb ik gedaan, ik zei: als jij er niet op let, valt het niet op, het ligt ook aan hoe je er zelf mee omgaat. Daarna ging hij ook in T-shirt lopen.

Toen de brand kwam zat ik in de derde klas van de LTS, ik had januari tot juli gemist. Mag ik niet gewoon over vroeg ik; ik was helemaal klaar met school. Dat kon. Op mijn 16de kreeg ik een bijbaantje bij de lokale kabelkrant. Daarna kreeg ik een mooie baan bij een grafisch bureau. Op mijn 22ste ging ik die reis doen, ik zei op mijn werk: dit móét ik gewoon doen. Dat was geen probleem. Ik ben ruim 15 maanden op reis geweest. Mijn oude werkgever mailde daarna meteen dat ze me graag zouden terugzien. Een jaar later was ik mede-eigenaar van dat bedrijf en woonde ik in een eigen appartement.

Maar na een tijdje kwam ik erachter dat ik het werk eigenlijk niet meer zo leuk vond. Ik wilde iets actiefs, iets met mensen, niet meer acht uur per dag achter de computer. Na vijf minuten meekijken op een basisschool wist ik: dit wil ik ook. Ik ging een deeltijdopleiding doen aan de pabo, op mijn 32ste haalde ik mijn hbo-diploma. Nu sta ik voor het derde jaar voor de klas, groep 8. Ik zeg altijd tegen mijn leerlingen: over vijftien, twintig jaar kun je het altijd nog helemaal omgooien, via allerlei omwegen kun je óók je doel nog bereiken. Als je jezelf echt een doel stelt, op welk gebied dan ook, en je wilt echt graag, dan ga je het halen.

Die brand is zeker van invloed geweest, je wordt er wel een ander mens door natuurlijk. Al die beslissingen die ik deed: de wereldreis, die opleiding, ik dacht daarbij steeds: jij zou je leven gaan leiden waarin je het maximaal naar je zin hebt. Ik wil niet straks zeggen: sukkel, had dat dan gedaan. Ik wil niet achteraf spijt hebben. Als de brand er niet geweest was, had ik een iets andere levensinstelling gehad, meer de gebaande paden gevolgd. Nu ben ik een paar keer daar vanaf gegaan, en dat is heerlijk. Het was een wereldramp, dat draag je je hele leven mee, maar dus óók in positieve zin.”

Lees hier het hele Premium artikel op de site van het NRC.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.