Eerste loonstrook 2021: tientjes extra voor alle werknemers
Het jaar 2021 begint positief voor alle werknemers: het nettoloon op het loonstrookje valt tientallen euro’s hoger uit. Een werknemer met een minimumloon houdt dit jaar 30 euro per maand meer over. Mensen met een modaal inkomen profiteren het meest van lagere belasting en hogere heffingskortingen. Zij houden onderaan de streep 45 euro per maand meer over. Wijzigingen in pensioenpremies zorgen ervoor dat de nettoloonstijging per sector verschilt. Werknemers met een modaal inkomen in de bouw zien met een stijging van 94 euro de grootste plus onderaan het loonstrookje. Minder goed nieuws is er voor de gepensioneerden. Hoewel de belastingdruk afneemt, stijgt de bijdrage Zorgverzekeringswet. Zij zien hun aanvullend pensioen daardoor licht dalen.

In lijn met de afgelopen jaren dalen de aanvullende pensioenen opnieuw licht in 2021. Weliswaar betalen gepensioneerden dit jaar minder belasting, maar de bijdrage Zorgverzekeringswet die ook op het aanvullend pensioen wordt ingehouden, stijgt van 5,45% naar 5,75%. Gelukkig blijft de schade beperkt. Een aanvullend pensioen of lijfrente-uitkering van 500 euro per maand valt 0,25 euro lager uit. Bij een aanvullend pensioen van 2.500 euro is dat 1,30 euro minder per maand. Toch zullen gepensioneerden in de portemonnee weinig merken van deze kleine tegenvaller. De AOW-uitkering gaat dit jaar namelijk omhoog; 17 euro voor alleenstaanden en 10 euro voor gehuwden.

Transport
Een minimumloner in de sector Transport gaat er 32 euro netto op vooruit. Verdien je modaal, dan stijgt je nettoloon met 45 euro. Pensioenpremies hebben een geringe invloed. Door een verhoging van de franchise gaan de werknemers met lonen tot 4.250 euro per maand drie euro minder aan pensioenpremie betalen. Omdat ook de maximumgrondslag wordt verhoogd, betalen werknemers met een brutoloon boven de 4.250 euro per maand zeven euro meer aan pensioenpremie.
Bouw
Werknemers in de Bouw gaan er in vergelijking met de andere sectoren het meest op vooruit. Zo houdt een werknemer met een minimumloon 62 euro per 4 weken netto meer over. De werknemer met een modaal salaris ziet het nettoloon per 4 weken met 94 euro stijgen. De reden voor deze uitschieter is dat in deze sector vanaf 1 januari 2021 voor een aanvullende pensioenregeling geen premie meer wordt betaald. De minimumloner betaalt 42 euro pensioenpremie minder. Voor de modale werknemer scheelt het 91 euro aan pensioenpremie.
Metaal & Techniek
Een werknemer met een minimumloon in de sector Metaal & Techniek ziet 29 euro meer op de rekening gestort worden. Iemand met een modaal inkomen gaat er 44 euro op vooruit. Werknemers met een jaarloon van meer dan 80.000 euro betalen in 2021 meer premie voor het excedentpensioen. De maximale stijging bij een loon van 7.500 euro is 18 euro per maand.
Overheid
Ambtenaren profiteren het minst. Dat komt door een hoge pensioenpremie. Werknemers met een minimumloon gaan er per maand 28 euro op vooruit. Iedereen met een modaal inkomen 38 euro. Deze groep werknemers betaalt dit jaar zeven euro meer aan pensioenpremies. Bij een loon van 7.500 euro per maand is de stijging 32 euro.
Voor het totaalbeeld van de loonontwikkeling door de jaren heen, is het ook interessant om verder uit te zoomen. Vanaf 2016 doet zich de situatie voor dat enerzijds de lonen jaarlijks stijgen en in dezelfde periode de aanvullende pensioenen over het algemeen dalen. Waar de lonen voor diverse inkomensgroepen tot en met 2015 nog jaarlijks een golfpatroon laten zien met het ene jaar een lichte stijging en het andere jaar een lichte daling, is dit vanaf 2016 voorbij. De economische vooruitgang na de financiële crisis is dan duidelijk zichtbaar over de gehele breedte van de inkomens. De inkomensgroepen tussen minimumloon en modaal gaan er gemiddeld procentueel het meeste op vooruit, terwijl de hogere inkomensgroepen gemiddeld procentueel het minst profiteren. Opvallende uitzondering is de inkomensgroep anderhalf keer modaal: deze groep heeft in de periode 2016 tot en met 2020 relatief weinig geprofiteerd van de economische vooruitgang en ging er ‘slechts’ 130,75 euro op vooruit, lager dan alle andere inkomensgroepen. Dit wordt in 2021 weer gedeeltelijk rechtgetrokken met een stijging van ongeveer 50 euro.